Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Voor Harry en alle anderen

“Ge zijt zot, zeker?” en “Zie je het zitten?”: het zijn de vragen die ik de voorbije weken herhaaldelijk naar mijn hoofd kreeg geslingerd. Niet onlogisch: er zijn weinig fietsers die overwegen (laat staan het werkelijk ook ‘doen’) om vier dagen na elkaar telkens 250 km af te haspelen. Ik doe het wel! Samen met tientallen anderen. En toch hoeft er geen stempel ‘INSANE’ op ons voorhoofd te worden gedrukt. Er is immers een hoger doel mee gemoeid. Dat hoger doel is ‘De 1.000 km van Kom op tegen Kanker’: in vier etappes Vlaanderen doorkruisen met de fiets. De opbrengst (elk startend team diende 5.000 – inderdaad, da’s een smak geld – euro te verzamelen) van deze marathonfietstocht gaat naar de strijd tegen kanker.

Ik wil graag diep gaan en grinta tonen voor de strijd tegen kanker. Deze uitspraak en dit engagement klinkt sommigen misschien melig in de oren maar dat mag zo niet worden geïnterpreteerd. De reden ligt voor de hand: iedereen kent wel iemand die te kampen heeft (gehad) met kanker. Ook ik. Mijn beide grootvaders heb ik nooit gekend. Ze werden geveld door kanker. Mijn tante verloor enkele jaren geleden haar strijd. En deze week nog raakte bekend dat sportjournalist Harry Van Den Bremt het leven liet. Longkanker. Harry was een grote meneer in de wielerjournalistiek, iemand naar wie ik, als (beginnend en in de loop der jaren stilaan wat gevorderd) journalist, opkeek. Het was telkens fijn babbelen met Harry tijdens een of andere persconferentie over de Ronde van Vlaanderen, of in de perszaal van de Omloop Het Nieuwsblad. Dan hadden we het over het parcours van de Ronde van Vlaanderen, over de nijdige klimmetjes in de Vlaamse Ardennen, een streek waarvan ik dacht dat ik er elke steen wist liggen. Niet dus. Harry wist ze immers beter liggen. Voor Harry fiets ik de volgende dagen 1.000 km.

Morgen is het zover. Ik betrap me erop dat ik vandaag vooral bezig ben geweest met een vraag waarmee – dat heb ik me laten vertellen – voornamelijk vrouwen bezig zijn, met name: welke kleren doe ik morgen aan? De fel tegenstribbelende Belgische lente zorgt voor vestimentaire twijfels. Windstopper met lange mouwen of niet? Onderhemdje met windstopper of niet? Overschoenen? Zo ja, welke? De fijne lycra exemplaren of de wind- en waterdichte? Korte broek of beenstukken? Kniestukken of volledige beenstukken? Benen inwrijven voor de start of niet? Handschoenen met lange vingers? Toch maar zomerhandschoenen? Bril met transparante glazen of toch die hippe Oakley? Petje of bandana? Of geen van beide? Man, man, man. Miserie, miserie… Of nee: dat néém ik terug! Ik moest me schamen. Zware problemen kan je dit soort banaliteiten niet noemen. Zij die morgen hun zoveelste chemokuur ondergaan, die kennen pas ‘miserie’ die naam waardig. Elke trap die ik de volgende dagen geef, is voor hen. Ik heb het even uitgerekend… Geldschieters Telenet en Fidea zorgden voor mijn 5.000 euro startgeld. Ik zal (volgens het officiële parcours) in totaal 1.034 km afleggen. Zodus: per kilometer die ik afleg, gaat 4,80 euro richting kankerstrijd.

O ja, en om te antwoorden op die godverdomse vragen waarmee ik de jongste tijd werd bestookt…

NEE, ik ben niet zot.

JA, ik zie het zitten.

Frederik Backelandt

PS: Morgen lees je hier het verslag van de eerste rit, Oostende-Leuven (271 km).

Gerelateerde artikels