Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Sneeuwpret voor volwassenen

De eerste sneeuw, dat betekent niet alleen joelende kinderen op sleeën. Maar ook volwassenen op mountainbikes. Al dan niet joelend. Onze blogger Gilles genoot alvast van een tochtje over een hagelwit sneeuwtapijt. Dat bleek heerlijk genieten, ook al verliep zijn sneeuwrit niet zonder slag of stoot.

Zondagochtend 7 februari. In tegenstelling tot zanger Jan De Wilde zo’n dertig jaar geleden, word ik allerminst langzaam wakker. Sinds de avond ervoor is het beginnen sneeuwen. Ik verheug me dan ook om te bollen over kraakverse sneeuw. Een laagje sneeuw transformeert de wereld. Op stukken waar nog geen sporen getrokken zijn, lijkt het dan ook alsof er in geen tijden iemand geweest is.

Gewapend tegen winterweer

Vanaf dat de temperaturen lager dan vijf graden zakken en er kans op modder of nattigheid is, haal ik mijn winterschoenen van stal. Tegen opspattende sneeuw en eventueel smeltwater ben ik gewapend met een waterafstotende lange fietsbroek met zeem. Mijn bovenlichaam bescherm ik dan weer met een eveneens waterafstotende 4 seasons jacket. Het druist helemaal in tegen de filosofie van verschillende laagjes, maar een thermisch onderhemd is onder dit jacket ruim voldoende. Voor de rest bescherm ik mijn hoofd tegen de koude met een bivakmuts en een fleecebuff rond mijn nek. Uiteraard trek ik ook nog een paar handschoenen aan. En hup ik kan weer op de baan, zou Sam Gooris zeggen.

Verse sporen trekken

Het eerste verse spoor trek ik al in mijn eigen straat. Het is bijna 9 uur, maar geen enkele dappere ziel heeft tot nu toe het winterweer getrotseerd met de fiets. En dus ‘verniel’ ik het plaatje dat onze straat op deze zondagochtend is en begeef ik me naar de plaats van afspraak. Dat is niet ons vast trefpunt, maar wel de ouderlijke woonst van collega-fietser Eddy die al druk in de weer geweest is om de oprit daar sneeuwvrij te maken.

De afwezigen weten niet wat ze missen

Zoals gebruikelijk, arriveer ik als laatste aan het vertrekpunt. We zijn vandaag maar met vier personen en hoeven ons niet op te splitsen in verschillende groepjes, zoals dat de afgelopen weken wel een paar keer het geval was. De afwezigen achten zich verstandiger. Wij vinden vooral dat ze niet weten wat ze missen. Snelheid is vandaag niet aan de orde. Genieten van het mooie winterweer en de feeërieke omgeving des te meer. Op weg naar de dichtstbijzijnde BLOSO-route zijn we duidelijk de eerste fietsers. Het is soms zoeken naar de juiste afslag tussen bomen. Al maakt het met zo’n sneeuwlaag eigenlijk weinig uit of je het juiste spoor hebt. Het bolt overal zwaar, maar echt wegzakken doe je niet gemakkelijk. Op de gepijlde route van Lille – die voor buitenstaanders wondermooi is maar voor ons als thuisrijders dagelijkse kost – zijn al een paar bandensporen zichtbaar. Ongetwijfeld iemand die net zoals ons de route blindelings kent. Dat moet wel, want de signalisatiebordjes zijn ondergesneeuwd en dus nietszeggend.

De eerste ongemakken komen snel

Zonder echt hard te gaan, verandert het genieten in aftasten. Hoe ver kunnen we in de bochten gaan op deze ondergrond. De broekschijter in mij zegt meteen liever niet te ver dan tegen de grond. Intussen hoopt de sneeuw zich overal op. Rond naven en op velgen, boven én onder onze brackets en tussen de cassette. Koen is het eerste slachtoffer, met een derailleur die niet meer wil schakelen en een derailleurwieltje dat iedere omwenteling weigert. De rest kan er voorlopig nog mee lachen. We menen allemaal dat eens goed plassen op cassette en derailleur dé oplossing is, maar niemand neemt de proef op de som. Zelfs niet bij een bevroren bidon.

Langs een paadje dat er geen is

Intussen treden nieuwe ongemakken op. Schoenplaatjes die niet meer inklikken in de pedalen omwille van ijsophoping, remmen die dienst weigeren en bidons waar geen druppel meer uitkomt. Tot overmaat van ramp stuurt Eddy ons – naar wekelijkse gewoonte – langs een paadje dat er eigenlijk geen is. Na de nodige dosis klauterwerk en een richtinggevoel dat eerder gebaseerd is op geluk dan op de stand van de zon, komen we opnieuw op bekend terrein.
Nadat niemand van ons viertal uiteindelijk nog ingeklikt geraakt, besluiten we dat het stilaan wel geweest is.

We zetten opnieuw koers richting huis, maar niet zonder eerst even langs de rennersparking van de Krawatencross te rijden. Die wedstrijd wordt voor het eerst op een zondag gereden. In normale tijden zouden we er ook op post zijn om te supporteren voor de plaatselijke wielerhelden, maar jammer genoeg steekt corona daar een stokje voor. De mobilhomes stromen toe terwijl wij de andere richting op bollen. Na een dikke twee uur begint de koude toch al in te werken. We hebben vooral medelijden met de heren en dames cyclocrossers die straks de koude nog zullen moeten trotseren terwijl wij al lang een warme douche achter de rug hebben en vanuit onze zetel toekijken.

Niet efficiënt, wel de max

Toegegeven, zo’n sneeuwtochtje is niet de meest efficiënte training. En het poetsen nadien duurt bijna even lang als het fietsen zelf, zeker omdat je alles eerst nog moet laten ontdooien. Maar voor één keer op een jaar is zo’n sneeuwrit toch de max. Intussen kijken we reikhalzend uit naar de lente. De eerste keer terug in korte broek en korte mouwen. Bij gebrek aan concrete perspectieven zijn dat de zaken waar we naar uitkijken. Hoe dan ook, we blijven fietsen. En dat is wat telt.

Gerelateerde artikels