Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Omloop der wielercafés: een XL kroegentocht

Dat we bij Grinta! niet vies zijn van een koffiestop, mag duidelijk zijn. Stille getuige is de Koffiets rubriek in elke editie van het magazine. Bij de noorderburen verzamelt wielercafes.nl alle Nederlandse en Belgische wielercafé’s op een website. De bezieler Ruben van Kempen organiseerde de eerste editie van de Omloop der Wielercafé’s. Grensoverschrijdend, en ook wel een beetje grensverleggend begin maart. Onze reporter reed maar liefst tweehonderd kilometers langs vier wielercafé’s. Twee aan elke kant van de grens.

Dat ik er zin in heb! Daags voordien heb ik zelfs nog even mijn fiets gepoetst om er zeker van te zijn geen mal figuur te slaan bij die Hollanders. Ik kan me al niet meer herinneren hoe lang het geleden is dat ik nog eens tweehonderd kilometer gefietst heb. Navraag bij VeloViewer leert me dat het van 11 juli 2020 was, met een tochtje dat ik toen ‘Coffeeride XL’ had gedoopt. Je komt al eens op onverwachte manier tot de conclusie dat er een rode draad in je handelingen zit. Ook vandaag draait het om de koffiestops tussendoor. Al moet je het ruimer zien. Geen café zonder bier. Het draait om café’s die baden in wielersfeer, en je doen verlangen naar een volgende stop. Ruben stak vier van die stopplaatsen in een tocht met start en einde bij Cyklist, in Eindhoven. Ik dus vroeg uit de veren, om samen met Anton iets na achten te arriveren in de Philipsstad. Temperatuur (enkel letterlijk) onder nul, de sfeer opperbest, in blijde verwachting van een mooie en lange fietsdag.

De Kriekel

De weg uit de stad Eindhoven is bewonderenswaardig. Langs fietspaden geraken we zonder veel verkeershinder de stad uit. Akkoord, het is iets na achten op een zaterdagochtend, de stad ontwaakt nog. De Nederlanders hebben dat echter goed geregeld. Een enkel gravelstrookje moeten we verwerken om helemaal op weg te zijn. Dichter bij de Strade Bianche, die vandaag verreden wordt, komen we echter niet meer. Wie echt wil gravelen is hier trouwens wel aan het juiste adres, de ruime omgeving van Eindhoven biedt vele mogelijkheen. We zetten koers richting Belgie langs een, alweer typisch Nederland, afgescheiden breed en goed bollend fietspad. Rechttoe, rechtaan, dat wel. De route die we vandaag rijden is een grote rechthoek. Als je louter op de kaart kijkt zou je het stuur als optie kunnen voorzien. Je moet geen uitstekende piloot zijn om het traject te volbrengen. Daar waar het fietspad overgaat in een betonstrookje naast de weg, is het duidelijk. België! De wegen worden wat kleiner, een fietspad loopt dwars door de bossen. De koude die in de beginkilometers een vat leek te krijgen op mijn vingers maakte snel plaats voor warme handen. Het is een heerlijke winterse fietsdag. Fris en zonnig. 

In Tessenderlo moeten we even op onze stappen terugkeren om De Kriekel te vinden. Zonder het te beseffen waren we er voorbij gereden. Het is een erg low-profile café dat van buitenaf het aanzien heeft van een parochiezaal, zo lijkt het. Binnen is het echter overladen met gadgets en memoranda uit een rijk wielerverleden. Petjes, truitjes, kaarten, bidons, wegwijzers, je kijkt je ogen uit. En elke keer je kijkt merk je weer iets nieuws op. Laatst kwam Wout nog langs voor een stop, zijn gehandtekende truitje is er te bewonderen. Ook andere toppers uit de regio weten de plek te appreciëren. Zo kwam ook Boonen himself hier wel eens een pannenkoek eten, en komt er geregeld bekend volk van Lotto-Soudal langs. Pannenkoeken eten, dat doen wij ook. Eerste stop: pannenkoeken met koffie, op een terras vol wegwijzers en borden. Van hieruit zouden we op het groot scherm perfect de Strade kunnen volgen, maar het is nog te vroeg. We zetten koers naar de volgende halte in Herentals, niet zo veel verderop.

Café Welkom

Het tweede luik is verhoudingsgewijs erg kort. Komt de eerste stop na 55 kilometer, krijgen we de tweede al na 88 km. Fietsen doen we hier door de bomen, en langs de kanalen. Langs het Albertkanaal merken we de nasleep van iets dat op een ongeval lijkt. Pas in het nieuwsbericht op weg naar huis vernemen we dat hier een man onwel is geworden en het kanaal inreed. Jammer genoeg met fatale afloop. Een goed uurtje na de eerste stop arriveren we bij Café Welkom, met nog tien kilometer op de teller voor Lotte Kopecky het Piazza del Campo bereikt. Dit café is in tegenstelling tot De Kriekel wel herkenbaar, niet in het minst om de Molteni wagen die naast de deur geparkeerd staat. Frituur en café, uitbater in retro fietsshirt. Het dorpscafé is vintage en de populariteit kreeg nogmaals een boost door de uitzendingen van het WK Veldrijden, toen Michel Wuyts en José De Cauwer hier postvatten om commentaar te geven. 

