Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

COO-TACOLLEN rond de waterval

Cotacollen doen we dit jaar. Cota-wat? Ruim vijfendertig jaar geleden kregen twee vrienden, Jean-Pierre Legros en Daniel Gobert, het gekke idee om duizend Belgische hellingen in kaart te brengen. Duizend! Dat het eventjes duurde spreekt voor zich, maar ze slaagden in hun opzet. Vier jaar later werd de Cotacol Encyclopedie boven het doopvont gehouden. Duizend hellingen met afstand, hoogtemeters en profiel per hectometer. Baanbrekend werk in die tijd. Wij gaan zes edities lang op jacht en kiezen in verschillende regio’s vier hellingen uit. Via de Cotacol-app en Strava kan je mee op Cotacoljacht. Ben jij er al aan begonnen?

Digitaal

Cotacollen kan inmiddels ook digitaal. Bert Nijs heeft alle hellingen gedigitaliseerd. Naast een app is er ook een website beschikbaar. Deze kan je koppelen aan Strava, het laat je toe zelf aan Cotacolhunting te doen. In deze editie gaan we op jacht in het wielerhart van de Ardennen. In de omgeving ten zuiden van Luik wemelt het van de hellingen. Kiezen is verliezen. Onze keuze viel op de op één na langste beklimming van ons land, een onbekende zijflank van de Côte de Wanne en twee hellingen uit de top vijf van zwaarste beklimmingen van ons land. In de online route beklim je die bovendien vlak na elkaar. Een verwittigd man/vrouw is er twee waard.

Beginnen doen je bij Rahier of bij Le Coffee Ride, de koffiebar vlakbij de waterval waar je ook kan overnachten. Start je bij Rahier, dan is Le Coffee Ride je ideale tussenstop. Je begint dan met een afdaling en een eerste helling die je met enkele haarspelden richting Xhierfomont brengt. Dit is ook een Cotacol helling (nr 678), maar niet één van de vier die we vandaag in de kijker zetten. Via Rahier centrum en Cheneux gaat de route dan omhoog richting Col du Rosier. Maak je op voor een erg lange beklimming met halfweg een passage door La Gleize.

Cotacol nr 441: Côte du Rosier-Sud, La Gleize

Lengte 9200 m – Hoogteverschil 361 m – Gemiddeld 3.9 % – Cotacolpunten 271

De Rosier is met zijn 564 meter hoogte een van de hoogste punten in ons land. Boven staat een heus colbordje dat je bovendien vanuit drie verschillende invalshoeken kan bereiken. Optie één is vanuit Spa. Deze zijde is ook bekend van de Rosiertest. Tijdens La Doyenne komen de profrenners eerder vanuit Ruy, om dan vervolgens af te dalen naar La Gleize. De afdaling die zij doen, is de beklimming waarover het hier gaat. Alleen is de echte voet van deze helling niet La Gleize. De echte voet ligt bij de brug over de Amblève, ruim 2.5 kilometer lager. Vertrekken doe je dus in het gehucht Cheneux.

Kijk je tijdens die eerste kilometer eens over je schouder, zie je een mooi tafereeltje. Je bent begonnen aan de op één na langste beklimming van België. De percentages zijn met drie à vier procent erg mild. Het asfalt is goed en het uitzicht nog beter. In La Gleize slinger je prachtig door het dorp, langs de kerk en de oorlogstank. Op de hoofdweg aangekomen moet je vrijwel meteen afzwenken richting Spa. Die afslag is bij het hotel-restaurant Aux Ecuries de la Reine, uitgebaat door de schoonouders van Lawrence Naessen. Daar zit ook de piek van deze beklimming: kortstondig tien procent. Na La Gleize volgt een heuse beklimming met nog meer dan zes kilometer door een grandioos landschap. Het uitzicht aan de rechterkant is weids. Geregeld lopen de percentages op tot zeven procent maar het wordt nooit steiler. Je klimt alsmaar verder tot het colbordje: Col du Rosier.

Na deze afdaling kom je op de hoofdweg tussen Trois-Ponts en Remouchamps. Bij Le Coffee Ride kan je koffie tanken. Let op, deze koffiebar is ook de voet van de tweede helling dus bij de start is het meteen koekenbak. En niet een klein beetje ook.

Cotacol nr 833: Thier de Coo, Stavelot

Lengte 2500 m – Hoogteverschil 216 m – Gemiddeld 8.6 % – Cotacolpunten 322

“Grote moeilijkheidsgraad en traject van grote allure”. Zo wordt de beklimming aangekondigd in de Encyclopedie. De voet van de helling nestelt zicht in de bochtencombinatie bij Le Coffee Ride, het fietshotel waarvan ten tijde van de encyclopedie nog lang geen sprake was. Qua opbouw is de helling gelijkaardig aan de Stockeu. Na 800 meter aan meer dan tien procent krijg je een fantastisch uitzicht rechts, maar de kans is groot dat je hier geen oog voor hebt. Even verderop piekt de helling naar zeventien procent in een loodzware vierhonderd meter met dubbele cijfers. Vervolgens geraak je meer en meer omringd door bomen en rest enkel de strijd tegen de helling. Na 1350 meter moet je links afslaan op de Chemin des Masures. Het is meteen ook een afsluiten van het lastigste deel. Je klimt langs deze weg door tot de eerste huizen van het gehucht Ster. Meteen is ook duidelijk waarom deze helling minder vaak in eens koers terechtkomt. De afdaling over smalle wegen richting Stavelot laat het niet toe qua veiligheid.

