Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Tourkijken met de Duivel

Matthias Vangenechten kijkt vooruit naar de Ronde van Frankrijk.

– Zaterdag is het zover. Ein-de-lijk.

– Wie speelt er?

– Wacht, weet je dat dan niet?

– Ik volg voetbal niet zo. Oooh, je bedoelt de 1/8ste finales op Wimbledon. Ben je zo’n oude vieze vent van 24 die naar opwaaiende rokjes tuurt?

– Nee, driewerf nee. De Tour begint.

– … (een beletselteken kan veel uitdrukken: geen zin in exhaustieve opsommingen, een jammerlijk onvermogen om met woorden suggestief te zijn, in dit geval: oh, is het dat maar en moet ik hier verder woorden aan vuil maken?)

– Het wielerevenement van het jaar.

– Zei je dat niet over de Ronde van Italië, pardon Giro d’Italia, ook?

– Me geen woorden in de mond leggen. De Giro is de wielerwedstrijd van het jaar.

– Ho, mijn welgemeende excuses. En het verschil is?

– Niet-wielerliefhebbers of zij die dat slechts zijn bij gelegenheid zullen meer pret beleven aan de Tour, een het moet gezegd voortreffelijke randanimatie met een beetje fietsen. Iedereen schijnt plots wielrennen te begrijpen.

– Ook niet zo heel moeilijk. Mannen die tezamen op de middag starten en een vijftal uur later ook meestal tezamen aankomen. In de tocht ertussen demarreren er enkele Fransen en voor ik het vergeet, er is ook de valpartij met Jurgen Van den Broeck. Nadien beregezellig nakaarten over hoe saai de wielersport is en de rotonde op 800 meter van de aankomst, met wat geluk is er onreglementair gesprint.

– Typisch het beeld van iemand die wielrennen niet kent. Of slechts van de samenvattingen in nieuwsbulletins.

– Perfect toch? In anderhalve minuut krijg ik de essentie mee. Ik mis niks en hoef die doodse saaiheid niet uit te zitten.

– Tiens, je nog nooit zoiets horen zeggen over bijvoorbeeld films; drie sleutelmomenten en de ontknoping ballen in negentig seconden, dat volstaat.

– Dat is gans anders.

– Je kunt inderdaad wel een nieuwe bril gebruiken om naar wielrennen te kijken.

– Hahaha…

– Er gebeurt niet altijd iets, maar er kan wel altijd iets gebeuren.

– Boring.

– Die zogezegd saaie etappes zijn nodig om de etappes die de adrenaline van de muren in de huiskamers doen druipen van extra glans te voorzien.

– Praatjes, praatjes, praatjes.

logo-tour.jpg

– Neem een roman. Alsof je op voorhand weet welke hoofdstukken stijf staan van de spanning en welke andere niet meer dan wat bindtekst zijn tussen verschillende sleutelscènes.

– Een wielerwedstrijd kent geen plot, van de personages mag je al tevreden zijn dat ze een zin bestaande uit woorden met meer dan één lettergreep kunnen formuleren.  

– Voor mensen die de Tour kennen van samenvattingen in Het Journaal kent wielrennen geen plot.

– Je zult me nooit overhalen om me drie weken aan een stuk te laten brainwashen door fans met een microfoon. Zie voor de gevolgen maar naar jez… nu ja.

– Die fans met een microfoon, ik zou ze voor geen geld van de wereld kunnen missen. Dat hoort erbij.

– Dat hoort erbij?!? Dat je dit zomaar…

– Laat me even. De Tour is een verhaal van drie weken. Met dezelfde personages, niet alleen renners, maar zo wordt makkelijk vergeten ook journalisten, ploegleiders, dopingcontroleurs, organisatie, ardoisiers, ze spelen het spel. Het is van tevoren alleen nooit duidelijk wie nu de hoofdrol krijgt en wie zich tevreden moet stellen met een mistroostig bijrolletje.

– Eigenlijk doen ze dus maar alsof. Alleen wielercommentatoren die het niet beseffen en met de blik van een negenjarig kind gewicht geven aan het gebeurenloze gebeuren. 

