La course au soleil ligt alweer een tijdje achter ons. In augustus reden Sanne en ik onze eigen bikepackversie van deze maartse rittenkoers. Na ons LEJOG-avontuur van vorig jaar wilden we een nieuw avontuur met de fiets. Dat mocht logistiek iets eenvoudiger zijn. Hoe we tot deze route kwamen? De auteurs van Great Britain’s Best Bike Ride, de route die we vorig jaar volgden, schreven ook een boek over de route van St-Malo naar Nice. Logistiek is Parijs echter eenvoudiger. Drie uurtjes auto, fietsen naar het Zuiden, nachttrein terug, klaar. We fietsen via een eigen route vanuit de hoofdstad eerst naar het Zuiden via het Centraal Massief, de Puy de Dôme en de Cevennen. Om dan bij de Ardèche de route uit het boek op te pakken en richting Nice te fietsen.


Geen karikatuur
Na drie kilometer fietsen in Parijs staan we op de Côte de Butte de Montmartre. We beklimmen de kasseitjes waarop Wout Van Aert zijn seizoen glans gaf. Het is een helling die groot gemaakt wordt door de vele toeschouwers, want op een vrijdagochtend in augustus is het noch lastig, noch heel bijzonder. Meer nog, hoe dichter je bij het kunstenaarspleintje van Montmartre komt, hoe lastiger het wordt om tussen de bussen fotograferende Japanners te laveren. Een tekening laten maken zit er al evenmin in, want als we die straks twee weken in onze fietstassen proppen, zal er nog weinig ingekaderd moeten worden thuis. We dalen dus snel af naar het centrum, fietsen op het fietspad van de Champs-Élysées, zien nog restanten van de finish van de Tour, riskeren ons leven rond de Arc de Triomphe en nemen de obligate foto bij de Eiffeltoren. Het officiële vertrekpunt. We verlaten de stad en vinden dat niet jammer. Weg van de tig verkeerslichten en alle drukte. Weg van de toeristen.


De kleren maken de man
Vrij snel overvalt ons het gevoel dat we nastreven: ‘onderweg zijn’. Onderweg naar waar? Nice, al is dat niet het meest relevante. De essentie van een bikepack zit hem in het traject, de reis. Onze outfit brengt ons in de juiste stemming. Naast de Grinta!-outfit hebben we namelijk ook een specialleke: de officiële Parijs-Nice-outfit van Santini. De truitjes van Santini dragen felblauwe wolken, een subtiele knipoog naar de koers die eindigt aan de Côte d’Azur, de ‘Koers naar de Zon’. Santini is leverancier van ASO-wedstrijden, officieel partner van Parijs–Nice, dus beter konden we ons niet kleden voor deze rit naar de zon. De perfecte outfit voor een avontuur dat bij ons geen koers is, maar eerder een bikepack naar de zon.


Het allermooiste kasteel
Nu ja, het is al geen koers, en gaat die naar de zon? Evenmin duidelijk. Die zon is reeds overvloedig aanwezig bij het vertrek in Parijs. Als het nog warmer wordt, halen we Nice niet eens, dan zijn we onderweg gesmolten als bikepackers voor de zon. En bestaat de kans dat er in Nice minder zon is dan hier. Een bikepack naar steeds minder zon is echter vooral een leuke titel als je richting Noordpool fietst. De zuidelijke rand van Parijs is niet meteen memorabel. De iconische monumentale gebouwen laten we achter ons, en bij mondjesmaat worden ze vervangen door landerijen en rustieke dorpjes. Dat voelt als een verademing op de fiets. Na een eerste overnachting net onder Versailles volgt een rit van 155 kilometer richting het Kasteel van Chambord. De NO-wind komt als geroepen op de lange wegen rechtdoor naar de stad van Jeanne d’Arc: Orléans. Die stad ontpopt zich trouwens tot een hele leuke en verzorgde plek, en rond het standbeeld hebben zich vandaag legervoertuigen uit een ver verleden verzameld. We verorberen een crêpe bij de grote kerk en fietsen verder naar toch wel het mooiste kasteel tout court. Zoals een kasteel getekend wordt, zoals het hoort te zijn. Dat de douche in onze hotelkamer in het midden van de badkamer hangt, is slechts een kleine terugval in de moraal. Het verhoogt wel het belang van een goede timing in de badkamer, anders zit je met natte voeten op de wc.