“Ice-tea en en Kwaremont 0.3% aub.”, bestel ik ondertussen bij Jo Helsen aan de toog. Op de retro TV zien we Lotte in een select groepje richting Siena rijden, volharden op de Via Santa Catarina en als een geslepen vos de deur dichtgooien bij het opdraaien naar het plein. Applaus laait op in het café. Ondertussen praat ik ook even met de organisator van het event, die hier de sfeer komt opsnuiven. “Driehonderd mensen nemen deel en een honderdtal daarvan rijden de langste afstand. Jullie hebben nu op de terugweg naar Tilburg wel de wind op kop denk ik, en ook een paar kasseistroken. De eerste zit al in de Scheldeprijs.” “Welke wind, hadden we daarnet meewind? En kasseien in de Scheldeprijs, is dat zo?” 

Cargo Bikes & Coffee

Die kinderkopjes liggen op een rechte lijn door een bos. Slechter dan gehoopt en ingeschat. Er is ook nog een tweede waar weliswaar een gravelstrookjes naast ligt, dat we als zelfverklaard flandrien principieel weigeren. De wind zit ook tegen en het is er precies meer dan ik in het weerbericht las. Ofwel lopen mijn benen sneller leeg dan voorzien, er zit weinig cartouche op vandaag. “Weinig jus in de benen.”, zouden de Nederlanders zeggen. Heb ik ene mini hongerklop tijdens een kroegentocht? Iets minder lichtzinnig dan in het eerste deel van de rit, plunder ik mijn achterzak op zoek naar koolhydraten. Dit deel van de tocht is het langste, ruim 80 kilometer moeten we overbruggen naar Tilburg. Als ik op de kaart kijk kan het ook niet korter, het is bijna in rechte lijn. Vlak voor Tilburg volgen we nog het Bels Lijntje en gaan we zowaar met een ommetje nog een kasseistrookje opzoeken, vooraleer in het centrum op zoek te gaan naar Cargo. 

Deze niet zo grote koffiebar wordt uitgebaat door ‘Boot’. Dat blijkt een apart verhaal. Hendrik Ten Have heet de man, en dat was in zijn studiejaren verwarrend voor zijn vriend Henry. De bijnaam ‘Boot’ is minder ver gezocht dan je denkt: Ten Have… Boot. Zelden, neen, nooit werd ik op een dergelijke gastvrije manier verwelkomd als daar in centrum Tilburg na 170 km fietsen. We ploffen ons neer in de lage zeteltjes, krijgen een tasje huisgemaakte soep en praten over fietsen. Ondertussen zet Hendrik onze fietsen veilig weg en komt hij gezellig een praatje slaan. We proeven er ook de alfajores, de nationale specialiteit van zijn echtgenote met Argentijnse roots. En we leren Urban Moov kennen, het fietsmerk van Boot dat rondrijdt van Barcelona tot New York, terwijl een Sloveen een ander meesterwerkje aflevert in Siena. Het is bijna jammer dat we nog een uur verder moeten. Dat pad richting Eindhoven loopt… rechtdoor. Eerst langs een vaart, vervolgens een fietspad en tenslotte terug langs die indrukwekkend fietspaden tot het hart van de stad. De duisternis slaat al in, als we bij de laatste halte een pasta bestelen. “From dawn till dusk” op de fiets. 

Cyklist

Cycklist ligt op een oud industrieterrein, heeft ruimte voor een terras waar het in de zomermaanden ongetwijfeld gezellig napraten is. We parkeren de fiets tussen de vele andere. Binnen is het ondertussen gezellig druk, de kortere afstanden zijn allemaal gearriveerd en we bleven misschien wat lang in Tilburg hangen. Ook hier valt veel te zien in afwachting van onze pasta. Hangt iets niet in De Kriekel, dan zie je het vast hier. Het is een soort museum van de fiets, al kan je er ook een moderne fiets kopen.

De pasta is bijzonder welgekomen. Het fietsbier laten we aan ons voorbijgaan, want er wacht nog een lange autorit terug. Deze twee cyklisten keren tevreden huiswaarts, na een grensverleggende kroegentocht. Soms, heel soms, is tweehonderd kilometer fietsen vooral leuk op de momenten dat je niet fietst.