(Kijk je liever de video over deze eerste indruk? Klik dan even door naar het Grinta! YouTubekanaal.)
Ondanks het feit dat er in november 2025 al beelden van de nieuwe SuperSix EVO zijn gelekt op het wereldwijde web, krijg ik tijdens het perskamp in Girona strikte orders om een beetje discreet met mijn testfiets om te springen wanneer ik er in de straten van de stad een filmpje mee wil maken. Ook Ben Healy en Richard Carapaz die tijdens onze groepsrit aansluiten, doen dat pas van aan een tankstation buiten het stadscentrum om toch maar zo weinig mogelijk nieuwsgierige blikken te dwarsen met hun nieuwe bolides en Assos outfits. Als het toch allemaal zo’n geheim is, dan vraag ik me af waarom je je belangrijkste racefiets op een plek voorstelt waar het wemelt van de fanatieke fietsliefhebbers. Alsof je een blikje tonijn opentrekt in een kattencafé. Maar goed, marketeers en hun embargo’s: ik zie er de humor wel van in.

Bovendien moet je arendsogen hebben om in een fractie van een seconde op te merken dat deze Cannondale SuperSix EVO een vernieuwde versie is, want de verschillen met het vorige model zijn subtiel. Dat zie je tegenwoordig trouwens wel vaker: evolutie eerder dan revolutie. Er kruipt al jaren zoveel research in aerodynamica en de designregels van de UCI zijn zo dwingend, dat er niet plots een compleet nieuwe buis- of framevorm opduikt die een veel lagere luchtweerstand biedt dan wat er vandaag al bestaat. De opvallende Factor ONE of de Y1Rs van Colnago zijn recentelijk misschien uitzonderingen, maar het lijkt steeds vaker aan te komen op details. Elk merk schaaft minutieus wat grammen weg, probeert de wind nog net iets beter rond het frame te leiden en legt zijn eigen fijnzinnige accenten in het rijgedrag. Op die manier is het algemeen niveau van fietsen – zeker bij de grotere merken – heel hoog geworden.

Evenwichtsoefening
Van een fiets waarmee o.a. Parijs-Roubaix (Alison Jackson), de bollentrui in de Tour de France (Richard Carapaz) en goud op de Olympische Spelen van Parijs (Kirsten Faulkner) werd gewonnen, kan je bezwaarlijk zeggen dat er nog een zee van ruimte voor verbetering is. De ingenieurs van Cannondale moesten dus omzichtig te werk gaan en de focus tweezijdig houden: de nieuwe SuperSix EVO moest lichter en tegelijk aerodynamischer worden, zonder dat het rijgevoel eronder mocht leiden. De heren en dames van het EF Pro Cycling team waren trouwens nauw betrokken bij de verschillende ontwerp- en testfases, met Kasper Asgreen op kop. Blijkbaar is dat een notoir dwarskijker met een obsessie voor techniek en dus de ideale man om enkele prototypes vakkundig neer te sabelen.

De nieuwe SuperSix EVO is dan ook het resultaat van een heuse evenwichtsoefening. In z’n totaliteit is de fiets in maat 56 net geen 150 gram lichter geworden dan z’n voorganger en het frontale oppervlak van de vijfde EVO-generatie werd kleiner. Dat kan je goed zien aan de balhoofdbuis, waar de zandlopervorm meer uitgesproken is. Cannondale kan die zo smal maken en toch de remleidingen binnendoor trekken dankzij de d-vormige ‘Delta steerer’-vorkbuis.

Ook de poten van de voorvork zijn slanker geworden, de bovenbuis is iets afgeronder en minder hoekig, de zitbuis wordt smaller naarmate ze naar beneden loopt voor wat extra comfort. Elke framebuis werd voor elk van de acht framematen (44, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 61) afzonderlijk ontworpen en getest in de windtunnel. Zo probeert Cannondale optimale stijfheid en maximale efficiëntie te garanderen. Dat de bidons en bidonhouders aerodynamisch zijn gemaakt, is zo’n trucje dat ook andere constructeurs toepassen.

