Deel dit artikel:

Via de Regenberg naar de zon

Van Parijs naar Nice, ofwel de Koers naar de Zon. Sanne en Steven haalden de bikepacktassen van stal en trokken, niet langs de kortste weg, richting Côte d’Azur. Een route in twee delen: eerst naar het zuiden, de Regenberg als keerpunt en via de Kale Reus naar Nice. 1600 kilometer dwars door Frankrijk. Vive le vélo, vive les vacances!

Nog voor we de Cevennen bereiken, zoeken we beschutting bij een bakker. Het water gutst inmiddels met bakken uit de hemel terwijl ik een flan naar binnen speel. Als bikepacker kan dat. Koers naar de zon, zeiden ze… Een uurtje later schijnt de zon alweer en voelt het lekker warm. We naderen nu de Gorges du Tarn, met haarspeldbochten, diepe kloven, rotsen als kathedralen. We fietsen op het parcours van het boek De Renner. Bij een uitzichtpunt cirkelen de gieren hoog boven ons. We ontmoeten er ook een andere Belgische bikepacker, vertrokken uit Luik, met een tentje achterop. Terwijl we wat ervaringen uitwisselen, fietsen we in no time naar Meyrueis. We slapen er in Hotel Mont Aigoual. Maar eerst parkeren we onze fiets tegen de fontein en gaan er twee ijsjes halen.

“Meyrueis, Lozère, 20 augustus 2025. Warm, bewolkt weer. Ik zet mijn fiets tegen de fontein en eet een ijsje. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.”

De Regenberg

Er wacht ons daags nadien een atypische rit. Niet de hele tijd op en af, wel twee lange beklimmingen. We starten met het vervolg van De Ronde van de Mont Aigoual. Een lange, gestage beklimming zonder moordende stukken richting Regenberg, zoals de Mont Aigoual ook wel genoemd wordt. Het kan er spoken, zegt men. We komen net boven de boomgrens uit. Op de top, een doodlopend stukje weg dat ze in die koers uiteraard niet nemen, wacht een verrassend uitzicht tot aan La Méditerranée. We moeten er door de geiten richting het kasteelachtige gebouw van Météo-France, ook wel Le Climatographe genoemd. Afdalen doen we naar Florac-Trois-Rivières, waar het marktdag blijkt te zijn. We halen er onze inmiddels klassieke lunch met stokbrood en kaas. Na de middag moeten we nog over de Col de Finiels, eentje die – naast heel open en winderig – ook best pittig blijkt te zijn.

Het is de hoogste bergpas van de Cevennen, met zijn 1599 meter hoogte. De regio is bekend geworden door Robert Louis Stevenson, die in 1878 met een ezel genaamd Modestine door de Cevennen trok. Zijn reisverslag werd gepubliceerd als Travels with a Donkey in the Cévennes. Ook onze overnachtingsplek in Le Bleymard – geen fietsgarage, maar wel een stal voor de ezels – puilt uit van wandelaars die (delen uit) dit boek nawandelen. En de eetplek hangt vol ezels en tekeningen van Stevenson.

Drukte alom

Er volgen nu etappes die veel minder zwaar zijn dan wat voorafging. Eerst een lange afdaling naar de Ardèche. De afstand tot de Ardèche lijkt omgekeerd evenredig met de drukte. Pont d’Arc blijkt het epicentrum waarnaar iedereen op zoek is. Na dagen van stilte voelt het mierennest rond dit hoogtepunt bijna bedreigend. We stoppen, maken een foto en trekken weer verder. In een van de tunnels vliegt mijn toolbidon nog uit de houder; een lijnbus erachter geeft de doodsteek. De bidon plat als een vijg en niet meer te gebruiken, de bandenlichters overleven het wel. Sterk spul. Na de Pont d’Arc volgt nog wel een steile klim met spectaculair uitzicht. Je krijgt er een fantastisch overzicht op de meanderende rivier, terwijl de omgeving helemaal groen kleurt. Ik vermoed dat iedereen daar wel eens geweest is, aan de drukte te zien. We dalen af naar Saint-Martin-d’Ardèche en net over de brug vinden we onze B&B. Op een paar kilometer tijd zitten we precies terug in een andere wereld. Voor ons duikt de reus van de Provence al op. Van de ruwe, groene Ardèche is plots niets meer te merken: de Rhônevallei komt eraan.

