Deel dit artikel:

Met de camper naar de Lumberjack Gravel Ride

Tradities zijn er om in ere te houden. Zo ook: een stevig potje gravelen tussen Kerst en Nieuwjaar. De Lumberjack Gravel Ride van Café Coureur staat sinds 2017 op de kalender en mag zich intussen een moderne klassieker noemen. Onze man trok erheen en werd voor zijn tweedaags gravelavontuurtje door Goboony uitgerust met een camper die menig cyclocrosser zou doen watertanden. (Foto's: Just Jean Media)

Midden november ontvang ik van de Grinta!-redactie een mailtje. Of ik met een paar maten de tweedaagse Lumberjack Ride van Café Coureur wil rijden, met een nachtje kamperen tussendoor. Ondanks het feit dat ik niet vies ben van slapen onder de blote sterrenhemel, lijkt me dat in het ‘putteke van de winter’ niet meteen het meest aantrekkelijke voorstel. Ik wil vriendelijk bedanken, maar verduidelijking volgt snel: er is een camperparking aan de start en Goboony voorziet een camper om te overnachten. Dat klinkt al stukken beter!

In mijn campervan ben ik Superman

Will Tura wist het al een hele poos geleden: “In mijn caravan ben ik Superman”. Hopend dat hetzelfde geldt voor een campervan, zet ik op 27 december samen met goeie vriend Wouter koers richting Limburg. We kunnen immers beiden superbenen gebruiken: er wachten ons vandaag een kleine 120 kilometer door het Nationaal Park Hoge Kempen, waarvan het overgrote deel onverhard. Voor twee vermoeide jonge vaders in een conditionele winterslaap is dat een stevig dagje uit. En ook daags nadien staan gravelkilometers gepland. Al hebben we op voorhand afgesproken om dan voor de ‘kids tour’ van 65 kilometer te gaan.

Eén ding is zeker: aan de omkadering zal het niet liggen. De Adria-campervan die ik via Goboony huurde heeft werkelijk alles aan boord om ons het gevoel te geven dat we doorwinterde, professionele cyclocrossers zijn. Douche, toilet, spoelbak, kookvuurtje en lekker malse bedjes… We komen niks tekort. Voor wie trouwens nog nooit van Goboony heeft gehoord: dat is een online platform dat je nog het best kan vergelijken met AirBnB. Particuliere eigenaars van mobilhomes of campervans verhuren er hun busje op momenten dat ze die zelf niet gebruiken. Het netwerk van verhuurders op Goboony is inmiddels al zo groot, dat zelfs iemand als ik – die in een boerengat in de Vlaamse Ardennen woont – een camper in de buurt kan vinden. Neem ‘in de buurt’ gerust letterlijk: ik huurde de mobilhome voor deze tweedaagse bij iemand op nog geen kilometer van mijn deur. Handig!

Après-ski sfeertje

De Lumberjack Ride van Café Coureur is inmiddels een begrip geworden in gravelmiddens. Ik trok er in 2019 al een keertje heen en dat was toen al de derde editie van het gravelfestijn. Samen met een paar andere klinkende namen als Smugglers’ Path, Dirty Boar en de Chebacco Gravel Ride was ‘de Lumberjack’ één van de eerste events in ons land dat zich op gravelbikers richtte. Vooral de plaats op de kalender maakt de rit uniek en extra gezellig: middenin de kerstvakantie. Na een dagje koukleumen in de Limburgse natuur, gaan de Jägermeister en de afterparty met après-ski sausje er bij de meeste deelnemers traditiegetrouw vlotjes in. Al is er ook een nadeel aan de timing verbonden: de kans op guur weer én een modderbad is enorm groot.

Moet er nog zand zijn?

Vorig jaar deed Café Coureur een gewaagde zet en werd de ‘Lumberjack Gravel Ride’ uitgebreid van één naar twee dagen. De eerste dag werd er in het Nationaal Park Hoge Kempen gefietst en op dag twee werd de lus richting zuiden getrokken: naar Haspengouw, met tussenstop in Borgloon. Al bleek dat toen zo’n ploeterpartij, dat de organisatoren het geweer – of in hun geval de bijl – van schouder veranderden en nu gewoon twee dagen het nationaal park intrekken. Niet onverstandig, want na een week waarin de regen elke dag met bakken uit de lucht viel, zoek je maar beter de zandgrond op. Dat is het type bodembedekking waar ik als Oost-Vlaming enkel van kan dromen. Migreren naar Noord-Limburg is natuurlijk ook een optie.

Zilverpapier

Wanneer we op het parkeerterrein van voetbalclub Genk VV aankomen, kleurt de warme gloed van de zon de lucht al lichtjes oranje. Het is fris, maar het belooft gelukkig wel een mooie, droge dag te worden. Een zeldzaamheid tijdens de erg wisselvallige kerstvakantie. Ons doel om de groepsstart te halen om negen uur, laten we schieten en we bereiden ons in onze camper rustig voor op de dagtocht. Mijn kompaan gaat voor de ultieme tip tegen wintertenen: zilverpapier rond de voeten en zo de koersschoenen in. Zouden ze dat ‘in de tijd van Roger…’ ook zo gedaan hebben?