Ook op vlak van geometrie gebeurden er geen wereldschokkende dingen. De wielbasis is een centimeter kleiner, de stackhoogte ging zo’n twee centimeter naar omlaag en de bovenbuis werd langer. Zo krijgt de fiets op vraag van de EF-renners een meer wedstrijdgerichte fit. De maximale bandbreedte werd dan weer opgetrokken van 30 naar 32 millimeter. Een laatste significante ingreep, is de switch naar de nieuwe SystemBar Road cockpit. Die weegt 375 gram, is standaard 36 centimeter breed (al zijn er ook 34 en 38 centimeter brede varianten) en ligt met z’n goed uitgekiende reach, drop en flare prima in de hand. Uiteraard is de bovenkant van het stuur afgeplat omwille van de aerodynamica.

Balans blijft behouden
Wanneer ik op de Spaanse wegen bij Ben Healy pols wat hij van zijn nieuwe raspaardje vindt, dan reageert hij uiteraard opgetogen. De vorige SuperSix EVO mocht toch nog een stukje agressiever en dat is door de kleine aanpassingen in de geometrie nu volgens hem bereikt. Zelf kan ik het subtiele verschil tussen beide generaties moeilijker inschatten, maar dat de nieuwe SuperSix EVO heerlijk rijdt, valt niet te ontkennen. Vooral de balans in de fiets maakt dit voor mij een prima allrounder. Je stuurt hem lekker direct door de bochten terwijl hij toch ook meteen vertrouwen biedt.

Deze Cannondale is een fiets waarop je je snel op je gemak voelt, met de lichte loop die je van een topfiets verwacht. Toch laat hij zich goed in de hand houden wanneer je een keertje op de trappers loopt bergop of na een bocht. Hij is niet overdreven speels of lichtvoetig, maar biedt toch een zekere ‘fond’. Dat heeft trouwens te maken met de versie die ik kon testen: de SuperSix EVO 1. Die heeft een Hi-Mod frame, een SRAM Force AXS 2×12-speed groepset, de SystemBar Road cockpit en hoge Reserve 57/64-wielen met DT Swiss 240 naven. Met een gewicht van 7,3 kilo in maat 56 zit die niet in de allerlichtste regionen die je met een LAB71-frameset wel bereikt. Al voelde dat tijdens de beklimming van Els Angels dus helemaal niet als een probleem.

Voor de echte ‘weight weenies’ worden de SuperSix EVO 1 én het SuperSix EVO LAB71-topmodel trouwens ook uitgebracht in een vederlichte SL-variant. Die heeft dan een aangepaste SystemBar Road SL-cockpit van amper 265 gram en een stel lichtere wielen. Op het LAB71-topmodel zijn dat DT Swiss ARC1100-exemplaren, op de SuperSix EVO 1 SL worden dat wielen met Reserve 34/37 velgen.

Prijsdaling
Net zoals nu al het geval is, komt de nieuwe SuperSix EVO dus in drie framevarianten: met een LAB71 frame, een Hi-Mod frame en een standaard EVO carbon frame.
(Lees verder onder de foto’s)



Die drie versies verschillen van elkaar qua gewicht en stijfheid. De EVO 1 is de enige fiets op de productladder met een Hi-Mod frame, de EVO 2, 3, 4 en 5 doen het met een standaard EVO carbon frame. Prijzen variëren tussen € 12.799 voor de extra lichte SuperSix EVO LAB71 SL en € 4.499 voor de SuperSix EVO 5. Die laatste wordt afgemonteerd met een Shimano 105 Di2-groep, Vision SC45-wielen en een Vision Trimax carbon aerostuur met losse, merkeigen stuurpen.
(Lees verder onder de foto’s)


Maak je even de vergelijking met de prijzen van het vorige Cannondale-vlaggenschip, dan wacht je trouwens een aangename verrassing. De SuperSix EVO is immers in elke uitvoering wat goedkoper geworden. De fiets die nu SuperSix EVO 1 heet en € 8.499 kost, was voorheen de SuperSix EVO Hi-Mod 2 en kostte € 8.999. Bij de LAB71-topmodellen is het prijsverschil nog groter: voor een SuperSix EVO LAB71 betaalde vroeger maar liefst € 15.499, terwijl dat nu nog € 11.999 is.
Meer info over de verschillende afmontages en kleurencombinaties, vind je op de website van Cannondale!
Op het Grinta! YouTubekanaal vind je een video over deze eerste indruk in Girona!



