Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Bike Madrid-Lisbon: de Vuelta achterna, maar dan mooier

Nu Remco Evenepoel op het punt staat om in Spanje onze nationale volksheld te worden, is de tijd rijp om nog meer de Iberische parels op te zoeken. Bike Madrid-Lisbon is een van de mooiste fietsreizen van Europa. In negen etappes over het Castiliaans Scheidingsgebergte. Met bekende cols uit de Vuelta, en minder bekende maar mooiere cols in Portugal. Grinta! reed mee. Vandaag deel 1: de Spaanse Hoogvlakte, Sierra de Guadarrama en Sierra de Gredos.

Madrid-Rascafria: Het maanlandschap in

Puerta del Sol, het nulpunt van alle snelwegen die sinds de achttiende eeuw uit Madrid vertrekken: dit plein in de Spaanse hoofdstad is ook onze kilometer 0 op een tocht van 1100 kilometer en 18.000 hoogtemeters over het Castiliaans Scheidingsgebergte, een Iberisch gebergte met toppen tot 2600 meter hoogte.

Onze groep is klein, maar fijn: de Portugezen van organisatoren Portugal Nature Trails (Renato, bescheiden gids op de fiets; en Paulo, volgwagen en onnavolgbare bevoorradingen), de Belgen Jos, Thibo en ikzelf, de Israëli’s Naama en Kobi, en de Zuid-Afrikaanse Vicky.

De eerste etappe leidt ons via een prachtig fietspad – de Groene Fietsgordel – weg uit het drukke Madrid. Het klimt golvend de hoofdstad uit, de uitgestrekte leegte in. Hoe hoger we gaan, hoe grandiozer de uitzichten over het maanlandschap.


Na een stevig klimmetje naar Miraflores de la Sierra staat Paulo op een pleintje te wachten met de bevoorrading: brood, kaas, dadels, meloen, noten en zoveel meer. Het is duidelijk dat Portugal Nature Trails niet aan haar proefstuk toe is. Ze organiseren al 15 jaar fietsreizen vanuit een ‘cultuur van respect voor natuur en mens’.
Na de picknick beginnen Jos en Thibo met een voorsprong aan de beklimming van 9 kilometer naar Puerto de la Morcuera, een bergpas op 1796 meter hoogte in de Sierra de Guadarrama. Ik vertrek met Vicky. Het is 35 graden en de zon brandt ongenadig hard.

De eerste helft, met een constant stijgingspercentage van 7%, hang ik in Vicky’s wiel. De 2 Belgen halen we in. De tweede helft is zwaarder. De stijgingspercentages gaan crescendo, net zoals de uitzichten over de vallei.

Op de top verschijnt een kaarsrechte weg van golvend asfalt. Sprinten tot kruissnelheid! Op een paar haarspeldbochten na zijn de bochten nooit scherp. Met snelheden tot 70 km/u ben ik in geen tijd beneden in Rascafría op 1129 meter hoogte.

Rascafria-Avila: ‘Drie maanden hel’


Vroeg vertrekken om de hitte voor te zijn. Dat is het plan. We rijden dwars door de Meseta Central, de Spaanse Hoogvlakte, in een rit van 123 kilometer en 2000 hoogtemeters. Over dit onmetelijke plateau wordt wel eens gezegd: nueve meses de invierno, tres meses de infierno. Negen maanden winter en drie maanden hel.

De opkomende zon zorgt voor gouden stralen tussen de pijnbomen op de beklimming van de Puerto de Cotos, een col van 16 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,5% maar met pieken tot 10%.

Vicky, Renato en ik houden een stevig tempo aan. Juist voor de top op 1830 meter hoogte klimmen we boven de bomen uit en verschijnt een magistraal uitzicht: bergrug achter bergrug in ochtendnevel gehuld. Een voorrecht om de Sierra de Guadarrama op dit magische uur te mogen aanschouwen.

