Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Omdat het kan

Kurt Jacobs reed de Luik Bastenaken Luik Challenge en deelt zijn ervaringen.

“Omdat het kan.” Dat was het antwoord van één van mijn vrienden waarmee ik vorige zaterdag 23 april voor de eerste keer de Luik Bastenaken Luik Challenge reed. De vraag kwam van een Radio 2-journalist die ons opbelde tijdens de beklimming van de Col du Rosier, na 195 kilometer, diep in de finale dus. Hij vroeg ons waarom we in godsnaam 271 kilometer op één dag wilden fietsen. Een zinniger antwoord hadden we toen niet. Gelukkig vroeg hij niet of we ook volgend jaar nog zouden deelnemen, want mijn antwoord zou even kort en krachtig zijn: “Nooit meer…”

lbl-1.jpg

“De journalist van Radio 2 vroeg ons waarom we in godsnaam 271 kilometer op één dag wilden fietsen. Omdat het kan, antwoordden we hem…”

Zo’n afstand en zo’n pak hoogtemeters, dat deden we nog nooit

Met 4 vrienden beslisten we een tijdje geleden al dat we deze toerklepper wilden proberen. De volledige afstand, 271 km, 4400 hoogtemeters. We trainden veel samen en praatten elkaar moed in, want zo’n afstand en zo’n pak hoogtemeters gecombineerd in 1 rit, dat hadden we nog nooit gedaan. De week ervoor haalden we nog een keer alles uit de kast tijdens de Peter van Petegem Classic. 200 km reden we toen, we hadden er al bij al een goed gevoel bij, dit moest lukken…

We vertrokken de dag ervoor richting Luik en haalden alvast onze startnummers op. Het weer was toen nog redelijk ok, maar we hadden al naar de weersvoorspellingen gekeken en die zagen er voor zaterdag weinig rooskleurig uit. Wellicht veel regen, smeltende sneeuw (!), Flandrienweer dus. We wilden ons moed indrinken, maar hielden het uiteindelijk bij cola en water, als echte professionals gingen we ook op tijd naar bed…

Wind in de rug richting Bastenaken

Zaterdag stonden we al om 6u15 aan de startboog, om 6u30 zouden we officieel mogen starten. Het regende zachtjes, maar vooral de temperatuur baarde ons zorgen. Het was amper 3-4 graden (!), zelfs goed ingeduffeld hoopten we dat het wat zou opwarmen om de dag door te komen. Later op de dag zouden we vaststellen dat het onderweg nog wel zou meevallen met die temperatuur, maar dat vooral de hellende tussenstukken – vanaf de eerste kilometers was het al klimmen geblazen – en de tegenwind vanaf Bastenaken stevig in onze kleren zouden kruipen.

Het eerste stuk van 120 km richting Bastenaken hadden we de wind in de rug en op papier moesten we ook maar 1 officiële helling beklimmen, de Cote de La Roche-en-Ardenne. En toch hadden we het zwaar, we hadden dus niet op die pittige tussenstukken gerekend, na 80 km stonden er al 1500 hoogtemeters op de teller. Constant klimmen dus, en in het achterhoofd hoopten we op dit eerste stuk wat extra snelheid en voorsprong te pakken. Niet dus. We wilden kost wat kost voor 20u ‘s avonds arriveren, dan zou de finish sluiten. Kwestie van onszelf nog wat extra druk op te leggen. Voor een t-shirt en een medaille, je gelooft het niet… De snelheid viel dus toch wat tegen, met een gemiddelde van 23 km/u liep het zeker niet slecht, maar we wisten dat er na Bastenaken nog veel lekkers (lees: 7 hellingen) op ons lag te wachten.

Bastenaken was trouwens echt een eerste breekpunt in de tocht. Het was nog altijd heel koud, en opeens kregen we dus die tegenwind op onze neus. En wat later, in Houffalize, stond ook het eerste monster van de dag op het programma, de Côte de Saint-Roch. Steil en onregelmatig, echt een rotding. Net voor ons viel een ander deelnemers gewoon omver van de steile hellingsgraad. Al hadden we ook de indruk dat hij wellicht z’n versnellingen nog niet op de helling had afgesteld of gewoon wat tandjes te weinig had meegebracht naar de Ardennen.

redoute.jpg

“In Houffalize stond het eerste monster van de dag op het programma: de Côte de Saint-Roch. Steil en onregelmatig, echt een rotding”

Pech vanaf Côte de Wanne

Nadien volgden de Côte de Wanne en de Côte de la Haute Levée. Tijdens de beklimming van de Côte de Wanne moest 1 van onze compagnons helaas opgeven, hij was door 1 van zijn knieën gezakt. Einde van zijn calvarietocht. En net na de Côte de Wanne reed iemand lek, buitenband stuk. Een reserve-exemplaar hadden we niet mee, maar gelukkig kregen we snel hulp van de organisatie. 25 euro voor een nieuw buitenbandje, dat wel. Afzetters… Een halfuurtje achter op schema door de kapotte knie en de lekke buitenband, dat hoopten we nog wel ergens in te halen. Om maar te zeggen, vanaf Bastenaken liep het allemaal wat stroever en moeizamer.

Finale met de Redoute en de Saint-Nicolas

De kilometers begonnen ook te tellen, en met de Côte de La Redoute, Côte de la Roche-aux-Faucons en Côte de Saint-Nicolas brak de echte finale aan. Het feit dat we al meer dan 230 km hadden gefietst en we nog maar een goeie “40 km” moesten afleggen, gaf ons wel wat courage om die finale aan te vatten. We kunnen daar kort over zijn: de Côte de la Redoute was steil en moordend, “een klootzakje” noemden we hem toen we al harkend boven geraakten. De Roche-aux-Faucons was doenbaar, maar de uitloper was er echt te veel aan. En de laatste officiële helling, de Saint-Nicolas, die reden we op adrenaline. Steil genoeg, maar we ruikten de finish. Dat deed iets met ons lijf.

En toch: de hellende aankomststrook naar Ans was er echt te veel aan. Wellicht zagen we eruit als stervende zwanen, maar hey, een paar minuten voor 20 uur bolden we toch de finish over. Foto op het podium, pintje achteraf en een groepsknuffel. “Omdat het kan,” zegden we nog eens tegen elkaar. We haalden nog frietjes van de frituur, maar de maag protesteerde. We dronken nog 2 trappisten, die gingen wonderwel vlot naar binnen. En uiteraard herbeluisterden we het interview op Radio 2. En we vielen in slaap, want zo gaat dat als je 13 uur op een fietszadel hebt gezeten.