Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

100% Getest: Cannondale SuperSix Evo CX

Naast twee gravelbikes dong zowaar ook een crossfiets mee naar de titel van Racefiets van het Jaar. Die Cannondale SuperSix Evo CX heeft nochtans een broer, de Evo SE, die wél door het leven gaat als gravelbike. De looks mogen er alvast wezen, maar konden die de jury over de streep trekken?

De SuperSix Evo CX is het jongste gravelchassis van Cannondale en vult de leemte naast de Topstone Carbon op. Die laatste heeft een scharnierpunt achteraan en is in zijn avontuurlijkste setup zelfs met Lefty-voorvork te krijgen, maar de nieuwkomer mikt eerder op het snelle gravelsegment en de veldrijders onder ons. Met een maximale bandbreedte van 45 millimeter kan je zelfs breder gaan dan bij de Topstone Carbon, maar de afwezigheid van bevestigingspunten voor tassen en dragers, én de aerodynamisch geoptimaliseerde buizen – de verwantschap met de snelle en lichte SuperSix Evo-koersfiets is er niet alleen in de naam – maken de bedoelingen duidelijk. De kabels zijn minder mooi weggewerkt dan bij de originele SuperSix Evo-racefiets, want ze verdwijnen pas achter het balhoofd in de onderbuis in het frame. Wie zelf zijn fietsen onderhoudt, zal daar echter niet rouwig om zijn. De bovenkant van het balhoofd lijkt nochtans voorzien voor een geïntegreerde oplossing, waardoor de gewone stuurpen er wat misplaatst uitziet.

Deze CX deelt zijn frameset met de SuperSix Evo SE, het echte gravelmodel binnen dezelfde familie. Het frame van amper een kilo biedt ruimte voor brede gravelbanden maar is ontworpen om je kracht direct over te brengen. Dat merk je aan de stevig uit de kluiten gewassen buizen rond het bracket. De SE heeft een Rival AXS-groep en 40 mm brede Vittoria Terreno Dry-banden rond de DT Swiss CR1600-wielen. De door ons geteste CX doet het met een mechanische SRAM Force 1-groep en bandjes in de ‘legale’ crossbreedte van 33 mm. De wielen zet je vast met het SpeedRelease-steekassysteem.

Eigenzinnige oplossingen

Om plaats genoeg te bieden voor brede banden – of om veel ruimte te hebben om modder af te voeren – grijpt Cannondale naar zijn eigen Ai-standaard voor de achterkant. Dat betekent dat het achterwiel anders gespaakt is ten opzichte van een normaal wiel – iets om rekening mee te houden als je je wielen wil upgraden, maar dat mits wat spaakwerk geen onoverkomelijk probleem is. Cannondale gebruikt gelukkig geen specifieke achternaaf en we zien ook een gewone steekas, maar de hele achterkant is zes millimeter naar rechts (de aandrijfzijde) opgeschoven. Doordat het wiel uit het midden staat, moet het asymmetrisch gespaakt worden én moet ook het crankstel naar buiten opschuiven. Wie heel gevoelig is voor een bredere Q-factor, zal dat misschien wat minder leuk vinden, want dat heeft als gevolg dat de pedalen wat verder uit elkaar staan. Cannondale hanteert een eigen pressfit-bracketstandaard daarvoor, PF30-83 Ai.

Er zijn evenwel ook heel wat voordelen aan die eigen interpretatie. Zo heb je veel bandruimte en toch een zeer korte achtertrein, wat de fiets wat vinniger maakt. Er komt geen speciale liggende achtervork aan te pas (zoals een naar beneden gebogen rechtse achtervork) en Cannondale haalt altijd de verbeterde spaakspanning aan als extra argument. Normaal moeten de spaken aan de aandrijfzijde van het achterwiel harder worden aangespannen omdat de hoek steiler is dan aan de linkerkant, maar bij het Ai-systeem verdwijnt dat onevenwicht in het wiel.

Al op de weg merk je dat die directheid duidelijk aanwezig is. Het is een fiets die meteen wil aanzetten. Op bos- en veldwegels merk je dan weer dat hij ook heel direct stuurt. Hou je niet van luie gravel- of crossfietsen, dan zit je alvast goed. Het enige wat de fiets wat lijkt tegen te houden, zijn de wielen. Die voelen wat zwaarder aan. Moet je geen rekening houden met wedstrijdreglementen, dan kan je meteen ook de banden wisselen voor wat breder en – afhankelijk van je favoriete parcours – agressiever rubber.

Uitdager binnen eigen familie

Dat deed de meerderheid van de testers eigenlijk nadenken over de aantrekkingskracht van de Evo SE. Wie deze fiets zal gebruiken om te gravelen, heeft met die andere uitvoering namelijk meteen veel geschiktere onderdelen voor een meerprijs van 500 euro ten opzichte van de CX. Daar krijg je dan wel een uitstekende draadloze schakelgroep voor in ruil, want we zijn wel fan van die nieuwe Rival AXS. Met die 2×12 versnellingen heb je veel meer bereik dan met de 1×11 van de mechanische Force. Ook de wielen lijken een serieuze upgrade: DT Swiss CR1600 met een interne velgbreedt van 22 mm, een gewicht van 1709 gram en betrouwbare DT 350-naven ten opzichte van de zwaardere wielen op de CX-uitvoering. Kortom, de belangrijkste uitdager van de SuperSix Evo CX bevindt zich in eigen rangen.

Toch heeft ook deze CX zijn mooie kanten. Kijk maar naar de knappe Cannondale One-crankset en het in onze ogen prachtige lakwerk met grijs aan de voorkant en metallic paars in de linkerbovenhoek.

Conclusie

Het karakter van de SuperSix Evo CX kon ons wel bekoren. De lange bovenbuis in combinatie met korte stuurpen zorgde zoals wel vaker voor een betrouwbare stabiliteit in combinatie met een direct stuurgedrag, terwijl de hoge stijfheid er een vinnige fiets van maakt. Gelukkig zorgt de eigen carbon Knot-zadelpen met zwanenhals voor wat demping, maar het mag duidelijk zijn dat dit geen luie fiets is. Ook het gewicht van 8,39 kilo in maat 58 mag er zijn. Bovendien is hij in te zetten als crossfiets, maar komt hij minstens zo goed tot zijn recht als snelle gravelbike, eens je er dikkere banden onder legt. Dat banden van 40 mm en meer geen bezwaar vormen, blijkt bij zijn naaste verwant, de SuperSix Evo SE, de gravelvariant met hetzelfde frame.

Adviesprijs: 4499 euro

Meer info vind je op de website van Cannondale