Deel dit artikel:

Graveldebuut in Foxtown

Fietsers die anno 2022 nog niet gezwicht waren voor de lokroep van de gravelbike? Ik was er één van. Was. Want door mijn deelname aan de Foxtown Gravelride beschouw ik onverharde wegen niet langer als no-gozones. Tijdens saaie vergaderingen dwalen mijn gedachten nu af richting bergplaats. Virtueel tetris ik daar alle spullen dusdanig op en naast elkaar om plaats te maken voor een nieuwe fiets. Een breedband, uiteraard.

De kunst van het dalen is een leuk boek van Martin Bons. Wieleranekdotes worden erin gekoppeld aan de auteur zijn eigen ervaringen als wielertoerist. Ik heb het met veel plezier gelezen, omdat ik nooit genoeg krijg van koersverhalen én omdat de persoonlijke overpeinzingen van Bons zo herkenbaar zijn. Tijdens fietsvakanties met vrienden eindigt hij doorgaans in de middenmoot bovenop de col van de dag. Vervolgens zoeven zijn achtergebleven makkers hem bergaf voorbij. Mij overkomt steevast hetzelfde. Zelfs wanneer ik op de top al wat voorsprong neem, zullen mijn reisgezellen in het dal rustig keuvelend de tijd hebben om hun windstopper weg te bergen. Milde hoon is dan mijn deel. Of paternalistische raad: “Ga eens mee mountainbiken, in het veld leer je sturen.”

Eén keer, nooit meer

Terminaal zieken grijpen naar elke strohalm. Ze gaan langs bij handopleggers, wichelroedelopers of zelfs homeopaten. Ik ging ooit overstag en zou mijn belabberde skills effectief aanscherpen door offroad te gaan. Een mountainbike werd toegevoegd aan de collectie. De eerstvolgende zondagmiddag trok ik naar een veldtoertocht. In Noordwest-Brabant is veldtoertocht een eufemisme voor baggerwerken. Zeker tijdens de winter, wanneer singletracks er eigenlijk tot slootjes herschapen karrensporen zijn. De kleibodem zuigt, kleeft en koekt aan. Alles wat min of meer op snelheid lijkt en het fietsen prettig maakt, wordt onherroepelijk de grond ingetrokken. Na anderhalf uur ploeteren met een veel te hoge hartslag, besloot ik lus twee niet te rijden. De namiddag ging verloren aan poetsen, mijn techniek was geen greintje verbeterd. De fiets werd kort daarna verkocht, met verlies, want ik wilde hem zo snel mogelijk het huis uit. Mountainbiken is een zomersport die best bedreven wordt in oneffen gebied, niet in koude blubber.

Een early adopter ben ik dus nooit geworden. Zelfs geen late. Ik veinsde weliswaar interesse wanneer fietsvriendjes weer eens kwamen aanzetten met het verslag van hun meest recente, fantastische graveltochten. De uitnodiging om de volgende keer mee te rijden, kon ik makkelijk afslaan. “Sorry, geen gravelfiets.” De schaarste op de markt als bondgenoot. Offroad, ik snapte het niet. Is ons Vlaams wegdek nog niet frustrerend genoeg? Waarom rottige weggetjes opzoeken wanneer je net zo goed kunt lekrijden op straat? De herinnering aan die ene mottige ervaring van twintig jaar geleden, liet zich niet wegspoelen door verhalen over de unieke sfeer, de geruite hemden en de bierdrinkende hipsters met rare, wijde shorts.

Americiens

In de wagen luister ik naar americana en podcasts over de koers. Zo ben ik terechtgekomen bij Laurens ten Dam. Die ex-wielrenner verdient nu de kost als professioneel podcaster annex gravelracer. Niemand kan zo enthousiast over de gravelscene verhalen als ten Dam. Wie erin slaagt door zijn gewauwel heen te pieren, hoort beschrijvingen van gladiatorengevechten op ruige Amerikaanse grindwegen. Hij beschrijft het stukgaan van banden, zadelpennen en lichamen. Krakende onderdelen en brekende atleten. Heroïek met een hoofdletter. Hij vertelt over Ian Boswell en Peter Stetina, ik hoor Briek Schotte en Marcel Kint. De moderne flandriens komen uit de States, het zijn americiens. Ze skarten en rien zere zonder het te beseffen. En ze brengen mijn interesse voor het fenomeen gravel tot leven. 

