Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Trotseer de wind

Je staat ’s ochtends op, trekt de gordijnen open en ziet dat er een straffe wind waait. Stap jij op de fiets en beuk je ertegenin of geef je je bij voorbaat al gewonnen? Grinta! legt uit hoe je de wind kunt trotseren.

In Vlaanderen en Nederland is de wind één van de elementen waarmee we onderweg moeten afrekenen. Komt die van links, van rechts of staat die pal op onze neus? Niet alleen voor profs, maar ook voor recreanten is het leuk om met de wind te spelen. Als die van opzij blaast en sommige groepsgenoten plots naar voren schuiven, dan gaan de alarmbellen af. ‘Maak dat je van voren bent of je vliegt eraf.’ Het tempo wordt opgeschroefd, vooraan gaan jongens ronddraaien in de vorm van een ketting. Achter deze ketting rijdt iedereen achter elkaar, totdat er gaten ontstaan die niet meer te dichten zijn.

Enkele waaier

Dit fenomeen heet waaiervorming. Er zijn twee vormen van waaierrijden te onderscheiden: de enkele en dubbele waaier. De enkele waaier is uitstekend toe te passen als er veel niveauverschil is tussen de fietsers in je groepje. Zowel de lichte jongens die van klimmen houden als de echte tempobeulen kunnen in één groepje gemixt fietsen. Door te rijden in een enkele waaier kan iedereen zelf kiezen hoe lang hij op kop rijdt.

In een enkele waaier rijden de tijdritspecialisten wat langer vooraan. De jongens met klimmersbenen, en dus met een minder absoluut vermogen, kunnen langer profiteren in het zog en nemen kortere kopbeurten. Op deze manier is het waaierrijden voor iedereen relatief gezien even zwaar. Iedereen zal voor zichzelf moeten bepalen hoe ver hij kan gaan.

Dubbele waaier

De tweede variant is een dubbele waaier. Daarin wordt als een ketting rondgedraaid. Stel dat de wind schuin van rechtsvoor komt, dan laat de renner die van kop komt zich uitzakken langs de windzijde (dus schuin naar achter). Er wordt gereden in twee schuine rijen. Zo wordt de renner die zich laat afzakken telkens uit de wind gezet door de renner die zich daarna laat afzakken. Dit is voordelig ten opzichte van de enkele waaier, want daarbij rijden de renners die zich laten afzakken nog wel steeds deels met hun neus in de wind.

De renner die op kop fietst, komt ook telkens recht in de wind maar de kopbeurten bij de dubbele waaier zijn kort. Het gaat erom dat er soepel wordt rondgedraaid. Deze techniek wordt veelal toegepast in wedstrijdverband. De motoren van dit geheel zijn de typische hardrijders. Zij steken de ketting in gang, maar moeten zich er wel bewust van zijn dat niet iedereen even sterk is als zij. Daarom wordt intern afgesproken om op kop niet sneller te fietsen dan bijvoorbeeld 500 watt zodat iedereen kan overnemen.

Op de kant

Als je besluit om niet mee rond te draaien, fiets je op de kant. Deze vorm is herkenbaar aan de lange sliert fietsers die achter de waaier rijden, bekend van beelden van een profpeloton die met camera’s vanuit een helikopter worden vastgelegd. Hoe schuiner de wind, hoe moeilijker het wordt voor deze renners om tegen de wind op te boxen.

Wie op de kant fietst moet steeds een hoger absoluut vermogen trappen dan degenen die actief meedraaien in de waaier. Daarom lossen er vaak mannen die op de kant fietsen. Voor de mannen achter de gelosten wordt het extra zwaar omdat zij reeds op de kant zaten en omdat zij het gat moeten dichtrijden dat is ontstaan na het lossen van de renners voor hen.

Als een groep renners is gelost, dan wordt er afgesproken om een tweede waaier op te stellen. Het wordt dan een race tegen de andere waaier. In sommige wedstrijden zijn er meer dan vijf verschillende waaiers actief.

Aandachtspunten

  • Een renner die op kop komt in een dubbele waaier mag niets plots versnellen of twee tanden groter rijden. Anders ontstaan er gaten in de rij die zich laat uitzakken. In een enkele waaier mag je wel versnellen, maar progressief. Houd het bij één tandje groter. In dit geval kies je het beste voor een extra lange kopbeurt.
  • Een renner die zich laat afzakken schakelt één tand terug en haalt de spanning van de benen. Hij fietst zo dicht mogelijk en schuin tegen het wiel van de renner die achter hem van kop kwam.
  • De renner die zich heeft laten uitzakken en achteraan weer inpikt mag zich niet laten verrassen. Hij moet tijdig versnellen om opnieuw in de inhalende rij naar voren te fietsen.

Tips

  • Als recreanten gaan fietsen bij veel wind is het belangrijk dat de kopbeurten niet te lang zijn (maximaal vijf minuten).
  • Kies ervoor om telkens naast iemand te rijden die ongeveer hetzelfde niveau heeft zodat je elkaar op kop niet kapot rijdt.
  • Een kopbeurt mag zwaar aanvoelen, anders is het te gemakkelijk voor de mensen die achter jou fietsen. Je mag echter niet het gevoel hebben dat je je forceert.
  • Het is geen enkel probleem om een tand groter te schakelen als je op kop komt. Fiets dan wel met een iets lagere cadans.
  • Indien er zeer veel wind is, dan is het aan te raden om in een enkele waaier (achter elkaar) te rijden. Op basis van het conditionele niveau besluit je al dan niet langere of kortere kopbeurten te nemen. De fietsers die conditioneel gezien het minst sterk zijn kunnen dan steeds in het wiel blijven. Let op: de groep mag niet groter zijn dan tien personen, anders worden er mannen op de kant gezet en vangen ze nog veel wind.
  • Als wielertoerist moet je beseffen dat je veel voordeel hebt als je bij wind in een groepje kunt rijden. Een medewerker van Energy Lab heeft dit ooit gemeten (CycleOps). Op kop (34 kilometer per uur gemiddeld) leverde hij 260 watt, in het wiel (32 kilometer per uur gemiddeld) was dat 174 watt.

Gerelateerde artikels