Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Bike Madrid-Lisbon: de Ronde van ‘Leeg Spanje’

Remco Evenepoel blijft ons kippenvel bezorgen in Spanje. Met een ritzege op de Alto de Piornal kleurde hij zijn rode trui knalrood. En dat is maar nét onder de bergketens die wij overwonnen in deel 2 van Bike Madrid-Lisbon: Sierra de Gredos en Sierra de Francia. We rijden in 9 etappes over het Castiliaans Scheidingsgebergte. Met bekende cols uit de Vuelta, en minder bekende maar mooiere cols in Portugal. Grinta! reed mee.

El Barco de Ávila-La Alberca: Vuelta a España Vacia

We rijden 2 kilometer en mijn schoenplaatje breekt. Vicky vergezelt me terug naar het hotel om het te vervangen. Daarom zijn we de eerste 40 kilometer we op achtervolgen aangewezen.

De rit begint meteen met een zware col van 11 kilometer: Puerto del Tremedal, top op 1637 meter. De weg klimt door spookdorpen. De benen zijn nog niet wakker en de hellingspercentages voelen steil aan.

Als we boven alles uitklimmen en de open vallei zien, verschijnt een verre horizon met kegelvormige bergen.

De afdaling biedt misschien wel de mooiste uitzichten tot nu toe: een gigantische vallei, een smal asfaltbaantje dat je doet smeken om een gravelbike, slingerend als een lint op de flanken van de groene berg. Ik ben eenzaam en alleen in dit machtige schilderij, de koeien op de weg niet mee gerekend.

Na een volgende reeks klimmetjes zitten de anderen ons op een terrasje in Candelario op te wachten. Kasseien, steile smalle steegjes, witte huizen, houten balkons: dit behoort tot de mooiste dorpen van Spanje.

De volgende beklimming begint in een bomentunnel die beschutting biedt tegen de zon. Maar uiteindelijk komen we toch weer boven in de vlakke zon, langs en boven de Navamuno-dam op 1250 meter hoogte.

De afdaling biedt een spectaculair zicht op het dorpje La Garganta op de bergflank. Ik ontsnap samen met Jos. We komen samen aan op de plaats waar de bevoorrading zou moeten zijn.

‘Paulo heeft een probleem met de volgwagen’, zegt Renato als hij samen met de anderen toekomt. ‘Hij reed zich vast in een steegje in een klein dorp. We zoeken best een restaurant om te eten.’

Renato is duidelijk zenuwachtig. Als ‘ridemeister’ wil hij de deelnemers aan perfécte belevenis bezorgen. Hij excuseert zich, maar niemand neemt hem iets kwalijk.

Hij weet natuurlijk dat horecagelegenheden zeldzaam zijn in ‘España Vacía’ (Leeg Spanje, zoals dit door God verlaten Spaanse binnenland genoemd wordt).

Maar in een van de smalle steegjes van Lagunilla, zo’n dorpje met witte huizen, zitten een paar mensen op stoelen voor wat lijkt op een café. Renato vraagt de barman of we kunnen eten. Dat wordt behelpen: hij kan broodjes met kaas, tomaten en tortilla maken. En pizza.

Na de middagpauze volgt dé afdaling van de dag. 16 kilometer spectaculair dalen door een landschap dat barst van de idylle. Door olijfboomgaarden met verre uitzichten op de bergen. Een stuk van de afdaling werd een paar weken geleden zelfs vers geasfalteerd.

Beneden stroomt de rivier de Alagon door de vallei. In hete haardrogerlucht gaan we 20 kilometer klimmen naar La Alberca. Ik klauter eerst naar de rivier en ga er helemaal in liggen. Kletsnat van kop tot teen spring ik op de fiets en begin ik eraan.

Ik houd ervan om een lange beklimming met achterstand te beginnen en dan te jagen op de anderen.

Aan een bron drink ik meteen twee bidons.

-‘Het is gewoon water’, merkt Kobi op.

-‘Ja, kijk hoe wij ons als hongerige wolven op water storten!’, antwoord ik.

Voor de rest van de beklimming koos de organisatie voor een smal baantje vol putten en grind, maar wel prachtig kronkelend door de bomen tot we uiteindelijk de dorpen Monforte de la Sierra en La Alberca op de groene flanken zien verschijnen.

De route gaat langs het dorp door, recht naar het hotel 3 kilometer verderop. Waarom de route niet even door dit unieke middeleeuwse dorp trekken? Vakwerkhuizen in prachtige, oude witte steen met bovenverdiepingen van hout. Overal bloemen aan de balkons. Dat moet je gezien hebben.

De ritten worden zwaarder en mooier, de hotels luxueuzer. Hotel Abadia de los Templarios is een dorp op zich, in de traditionele architectuur van La Alberca. Een reusachtig domein mét een heerlijk zwembad.

Vanaf nu zal elke dag meer wilskracht nodig zijn. Bij sommigen beginnen de twijfels en de vermoeidheid toe te slaan.