Bij Ster heb je trouwens de mogelijkheid een extraatje te doen. Bij de top na 2600 meter kan je linksaf nog tweehonderd meter doorklimmen om op 346 punten uit te komen. Hetzelfde kan je vierhonderd meter verder doen om zelfs 358 punten te bereiken. Beide hellingen lopen echter dood, waardoor ze niet in de encyclopedie zijn opgenomen en de Thier De Coo het moet doen met een vierde plaats in het klassement.

Erger nog, er volgt amper recup om een nog zwaardere helling te bedwingen: de gevreesde Stockeu.

Cotacol nr 832: Sur le Stockeu, Stavelot

Lengte 2300 m – Hoogteverschil 227 m – Gemiddeld 9.9 % – Cotacolpunten 340

De ‘Stockeu’, zoals hij in de volksmond heet, hoeft uiteraard niet voorgesteld. Net zoals de Rosier vertrek je bij de brug over de Amblève. Deze keer ligt die brug wel in het van Stavelot, een Waals stadje beazaaid met kasseien in het centrum. Deze steile helling zit vaak in wielerwedstrijden, maar even vaak doet men slechts een deel van de officiele helling aan. Bij bij het monument ter ere van Eddy Merckx wordt er bijna altijd afgedraaid naar beneden om terug in Stavelot uit te komen. Dat monument werd trouwens ingehuldigd in 1993, op de vooravond van Luik-Bastenaken-Luik. “Eddy Merckx, champion cycliste du 20ème siècle”, staat er te lezen.

Het steilste deel heb je daar inderdaad achter de kiezen. In die eerste kilometer kom je niet uit de dubbele cijfers als percentages. Twee keer gaat het honderd meter aan veertien procent, en naar het einde van dat eerste deel is er zelfs een piek van meer dan twintig procent. Op het wegdek zie je de herinnering aan wedstrijden die er hebben plaatsgevonden. Cotacoljagers draaien echter niet af bij het beeld, ze fietsen door en houden bij de tweesprong even verderop links aan. De helling wordt makkelijker maar zakt nooit onder zes procent. Bij het bereiken van de top heb je een prachtig uitzicht op de heuvels aan de overkant van de vallei. Op de top verzamel je 340 cotacolpunten. Slechts een helling doet beter. Stop je bij het standbeeld, moet je het doen met 240 cotacolpunten. “Internationale helling van zeer hoog niveau.”, besluiten de auteurs van de Encyclopedie Cotacaol.

Het zware tweeluik heb je nu gehad, er volgt een lange afdaling. Onderschat echter ook de laatste helling niet. Dit is een zijkant van de Côte de Wanne en moet daar niet veel voor onderdoen.

Cotacol nr 949: Cote de la Neuville, Wanne

Lengte 2400 m – Hoogteverschil 194 m – Gemiddeld 7.9 % – Cotacolpunten 236

Een onbekende helling met top in het dorp Wanne, dat veel meer bekend is. De kaart leert ons dat Wanne vanuit zuidelijke zijde op verschillende manieren te bereiken is. Er is de beklimming die de hoofdweg volgt en in de koers beklommen wordt: de Côte de Wanne (Cotacol 952). Even verderop slingert een weg zich langs Spineux naar boven: Côte de Spineux (Cotacol 950). Daartussenin geprangd zit deze helling: Côte de la Neuville.

Vanuit Grand Halleux richting Trois Ponts sla je bij de  afslag naar Wanne rechtsaf, en vrijwel meteen nog eens richting Neuville. De weg slingert zich richting en door het gehucht Neuville. Van de gekozen selectie is dit wellicht de mooiste helling, met voortdurend uitzichten in alle richtingen. De passage door Neuville is pittoresk. De hellingsgraad is eerder wispelturig: bijna voortdurend schommelen de percentages heen en weer tussen pakweg zeven en twaalf procent. In totaal krijg je zo maar liefst zeven hectometers aan meer dan tien procent te verwerken, dus onderschat deze helling ook niet. Het gaat in totaal 2.5 km aan acht procent. Na bijna een kilometer klimmen houd je links aan langs het smalle baantje. “Route non traité”, staat er te lezen. De kwaliteit van het wegdek gaat er inderdaad niet op vooruit. Pas als je goed 700 meter verder op de hoofdweg bent, wordt het makkelijker en beter asfalt. Dit is het stuk waar de drie varianten gemeenschappelijk richting top gaan. Gemiddeld is het hier nog amper vijf procent klimmen.

Na deze beklimming rest nog de lange afdaling over de Cote d’Aisomont tot in Trois-Ponts, van waaruit je over de Côte de Brume terug naar het startpunt gaat. Start je bij Le Coffee Ride, dan zal dit je eerste helling zijn. Ook een Cotacol helling trouwens: Côte de Brume-Est I, nr 886. Op het einde van je fietsdag vink je dus maar liefst zes hellingen af van je lijstje.


Gerelateerde artikels