Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Pretpark

Blogger Steven Verniers over de Eikenberg.

Hij dook plots voor me op. Hij moet er nochtans al een tijdje gereden hebben, maar opeens zat hij in mijn gezichtsveld. De man had een wat hoekige stijl. Gidon van onder en de schouders ritmisch wiegend, ging hij de helling op. Er hing een vleugje Flandrien over de man. Het was van een onmetelijke schoonheid. Je had op links en rechts een massa wielertoeristen die naarstig op zoek waren naar een streepje asfalt, die desnoods de graskant zouden opzoeken om niet over de kasseien te moeten. Maar niet deze man. Hij reed net als ik op de rug van de kasseien, enkelingen tussen een erehaag aan fietsers die eerbiedig het hoofd buigen voor zoveel vastberadenheid. Gedreven door puur zielsverwantschap haalde ik de man bij, en vertrouwde hem toe dat ik blij was dat er nog echte Vlaamse coureurs zijn. Coureurs die de kasseien niet schuwen. ‘Waarom doen we anders kasseistroken?’, zei hij met een nuchtere vanzelfsprekendheid. Flandrientaal.

De scène speelt zich af op de Eikenberg, tijdens de Dwars door Vlaanderen Cyclo. Een streepje asfalt vinden is daar makkelijker dan kasseien vinden tegenwoordig. Was het een welgestelde buurtbewoner, of een wereldvreemde politicus misschien? Welk heerschap heeft het in zijn hoofd gekregen om de weg te repareren met een lappendeken van asfalt, wie heeft het slechte voorstel goedgekeurd en welke aannemer heeft niet het lef gehad om te zeggen dat het hier om Heiligschennis gaat. Dat hij weigert deze werken uit te voeren als het niet met kasseien mag, omdat wat Vlaanderen uniek maakt niet kan verdwijnen. Een grote geldboete of gevangenisstraf is misschien wat te hoog gegrepen maar een werkstraf voor alle betrokkenen lijkt toch op zijn plaats. Weg asfalt, kasseien in de plaats.

Een paar kilometer verder.  Bloembak. Kedeng kedeng. Betonplaten. Stukje kassei. Op en af een vluchtheuvel. Af de vluchtheuvel is nog steeds bergop want de weg loopt omhoog. Scherpe bocht naar links, in kasseien. Een fabriekje op rechts verstoort het fantastische landschap. Kedeng kedeng. De weg kruipt hier al omhoog. En dan, uit het niets tussen de bomen. Boenk, plets, put, patat. Kasseien. (Hoe beschrijf je kasseien eigenlijk het best?!)  Steil. En vlak voor me, een man met hoekige stijl, in het midden van de kasseien, terwijl wieler minnend Vlaanderen in de goot fietst. Letterlijk. En figuurlijk. Mijn God! We leven in het mekka van de eendagskoersen. Een speeltuin is het. Een pretpark. Enkel hier bij ons kan je het ervaren, dus toch niet in de gootjes kruipen? Kunnen we alstublieft afspreken dat we een paar vrachtwagens slijk uitkippen op alles wat ons van de kasseien houdt?

De rit is trouwens van een grote schoonheid. Het begon al bij de ‘scan and ride’ (goede vernieuwing) waar een wel erg bevallige dame mijn deelnemingsformulier inscande en me op weg zette met een ongezien enthousiasme. Even heb ik overwogen me nog een paar keer aan te melden. Ik vernam later dat de bevallige Rondemiss, Mevrouw Theuns, ook bij de inschrijvingen aanwezig was. Had ik het vroeger geweten, had ik me toch minstens nog één keertje extra ingeschreven. Lang leve Flanders Classic, ik vergeef hen hun zonden omtrent de Ronde. Deze godinnen van het wielrennen hadden duidelijk ook de weergoden gunstig gestemd, want de verwachtte zondvloed bleef uit. Hij bleef zo lang uit, dat ik in het tweede deel van de rit begon te hopen dat het alsnog regende. Voor het karakter van de rit. Ik was er mentaal klaar voor. Wat het vervolgens gewoon ook gewoon deed waarna ik worstelde met de gladde stenen op de Kwaremont, en vloekte op de kerel voor mij die op de Paterberg onderuit ging en me zo de doorgang belette…

Onderweg heb ik de Goden aanbeden, tot jolijt van de voorbijgangers op twee wielen die enkel oog hadden voor een gekke fietser die foto’s maakte van een kapel. Onwetenden waren het, die niet beseften dat ze daar, op de hoek van de Steenberg en de Ganzenberg, op een nietszeggend hoekje te midden van de leegte op weg naar Schorisse, een kapel ter ere van de Flandriens voorbijreden. Die hun hoofden enkel vervuld zagen met de nabije bevoorradingspost om de hoek. Ik heb er gebeden voor een beetje regen in het laatste deel van de rit. En voor kasseien op de Vlaamse wegen…

Terwijl  ik voor de derde keer in evenveel weken over de Haaghoek denderde bedacht ik dit voorstel. Als we nu eens strategisch gekozen baantjes in de Vlaamse Ardennen gaan heraanleggen met kasseien. Het lijkt misschien terug naar de tijd, en niet meteen een logisch voorstel. Maar de Nederlanders hebben toch ook nagedacht over een berg? En elk vooruitdenkend mens kan reeds zien welke enorme toestroom van supporters en toeristen dat met zich zou meebrengen. Neem nu de strook na de Haaghoek, over de Leberg met zijn volledige uitloper. Alles in kasseien, er passeert hooguit een traktor. We maken het steile stuk in één beweging ook nog iets steiler. Na de uitloper dan naar links, nog steeds stenen, en ook de ganse Pottenberg tot Armekleie terwijl we bezig zijn. Op en af, draaien keren. Een kasseistrook van bijna vijf kilometer ongekend spektakel zou dat zijn. Aangelegd door de aannemer die onze Eikenberg heeft gedegradeerd. Betaald door Flanders Classic met hun inkomsten uit het lusjesparcours.   

Al wil ik dat laatste door de vingers zien als ze hun podiumdames naar de inschrijvingen blijven sturen. (foto: CRVV)