Hitte
Nieuwe dag, verder zuidwaarts. 170 kilometer richting Meaulne. We volgen de rivier de Cher, kilometerslang gaat het over een jaagpad. De wind waait nog steeds uit noordelijke richting maar zit door het traject iets minder gunstig dan gisteren. We passeren Bruère, daar waar Vive le Vélo een reportage draaide over het centrum van Frankrijk.
Het is een eer die wordt gesterkt door een monument midden in de straat, maar het dorp straalt verder weinig levendigheid uit. De temperaturen zijn hoog in de dertig. In Meaulne wacht ons een heerlijke B&B, de ijskast wordt er geplunderd en de was droogt er pijlsnel aan de rand van ons zwembadje. De langste rit, en er is ruimte voor een plonsje na de rit. Vive les vacances.




De temperaturen lopen steeds verder op deze week. En vanaf nu doen de hoogtemeters dat ook. Een zware rit richting de Puy de Dôme staat op het programma. In de index (hoogtemeters ten opzichte van afstand) van onze route markeren we deze rit zelfs als het zwaartepunt van de reis. Het begint nog vriendelijk, met zonnebloemen en lavendelvelden die hun kleur al wat verliezen laat augustus. Ook een tweede “meest centrale punt van Frankrijk” ligt op ons traject. Er is wat discussie over hoe je dat berekent blijkbaar. En doe je dat met of zonder Corsica? Eén ding is zeker, we fietsen ergens vrij centraal in Frankrijk. Een leegloper breekt het ritme, twee hulpvaardige Franse wielertoeristen polsen of alles goed gaat. “Pas une petite balade, hein?” grinnikt een local nadat ik hem het concept van de trip uitleg. Het zweet drupt van onder onze helmen.



Fringale
150 kilometer, 2600 hoogtemeters, 37 graden. De bidons warmen sneller op dan we ze kunnen leegdrinken. We stoppen zowat elk half uur bij een bakker, een tankstation of een Carrefour om aan te vullen met frisse drank. Lunch: stokbrood met kaas en yoghurt. Te warm voor Snickers. Niet meteen krachtvoer voor de fietser. De hellingen zijn groen, en uitzicht is er zelden door de vele bossen. Het Centraal Massief blijkt vooral een te duchten tegenstander. De Puy de Dôme bereiken we uiteindelijk na een lange dag waarin het licht uitgaat richting eindpunt. Fringale. “La carte, s’il vous plaît.”



De volgende ochtend staan we oog in oog met de beroemde vulkaan. We hadden het plan om hem heimelijk te beklimmen, in alle vroegte, Merckx achterna. Maar het blijft bij plannen. Het is eigenlijk verboden, de benen zijn moe van gisteren, en vooral: er dreigt onweer vandaag. Het begint al meteen licht te regenen na het ontbijt, wanneer we pakweg vijfhonderd meter ver zijn. Na een week van grote hitte in Frankrijk slaat het weer nu een tweetal dagen helemaal om. We zetten de tocht verder met de buienradar bij de hand. Het landschap verandert elke kilometer. Waar de dagen voordien weinig uitzicht boden, is het nu plots groots, open en… mistig. Mont-Dore, waar de Tour een paar weken eerder finishte, ligt ons aan te gluren. Het Centraal Massief voelt desolaat, ruig en vol LEJOG-vibes. Even wanen we ons terug in de UK. Lege wegen, eindeloze heuvels en dat onweerstaanbare gevoel van onderweg te zijn in een wereld die we niet kennen.




Met de fiets?
Lunchen doen we in een restaurantje midden in het niets, waar het binnenin verrassend druk is. Van waar komen al deze mensen? Het is een gezellige plek, lokale keuken. Ik bestel een croque-monsieur en krijg een berg van gesmolten kaas. Wellicht van de koeien die hier zo talrijk zijn. Moet er na de middag nog geklommen worden? Want dit gaat wel een beetje tijd vergen om te verteren. Buiten regent het alweer. We stapten binnen met een zonnetje en komen buiten in een eindige wereld lijkt het wel. Bij ons vertrek is alles in mist gehuld; zichtbaarheid: nihil. We gaan echter door, een beetje regen wordt al snel veel regen. Al zijn het vooral korte en hevige buien die ons treffen. Het blijft wisselvallig tot Saint-Flour, een schilderachtig dorpje op een bergtop. De B&B bij Madame Fabienne is een huis uit 1850. “Vous êtes venus à vélo ?” Dat had ze duidelijk niet verwacht en ze lijkt er ook niet al te gelukkig mee. Maar gaandeweg, terwijl ze ons naar de kamer op het derde verdiep van dit prachtige herenhuis wijst, wakkert de nieuwsgierigheid in ons project aan. In no time evolueert onze babbel van “Hoezo, je hebt enkel fietsen mee?” naar een gezonde nieuwsgierigheid waarbij ze alles wil weten van onze trip. En ons de weg wijst naar de beste eetplekjes van het dorp, iets wat we ons die avond niet betreuren. Een romantisch tafeltje voor twee bij het raam. “Voici, la meilleure table.” Helemaal klaar voor het tweede deel van de trip.




