Deel dit artikel:

Scheldeprijs Cyclo: afscheid van de keien

Met Parijs-Roubaix hebben we de laatste kasseikoers van het voorjaar gezien. De recreanten namen een dag eerder al afscheid van de kinderkopjes. In tegenstelling tot de Scheldeprijs voor profs is de cycloversie geen sprintersfestival maar een tocht langs de rustigste wegen van Noord-Antwerpen en een stukje Zeeland, met als extraatje een viertal kasseistroken in de finale.

De natte herfst en de verzopen maanden januari en maart hebben de grondwaterstanden hersteld, het peil staat op nagenoeg alle meetpunten boven gemiddeld. Een geoloog vertelt het hoorbaar enthousiast op Radio 1. Liefhebbers van glimmende auto’s halen opgelucht adem, ze kunnen weer ongestraft een hele zomer op zaterdag hun vierwielers poetsen. Mijn wagen wordt pas gekuist wanneer ik ‘m zoekend op kleur moeilijk terugvind op de parking van de supermarkt, mijn fiets moet wel proper zijn vooraleer hij van stal mag. Dat betekent dat ik dit voorjaar al ongeveer evenveel tijd heb besteed aan ontvetten, spoelen en oliën als aan het fietsen zelf. En omdat ik een grondige hekel heb aan die bezigheden, werd menig geplande rit uit de agenda geschrapt. Van de eerste regenloze zaterdag sinds weken moest optimaal worden benut, de Scheldeprijs Cyclo leek daarvoor bijzonder geschikt.

Rustig naar de start voelt de eerste kilometer frisjes maar niet onaangenaam aan, met de kledingkeuze zit het goed. Geen idee welke weerapp sommige andere deelnemers gebruiken maar aan de overschoenen, buffs, handschoenen en winterjacks te zien lijkt er alsnog een forse winterprik op komst. Schoten ligt in het noorden van het land maar vooralsnog is Vlaanderen Lapland niet.

Spotten

Bij de start van een toertocht tref je uiteraard altijd fietsers van allerlei pluimage aan. Het spotten ervan is een deel van het plezier, ik vind het niet erg dat gezel Maarten nog even op zich laat wachten. Ik zie strakke torso’s met dure aero fietsen en een professionele veldrijder die doorgaans snel start maar zelden de Top 10 haalt. Ongeschoren blote benen en bolle buiken, sokken onder en over de beenstukken. Hier en daar zelfs een stadsfiets. Nummerbordjes worden aan het stuur bevestigd, enkelingen die niet doorhebben dat een cyclo geen wedstrijd is, strippen ze als vinnen vast aan de zadelpen. 120 km lijkt de populairste afstand, vang ik op. Wij gaan voor het langste traject, het is haast half tien en dus hoog tijd om te vertrekken.

De Antwerpse agglomeratie is niet de meest aanlokkelijke fietsregio maar de parcoursbouwer heeft zijn best gedaan om de drukste steenwegen te mijden, al na enkele kilometers rijden we door residentiële wijken met weinig verkeer. Door het oponthoud bij de luttele oversteekplaatsen heeft zich een pelotonnetje achter ons gevormd, na iedere bocht zie ik een sliert van tien à vijftien fietsers keuvelend meesurfen, beschut tegen de wind die licht in het nadeel blaast. Mijn spieren werken vooralsnog op spaarstand, in tegenstelling tot mijn sinussen. Vochtig snot vult de neusgaten. Every inch a gentleman laat ik me uitzakken naar de laatste rij om de luchtwegen leeg te blazen. Vanaf de achterbank van de bus zie ik hoe er vooraan getwijfeld wordt wie het stuur in handen zal nemen, enkele schuchtere positiewissels later gaat het tempo de hoogte in. Ik heb mijn stek gevonden.

In Grinta! vind je regelmatig voedingsadvies: wat eet je wanneer. Zoals te vaak heb ik die raadgevingen ook nu weer veronachtzaamd. Nauwelijks ontbeten en louter vertrouwend op de bevoorradingen heb ik zelf geen repen meegenomen. Een hongertje steekt de kop op, de eerste post, bij Ossendrecht, komt niks te vroeg. Gulzig hap ik plakjes cake, gummies en wafels weg. Pure horror voor nutritionisten. Nog snel een laatste frangipane, onze gangmakers trekken zich weer op gang. 

Twee = drie

Eens in Zeeland heeft de wind vrij spel. Twee Beaufort voelt aan als drie Beaufort. Het groepje rijdt niet langer netjes twee aan twee maar begint waaiergedrag te vertonen, de volledige breedte van de betonbaantjes wordt benut. De brug over het Schelde-Rijnkanaal zorgt zelfs voor enkele hoogtemeters, de luwte achterin komt van pas, mijn vormpeil staat nog niet op het niveau van het grondwater.