‘Have fun!’ roep ik als iedereen boven is en we de afdaling aanvatten. En weg ben ik. 15 kilometer lang genieten op de roetsjbaan, tot beneden in het geïsoleerde dorpje Valsaín.

‘En nu, geniet van de vallei’, zegt Renato. Dat is een understatement. ‘Hoe zou je deze weg omschrijven?’, vraag ik aan Naama. ‘Iets met vloeiend, een rivier, een windtunnel’, antwoordt ze.

Heerlijk kronkelend en op en neer golvend, met slechts nu en dan pittige klimmetjes, om boven weer naar beneden te duiken en vollen bak te verder te vlammen. Overal rondom ons wit dor gras en plukjes bomen, aan de horizon de bergketen.


Na 10 kilometer verandert de vloeiende rivier in een slang die naar boven kronkelt: 9 haarspeldbochten op amper 1 kilometer. Recht in de trappers naar boven tot we Vicky, Jos en Thibo op een terrasje van een typisch Spaanse bar tortilla zien eten. We zijn in het dorpje Navas de Riofrio en maken er een lange pauze van.

‘Probeer een beetje te doseren’, zegt Renato. ‘De grote col mag dan wel achter de rug zijn, wat nu volgt, is een ander soort zwaar: een eindeloze weg die constant op en neer golft. En 2 redelijke steile beklimmingen.’

Boven op de eerste klim wacht ik Vicky op. We duiken samen naar beneden. De volgende 10 kilometer rijden we samen, over de steile klim langs de stuwdam in de Rio Moros. Het levert prachtige uitzichten op, als wij steeds hoger klimmen en het stuwmeer steeds kleiner wordt.

In El Espinar staat Paulo te wachten met weer zo’n ongelooflijke bevoorrading. ‘Dus, jouw plan is om elke dag een nog meer rijkelijke bevoorrading dan de vorige te organiseren? Zodat we op het einde niet meer op onze fiets geraken?’, grap ik. Er staat nu ook salade, naast de heerlijke dingen die er gisteren ook al waren.

Renato waarschuwt ons nog maar eens. Want niemand van ons verwacht het fenomeen dat we nu zullen trotseren: de Carretera de Ávila. 40 kilometer kaarsrecht rechtdoor, door het lege maanlandschap op 1300 meter hoogte. De golven zijn reusachtig en dat betekent: soms een paar kilometer klimmen, maar altijd daarna de duik naar beneden.

‘Zijn jullie klaar?’, roep ik Jos en Thibo toe als er weer zo’n duik volgt, een lange deze keer. En bam. Ontploffen. Ik begin een tijdrit aan 45-50 km/u. Het is stevig balanceren, want de rukwinden in onze zij geven ons geregeld een snok van links.

De 2 West-Vlamingen houden mijn wiel. Ik doe teken dat ze moeten overnemen, maar dat gebeurt niet. Ik klop op mijn stuur, en roep: ‘Ik voel me hier precies Evenepoel, zeg!’ Nochtans is het Jos die getooid is in Quickstep outfit. Hilariteit alom.

‘Stel je voor om hier met een peloton over te rijden’, zeg ik. ‘Of een tijdrit organiseren’, zegt Jos. Het zou spektakel opleveren. Iets voor de Vuelta?


Na anderhalf uur rechtdoor rijden, draaien we Ávila binnen. Dit is de hoogst gelegen stad van Spanje op 1127 meter hoogte, langs alle kanten omringd door woestijn. De imposante middeleeuwse stadsmuur van 3 meter dik torent boven de Spaanse Hoogvlakte uit.

We verblijven in Hotel Palacio de los Velada, een paleis in de oude stad van Ávila, Unesco-werelderfgoed. ‘Heeft de Koning van Spanje hier gewoond, of zo?’, is mijn eerste reactie.

Avila-El Barco de Avila: Geen levende ziel te bespeuren

Sierra de Gredos: het Vueltapeloton bevindt zich op dit moment niet ver onder dit paradijs van dorre berg- en woestijnlandschappen, rotsformaties, asfaltbaantjes kilometers voor je uit kronkelend, verre valleien, rivieren en eenzame dorpjes. Wij rijden er dwars doorheen.