– Wielercommentatoren mogen dan wel de vertellers lijken, maar eigenlijk zijn het vertellers die in hun vertelde verhaal meespelen. Hun rol daar: doen alsof ze van op gezonde afstand de dingen gadeslaan en van commentaar voorzien.

– Waarom toch?

– Omdat wielrennen meer is dan – en nu ga ik iemand citeren – mannen die tezamen op de middag starten en een vijftal uur later ook meestal tezamen aankomen. In de tocht ertussen demarreren er enkele Fransen en voor ik het vergeet, er is ook de valpartij met Jurgen Van den Broeck.

– Als ik me het goed meen te herinneren woorden van een groot denker. Een visionair type zo wordt her en der gezegd.

– Houd je vooral niet in.

– Ik begrijp nog altijd niet wat dit aan de zaak verandert.

– Je kunt wel blijven volhouden dat wielrennen een fysieke strijd is die zich louter afspeelt op de fiets, daarachter speelt er zich veel meer af. Wie heeft een twijfelachtige ethiek, wie een nog twijfelachtigere? Wie heeft het op een akkoordje gegooid met wie? Waarom breekt die ene renner bij een Kazakse ploeg plots wel door? Enzovoort.

– Maar dat zie je niet, dus daar heb je niks aan.

– Het vergt enige inspanning om dat te zien. Dat klopt. Wie investeert, die wordt beloond. Dat geldt voor wielrenners, evenzeer voor wielerliefhebbers. Het begint allemaal met een goede voorbereiding: favorieten aanduiden, belangrijke ritten aanstippen, wielerboeken lezen om de oorsprong, verhaalwaarde en traditie te vatten en naar wielerwedstrijden kijken. Het meest te verkiezen die met een cocommentator die al heel zijn leven wielrennen in- en uitademt, genre José De Cauwer, die zijn rol weet, maar met kleine zinnetjes, schijnbaar tussen neus en lippen uitgesproken, en veelzeggende stiltes een nieuwe realiteit schept. Schenk daar aandacht aan.

– Hoezo die zijn rol weet?

– Ik hoef je toch niet uit te leggen dat wielermedia er alle baat bij hebben om stinkende potjes gedekt te houden? De meeste wielerliefhebbers zijn jij en raken gedegouteerd alleen al bij het horen van het woord bedrog. Ze zouden lezers en kijkers verliezen. Daarom gaan ze niet op zoek naar de achterkant van de wielersport, maar berichten ze hierover wanneer die op hen komt afgestormd. Zij dienen niet kritisch te berichten, maar moeten doen alsof zodat de lezer en kijker het gevoel krijgt dat hetgeen hij voor zijn neus ziet echt is. Gemakkelijk vergeten wordt dat je dan al eens af de schoot van Tom Boonen en Greg Van Avermaet moet. Zoals romanschrijvers ook een geloofwaardige setting op poten moeten zetten. Hetzelfde geldt voor de UCI die zowel het wielrennen moet promoten als instaat voor dopingbestrijding. Hoe vaak lopen wielrenners nog tegen de lamp? Ongeloofwaardig zelden, als het al is gaat het om een kleine renner zonder palmares of om een relatief onschuldig product tegen astma. En als je dit te veel complottheorieën vindt voor één alinea, lees eens een wielerhistorisch boek. Peloton, media, organisatoren en sponsors zijn zowel bondgenoten als vijanden, nooit anders geweest. En ga eens na hoeveel wielerwedstrijden er door kranten zijn gesticht en nog worden georganiseerd.

– Daar bestaat een woord voor. Belangenvermenging.

– Een prachtig en complex spel zonder waarheid.

– En waarin onderscheidt de Tour zich dan net van de Giro of Halle-Ingooigem?

– Het wielrennen ligt plots onder een vergrootglas. Elke daad zonder betekenis krijgt plots het gewicht van een obese olifant. Media zijn hyperaanwezig, belangen zijn groter, mecenassen en sponsors laten zich liever zien, er wordt meer gesproken en dus ook versproken. Wie in de zon wandelt, kan zich gemakkelijker verbranden.

– Kortom, alleen maar redenen om te kijken.

– Precies.

– Wat schuift het om dit te zeggen?

– Hoezo?

– Ik speel een rol. Die van aangever. Of dacht je dat ik dat onbezoldigd deed?

Doek valt

Gerelateerde artikels