Gilles, medeblogger op deze site, heeft de hand in de Foxtown Gravelride, een evenement om geld in te zamelen voor Kom op tegen kanker. Een morele verplichting was het niet, wel een mooie aanleiding om het er toch eens op te wagen. Ware het niet dat ik geen … Na het aanbod zijn fiets te gebruiken, was er geen weg meer terug. Ver voorbij mijn fysieke topjaren, op een geleende fiets en met te grote schoenen van zoon Briek, maak ik alsnog mijn graveldebuut. Was ik een Nederlander dan typte ik hier “Sindsdien ben ik helemaal om”.

Foxtown

Foxtown staat voor Vosselaar. Dat is een negorij in de Kempen, een streek met veel groen, zandgrond en grind. Vijftig kilometer lang/kort was mijn vuurdoop, goed voor twee uur fietsen met een onuitwisbare glimlach op het gelaat. De eerste kilometers over aangestampt jaagpad, vervolgens een onverharde weg met puin in de putten. Niet warm maar blauwe lucht. Het parcours is vooralsnog weinig spectaculair maar ik ben blij in het hier en nu. Fietsen, alleen, op onbekend terrein. Was ik aan toe. Bovendien leer ik Gilles’ Origine Graxx beter kennen, fiets en fietser komen tot het besluit dat ze het best met elkaar kunnen vinden.

Zen

Bij een dreef treedt een houten slagboom op als wachter. Ik hoef geen raadsel op te lossen en mag er langs. Ik fiets waar ik jarenlang nooit zou fietsen, weg van het plaveisel. Waarheen maakt niet echt uit. Snelheid evenmin, trager zie je meer. Aan de hand van het oorlogsmonument dat ik passeer in een bosrijke omgeving, lokaliseer ik me in Merksplas. Maar ik kan me vergissen, de gedachtestroom is stilgevallen. Trappen, ademen, rondkijken. Dat is de succesformule. Verwondering toelaten ook. Voor mij ontplooit zich onverwacht the real deal … een kilometerslange, onvervalste gravelstrook. Steentjes schuifelen en schuren onder de banden, ik ben blij dat ik geen oortjes in heb. De Kempen zijn van oudsher stil, door de afwezigheid van achtergrondgeluiden capteer ik haarfijn het geknisper van het ruwe wegdek. Het ontspant me zoals een CD met walvisgezang de overprikkelde zenuwlijder tot bedaren brengt. 

Offroad hoeft geen synoniem te zijn voor aanmodderen, ik versnel met de wind in de rug en maak vaart. Heerlijk. Op een volgende strook met steentjes nader ik een stofwolk, het werkstuk van vier jonge mountainbikers. Met de 35 millimeters rond de velgen haal ik ze probleemloos bij. Het concept gravelfiets wordt me alsmaar duidelijker. Een MTB is ongetwijfeld nuttiger op bochtige Ardeense paadjes maar op deze gravelsnelwegen – dank voor de term, Steven – is een Graxx, of een soortgenoot van een ander merk, precies wat je hebben wil.

Work hard, play hard

Bij de bevoorrading tref ik Bart, een oude bekende. Hij bemant er de stand van Origine Cycles. Terwijl we bijpraten kost het me aardig wat moeite om mijn ogen af te houden van al het moois dat staat uitgestald. De levertermijnen blijken bovendien behoorlijk mee te vallen. Ik maak mezelf geregeld wijs dat ik veel te hard werk en dat ik daarom af en toe een cadeautje verdien. Een weekend rondhangen op een festivalterrein, bijvoorbeeld. Waarom geen gravelbike?

De terugweg is meer van hetzelfde. De terugweg is dus perfect. Maar kort. Door mijn gebrek aan ervaring en het geleende materiaal – het schoeisel is zo oversized dat het op een paar clownsschoenen lijkt – was de korte route de verstandigste keuze. Vooraf, althans. Want terug bij de startplaats willen geest en benen meer. Het zij zo. Ik beloof mezelf een vervolg. I was blind but now I see.

De grindwet

De hardcore gravelaar oppert nu dat 50 km veel te weinig is om me al lid van de club te mogen wanen. Maar staat in het dikke, ongeschreven wetboek van de grindcommuniteit niet dat getallen onbelangrijk zijn? Dat sneller, verder en meer geen must zijn zodra je het asfalt verlaat? Hoe dan ook, Ik heb me geamuseerd, mijn dag kan niet meer stuk.

Foxtown is een gravelparadijs. Denk ik, volslagen neofiet zijnde. Maar echo’s van lieden met meer miles op de teller, bevestigen mijn vermoeden.
Voor ik een vervolg brei aan mijn maidentrip ga ik wat oude exemplaren van Grinta! doornemen. De artikels over het fenomeen gravel zijn vast toch het lezen waard.