Bij de splitsing volgt het organisch ontstane gezelschap de pijl richting 120, jammer. Alhoewel, de extra lus tussen de Wester- en de Oosterschelde is best mooi. Maarten en ik reden hier vaker en bollen van herkenningspunt naar herkenningspunt. Vanop de verhoogde dijken zien we oceaanstomers de Antwerpse haven naderen. Ook zonder te stayeren kunnen we de snelheid aanhouden al is de wind in kracht toegenomen en duwt hij niet bepaald in de rug. We hebben voldoende puf om de signaalgevers die 150 km lang over ons heil waken, te bedanken. Diep in de Zeeuwse polders hoopt een in fel geel gehulde suppoost tevergeefs op een aankomende auto om ons met zijn vlagje voorrang te bieden. Hij beantwoordt onze groet met ‘Okidoki’. Okidoki?! Hij zei het echt.

Een solist passeert ons met een rotvaart. Hij slaat meteen een kloof van 100 meter. Dan stagneert zijn voorsprong. Jeugdige overmoed, schattig. Een volgende seingever staat geposteerd bij een bord dat de deelnemers aan de 120 km rechtdoor stuurt en ons een bedrijvenpark doet indraaien. Raar, we zijn de samensmelting van de twee langste routes ondertussen al gepasseerd en vanaf dat punt gaan beide trajecten samen terug naar Schoten. De verklaring volgt meteen. De deelnemers aan de 150 km hebben recht op een extra bevoorrading, die ligt om de hoek bij BiciMondo. In de showroom vol Italiaanse schonen van fietsenmerk De Rosa herval ik in mijn slechte gewoonte: schrokken. Plakjes cake, gummies en wafels spoel ik door met cola en koffie. De sportrepen laat ik aan de anderen: mijn lichaam wil junk, mijn lichaam krijgt junk.

Sterren

Bij de allerlaatsten gestart voor 150 km kunnen we na de bevoorrading aanpikken bij treuzelaars of hongerigen die nog uitgebreider hebben gegeten. Onze nieuwe trein blijkt sneller dan die van vanochtend. De bochten worden strak aangesneden, de hindernissen gretig aangevallen. Na 90 km gaat het gas helemaal open op de Hoogewaardweg, de eerste kasseistrook. Hij is net geen 2000 meter lang en naar het einde toe bol in het midden. In de Helleklassieker zou hij waarschijnlijk twee sterren verdienen, met wat goede wil misschien drie omdat er geen vluchtstrookjes asfalt langs de kant liggen. De laatste hectometers zijn nog nat en glibberig maar onze gelegenheidsgroep houdt stand, de eenzaten en duo’s die we zijn gepasseerd pikken niet aan.

LSD

Op de stenen van de Velodreef en de Hensberglei gaan de wattages opnieuw omhoog, bidons bevrijden zich uit hun houders en stuiteren de vrijheid tegemoet. Maar vanaf Grenspark Kalmthoutse Heide ligt de snelheid duidelijk lager. Verscholen in de buik van het groepje werk ik de perfecte training af die ik dringend nodig had. De benen draaien vlot rond, de hartslag blijft onder controle. Pure, onversneden LSD. Enkel op de Broekstraat, de kasseistrook uit de lokale rondjes van de profkoers, nemen we nog eens de handschoen op van enkelingen die ‘t zot in de kop krijgen.

De Broekstraat is 1700 meter lang maar heeft een moeilijkheidsgraad die vergelijkbaar is met de Espace Charles Crupelandt, strook 1 in Parijs-Roubaix: één ster voor de moeite. Toch blijkt onze bubbel uiteengespat. De laatste forse lenderukken zetten de beenspieren in brand maar veroorzaken geen kramp.

In de straten van Schoten is de grimas al vervangen door een glimlach. Waar Jasper Philipsen op woensdag nog bikkelde met Welsford en Cavendish ronden we de gezapig af. 152 km in vijf uur en twee minuten, iets meer dan 30 km/u, daar ben ik blij mee. De net doorgebroken zon zorgt zowaar voor een gouden randje. 

Continental Classics Tour

Zaterdag 15 april staat in Leuven de Brabantse Pijl Cyclo op het programma. Op 15 augustus kan je opnieuw in Leuven terecht voor Ride Leuven, een toertocht geïnspireerd op het WK-parcours van 2021. Op 16 september kan je in Haacht de Super 8 Cyclo rijden, de toerversie van de Primus Classic. 

NEW IN!

T-SHIRT

FIRE 4 YR RIDE