Op de top van de eerste beklimming krijgen we een uitzicht op bergpieken waar we allemaal ‘wauw’ bij zuchten. De weg duikt de diepte in, fenomenaal langs het dorpje Riofrio. En dan begint er wéér zo’n op en top Spaanse kaarsrechte weg dwars door de leegte.

De zon brandt nu al hard op onze hoofden. Een groot deel van de rit zullen we onbeschut rijden in de open hoogvlakte. De dorpjes die we doorrijden: geen levende ziel te bespeuren. Solosancho, Robledillo, La Hija de Dios,… Een verzameling huisjes in de onmetelijke woestijn, meer lijkt het niet.

Op de grootste beklimming van de dag, Puerto de Menga, een col op 1564 hoogte, gaan Vicky en ik er alleen vandoor. Diep onder ons zien we de kleine figuurtjes van de anderen in de haarspeldbochten.

Puerto de Menga is een deur naar de andere kant van de hoogvlakte. Daar begint al snel een volgende beklimming van 8 kilometer, met zelfs een steil stuk tot 14% naar de top op 1666 meter hoogte.

‘In de verte kan je de Pico Zapatero zien, de vierde hoogste berg van het Castiliaans Scheidingsgebergte, op 2158 meter hoogte’, zegt Renato. We zijn allemaal best goede fietsers, maar sommigen hebben het iets moeilijker. Juist daarom is het bijzonder dat we samen op deze uitzonderlijke plek zijn geraakt, met de fiets.

De afdaling is… soms vind ik de woorden niet meer. Ik zou mijn gevoel willen kunnen beschrijven als ik over het smalle asfaltbaantje rond de hellende flanken naar beneden vlieg.

10 kilometer verder rijden we binnen in een natuurpark, een paradijs. Voor de eerste keer vandaag rijden we tussen bomen. En daar ergens, aan de rivier de Tomes met zijn kristalheldere water, op 1375 meter hoogte beschut tussen de bomen, is Paulo zijn picknick aan het uitstallen op een stenen tafel.

‘Verdwijn! Nog 5 minuten! Alles moet perfect klaar staan!’, zegt hij. De man maakt er elke dag een punt van om ons zo goed mogelijk te verwennen.


Na deze middagmalen voelen we ons allemaal loom. Maar de benen worden snel wakker: meteen na de bevoorrading begint een zwaar klimmetje. Ik doe het rustig aan en blijf achteraan hangen. Maar eenmaal ik mijn ritme terug gevonden heb, klim ik de rest voorbij.

Jos, die doorgaans rustiger klimt, is vandaag duidelijk ‘in form’. Hij zal van hier tot het einde mee aan de kop rijden. We vatten samen de afdaling aan, en dat is de volgende weg die een plek in elke reisgids over Spanje verdient.

Een maanlandschap met bergen overal waar je kan zien, een asfaltweg die smaller wordt en ons naar nog geïsoleerdere plekken brengt, die van hoog naar diep in het dal achter bergflanken wegkronkelt, op en neer golft en heerlijke sprintjes bergop toelaat met daarachter weer een duik in de diepte. Langs ons een diepe kloof met beneden het riviertje, en een imposant stuwmeer midden in de natuur.

In Bohoyo, waar we samen iets drinken in een bar aan de rivier, neem ik een bad in het natuurlijk bubbelbad met watervalletjes van ijskoud water. Stevige opkikker.

De laatste 20 kilometer: tijdrit. 45 km/u. Tot aan de middeleeuwse brug over de rivier de Tomes in El Barco de Ávila. Het hotel, Puerta de Gredos, is een statige villa op het platteland. Routine: douchen, siësta, avondeten, slapen. Morgen klimmen we naar de Sierra de Francia, een bekende Vueltaklim.

Meer informatie over Bike Madrid-Lisbon vind je hier.







Gerelateerde artikels