De Kale Berg

De Rhône “moet je even door”. Niet het mooiste deel. De rivier staat hoog en – door de wind – wild; de wind blaast in ons voordeel. De eerste veertig kilometer vliegen zo voorbij. Aan de overkant is de Mont Ventoux zichtbaar, de reus die ons al een hele dag aankijkt. Het is ook ons doel van de dag. De rit is bijna helemaal vlak en gaat langs Châteauneuf-du-Pape. We haasten ons echter naar Bédoin, waar we de tassen loskoppelen. Een cadeautje aan onszelf: zonder tassen de Ventoux op. Beneden is er erg veel wind, dus we maken ons al wat zorgen voor het weer op de top. Dat blijkt echter fantastisch mee te vallen. De winderige berg toont zich van zijn zachtste kant: windstil en een prima weertje boven.

En die Ventoux blijft toch wel een heerlijke berg om te beklimmen. Het steile bos, het maanlandschap en geen overtollige kilo’s aan de fiets. Het is genieten. Langsdezelfde kant bollen we rustig naar beneden om ons aan de voet, in een strandzetel bij De Flandrien, te vleien. Aperitiefje en een heerlijke spaghetti. De parasol van ons huisje blijkt inmiddels helemaal weggewaaid en vinden we bij de buren, zwevend tussen de olijfbomen. Ik bespaar je het avontuur in onze jacuzzi ’s avonds. Ik denk dat we niet op de juiste knopjes hebben geduwd, of toch niet in de juiste volgorde.

De Verdon verdomme

We rijden verder door de Gorges de la Nesque, met de Ventoux nog in de rug. Het eerste deel van de route is spectaculair, een beetje atypisch voor deze streek. Bij het uitzichtspunt staan fotografen met bijzonder lange lenzen de roofvogels vast te leggen. Zelf zetten we onze tocht verder richting Sault en meer naar het oosten, terwijl de Ventoux zachtjesaan uit beeld verdwijnt. De Route Napoléon brengt ons zuidwaarts, richting de Gorges du Verdon. Vanaf de Pont du Galetas is het uitzicht ronduit spectaculair, met het typische beeld op het azuurblauwe water vol kleurrijke bootjes. Wij moeten echter omhoog. De klim van twaalf kilometer erna valt zwaarder uit dan gedacht; en de views een pak minder. Ik dacht hier reeds mooie taferelen te zien, maar dat komt later pas. Het uitzicht komt pas op de top, leer ik. Onderweg stoppen we in het laatste gehuchtje Aiguines om cola te kopen – zonder cash kom je hier niet ver.

De beloning is wel enorm. Het is mijn eerste keer in de Gorges du Verdon en dat is wel een indrukwekkende ervaring. Hoge rotsen, diepe kloven, de kilometers gaan snel zo. Na nog een overbodig extra lusje komen we aan in Trigance, waar we boven het dorp een nachtje in het kasteel hebben geboekt. Een wit hemd heb ik niet in de bikepacktassen gestoken, dus we besluiten toch maar in het dorp te eten. Dat is ook beter voor de portemonnee. Wel drinken we een aperitief op het terras terwijl de zon achter de bergen zakt. Op de goede afloop, op nog één etappe morgen. De grootste verrassing van het kasteel schuilt echter in de ochtendzon. Een mystieke zonsopgang is heel bijzonder en een van de mooiste uitzichten die ik ooit zag. Oranje licht over de rotsen, mist, oorverdovende stilte. Minutenlang staren we de vallei in.

I love Nice

De laatste dag brengt ons bij het einddoel. Eens voorbij Gréolières gaat het grotendeels bergaf naar de Côte d’Azur. De Gorges du Loup komen we nog door. De geur van eucalyptus. Wegwijzers naar Nice duiken op. De zilte geur van de kust slaat in onze neus. De Middellandse Zee! Er loopt langs de promenade een fietspad dat we nog best lang moeten volgen vooraleer we de letters I LOVE NICE zien blinken op de Promenade. Het officiële doel van de reis, als we dat zo mogen noemen. De zon is inderdaad minder prominent aanwezig dan in Parijs, zoals al gedacht. Koffie gaan we drinken bij Café du Cycliste bij de haven. Een niet-gespeelde interesse in onze tocht en lekkere koffie sluiten zo de trip af. Daags nadien gaan we, in afwachting van de nachttrein die avond, nog even fietsen richting Monaco. Want elke Koers naar de Zon eindigt met Col d’Èze en La Turbie, toch? Buiten een curbstone kan de mondaine stad niet bekoren. De nachttrein naar Parijs betekent het einde van onze bikepack naar de zon, waarbij vooral de vele wisselende decors zullen bijblijven. Het landschap dat dag na dag veranderde, de geuren en kleuren die telkens weer verschillend zijn. De gesprekjes onderweg met toevallige passanten. Het mooie van ‘en route’ te zijn.

Gerelateerde artikels