La Alberca-Sabugal: Hoofd in de wolken

Peña de Francia, een van de mooiste beklimmingen uit de Vuelta, brengt ons met onze hoofden in de wolken. Het is een reuzerots die hoog uit het landschap oprijst. Aan de voet zien we de top al liggen, maar al snel verdwijnt hij uit het zicht als we het bos inrijden, om in de haarspeldbochten weer tevoorschijn te komen. 

11 kilometer klimmen naar 1727 meter hoogte. We rijden vandaag 145 kilometer en overwinnen 2500 hoogtemeters in de meest geïsoleerde stukken van de Sierra de Francia. En uiteindelijk een intocht in… Portugal!

De Peña de Francia geeft je dat unieke ‘dak van de wereld’-gevoel. Iedereen wordt er euforisch van. In de Vuelta moet deze beklimming heroïsche beelden opleveren.

De weg leidt naar een kerk, een klooster en een gasthuis op de top: Nuestra Señora de la Peña de Francia, door monniken in de 15e eeuw.

Daar moeten we terugkeren, maar ergens nemen we een scherpe afslag naar rechts en daar zien we de weg van de afdaling kilometerslang voor ons uit slingeren.

Dit zijn heerlijke afdalingen om je aerodynamische afdalingskills te oefenen en toe te passen. Er zijn goede en minder goede dalers in de groep, dus tijdens een afdaling van 16 kilometer ontstaan grote tijdsverschillen.

Het hoogteprofiel van deze etappe ziet er, op de Peña de Francia na, vlak uit. Niets is minder waar. De wegen door de leegte van de provincie Salamanca golven op en neer. Een onophoudelijke opeenvolging van klimmetjes van telkens een paar 1000 meters, met daarna heerlijke afdalingen. Inspanning, beloning, inspanning, beloning,… Een achtbaan voor reuzen.

Ik rijd weg met Jos, maar na een tijdje ga ik alleen op in de eenzaamheid van deze dorre landschappen, aan de horizon de verre silhouetten van bergen.

Na 7 klimmetjes op 30 kilometer krijg ik een berichtje: ‘We zitten in Bar El Yugo in Agallas.’ Ik rijd terug naar beneden tot in het dorp, een typisch Spaans dorp badend in de hete middagzon, de paar honderd inwoners binnen in hun gesloten huizen. Kobi bestelt een biertje. Is dat wel een goed idee bij deze hitte?

De volgende 30 kilometer zijn zinderend! Jos, Thibo en ik blijven iets langer in de bar zitten, als de rest al vertrokken is. Dan beginnen we aan een achtervolgingstijdrit. De golven zijn minder steil, tot maximum 2%. Het laat een stevige cadans toe, en zeker in de afdalingen en vlakkere stukken vlammen we met z’n drieën aan 45 km/u door uitgestrekte velden en smalle steegjes van lege dorpjes.

Juist voor de witte huisjes van Robleda zien we de groep rijden. ‘Komaan, Remco’!, roep ik als Jos aan de kop gaat sleuren. ‘We hebben ze!’

We hergroeperen en zetten de ploegentijdrit verder met 7. Het draait vlot rond. Kobi gaat er zelfs even alleen vandoor. We zien hem als een klein stipje voor ons uitrijden, de grote leegte in, over het in het zonlicht blinkend asfalt. ‘Kobi, wat is je geheim? Dat biertje?’, lach ik als we hem terugpakken.

Paulo stalde een koninklijke lunch uit op een stenen tafel in een park. Salades, fruit, brood, dadels, kazen, noten, noem maar op. En dan haalt hij drie dozen ijscrème boven. Iedereen trekt grote ogen.

‘Mo, vint toh, ’t lwood zit in mn bjinn’, zegt Thibo in het West-Vlaams als we ons na zo’n lunch terug op de fietsen hijsen.

Van hier tot de Portugese grens is het nog 25 kilometer.

‘Voel je de roep van je land, Renato?’, vraag ik.

‘Nee, het duwt me weg’, grapt hij over de tegenwind.

Op de laatste beklimming voor de grens valt de groep toch uit elkaar. Sommigen krijgen het moeilijk in de hete zon. We wachten, uiteraard, voor de eerste groepsfoto op Portugese bodem.

De dorpjes zien er meteen anders uit. Hele dorpen vol Portugese kasseien, het is prachtig erfgoed. Maar soms een geseling voor de fiets.

De laatste 40 kilometer tot aan het hotel gaan de 3 Belgen er alleen vandoor. En als deze 3 Belgen samen rijden, ontstaat er steevast een ploegentijdrit.

Op de laatste beklimming is het alsof we in stilte denken: ‘Is hij kapot? Als ik nu demarreer, zal hij mijn wiel lossen of nog over me springen? Het is een risico. Ik speel beter veilig en wacht af tot het allerlaatste moment.’

Op 100 meter voor de top komt de demarrage er toch niet, we komen samen boven met een high five! Leuk, die gezonde competitiviteit.

We bollen uit tot aan het hotel, een spa. De harde waterstralen in het zwembad geven een ongelooflijke massage. De spieren los voor morgen, want dan wacht de koninginnenrit met de langste beklimming van de tocht.

Meer informatie over Bike Madrid-Lisbon vind je hier.

Deel 1 lees je hier.

Gerelateerde artikels