Het Noorden kwijt

Misschien dat houthakkers in hun vrije tijd ook weleens een balletje trappen, maar de kantine van Genk VV mist wat cachet als start- en aankomstplaats. De vuurkorven buiten moeten de sfeer en gezelligheid een duwtje in de rug geven, maar het is het eerste jaar dat de organisatoren naar hier uitwijken en ze moeten er duidelijk hun draai nog wat vinden. Voordeel is evenwel dat je na de start quasi meteen het bos en de natuur induikt om er vervolgens de rest van de dag amper nog uit te komen. Het parcours draait, keert en kronkelt door de bossen dat het een lieve lust is. Waag je vooral niet aan een poging om je te oriënteren. Wanneer je de streek niet kent, ben je op deze route snel het Noorden kwijt. Letterlijk en figgurlijk. Dat bleek bij mij trouwens al na vijf kilometer, toen mijn Garmin tilt sloeg en we een eindje later alweer het voetbalterrein van Genk VV in zicht kregen. Tweede keer, goeie keer dan maar: op het grasveld onder de hoogspanningsmasten van Genk richting As, draaien we nu wel de juiste kant op en fietsen we door de schijnbaar oneindige bossen richting het oude treinstation en de uitkijktoren van As. Onderweg komen we Jan uit Brasschaat tegen, die deze onderneming zonder fiets-gps tot een goed einde wou brengen. Wijselijk besluit hij zich bij ons in de wielen te nestelen en dus gaan we de rest van de dag met drie op pad: Jan, Wouter en ikzelf.

(lees verder onder de foto’s)

Heerlijk parcours

Het cliché luidt dat Limburg het fietsparadijs van Vlaanderen is. Maar ook specifiek voor offroad fietsers is het er heerlijk toeven. In het Stokkemerbos en het Dilserbos kruisen we constant bordjes van de mountainbikeroutes van Cycling Vlaanderen. Maar dat wil niet zeggen dat het Lumberjack-parcours een veredelde mountainbiketocht is. Integendeel. De route is prima uitgebalanceerd. Kleine, kronkelende singletracks en brede bosdreven wisselen elkaar af en zorgen ervoor dat de rit nooit saai of eentonig aanvoelt. Nu eens vlammen we over lange rechte stroken tussen de kale loofbomen om dan iets later weer te slalommen over een zacht tapijtje van aangestampt zand en dennennaalden. En dat alles met een minimum aan verharde wegen of modderpartijen tussendoor. Het moet gezegd: ondanks de overvloedige regenval van de afgelopen dagen, zijn alle tracks vandaag prima berijdbaar. Haast nergens word je gedwongen om door diepe plassen te waden of is de bagger extreem. Kudos daarvoor! Het winterzonnetje op onze bol en het vooruitzicht van de bevoorrading creëren een warme gloed in lichaam en geest.  

Pensen vol pensen

Wat de reputatie van de Lumberjack Gravel Ride mee heeft gevormd, is ongetwijfeld de bevoorrading met zwarte pens, appelmoes en boterhammen. De tijd dat er op het voetbalterrein van ‘Flandria Dorne’ sportieve successen werden behaald, lijkt al lang vervlogen. De XL-braadpan in de kantine is er nu een keer per jaar dé publiekslieveling. Het is echter opletten geblazen: de drang om je pens te vullen met pens is groot, maar met nog zo’n 80 kilometer voor de boeg overdrijf je er beter nog niet mee. Zeker aangezien ook het gros van de hoogtemeters er nog aan zitten te komen. Het zijn hier niet voor niks de ‘Hoge’ en niet de ‘Lage Kempen’. Na een lus van dik 40 kilometer richting Gruitrode, de Zuid-Willemsvaart en Neeroeteren komen we hier straks trouwens nog een keer terug.

(lees verder onder de foto’s)

Langs de zanderige heide van de Oudsberg fietsen we naar het Gruitroderbos en op de Solterheide voorbij Neerglabbeek gaan we pas echt als gekken draaien en keren. Even uitzoomen op de kaart en het lijkt wel alsof ze Stevie Wonder zonder blindengeleidehond het bos hebben ingestuurd om dit stuk van de rit uit te tekenen. Een optelsommetje van onze gemiddelde snelheid, het aantal kilometers dat we nog voor de boeg hebben en het daglicht dat ons nog rest, doet ons concluderen dat een kleine shortcut zich stilaan opdringt. Te laat vertrokken, een paar keer fout gereden, wat te lang gestopt op de bevoorrading… Mijn fietsmakker Wouter en ik bedenken tal van smoezen om te verdoezelen dat we eigenlijk al de hele dag te traag aan het fietsen zijn. ’t Is hier gewoon genieten met grote ‘G’. We laten de passage langs de Zuid-Willemsvaart voor wat die is en snijden met spijt in het hart in Opoeteren een stukje af, waardoor we ons iets sneller dan verwacht weer tegoed kunnen doen aan een nieuwe lading pensen op de bevoorrading. Daar verzekert organisator Peter ons dat het mooiste deel van de route nog moet komen…

Buitenaards landschap

Voor de terugtocht naar Genk rijden we eerst in een grote bocht rond Opglabbeek langs de Ophovenderheide. Dat is het zoveelste festijn van goed berijdbare boswegen waar je heerlijk door kan jassen. Al hou je hier best nog een troefkaart achter de hand, want ietsje verder verschijnen haast vanuit het niks twee enorme kegels aan de horizon: de terrils van Waterschei. Wanneer we op de trails de strijd tegen de zwaartekracht aangaan, vrees ik stilletjes dat ze ons helemaal naar boven op de terril willen sturen.

Gelukkig stopt het klimwerk op een kaal plateau dat boven de buitenwijken van Genk uitsteekt en vanwaar je een magnifiek zicht hebt op de terrils. Je fietst en wandelt hier in feite op afvalgrond en het is haast niet te bevatten hoeveel kubieke meters puin er hier gedurende de jaren samen met de steenkool uit de grond zijn gehaald. Vandaag zorgt de ondergaande zon hier voor een adembenemend schouwspel. Het lijkt hier haast een andere planeet. Maar de schachtbok van de koolmijn op de achtergrond verraadt dat we weldegelijk in de buurt van Genk zijn. Voor wie toch nog niet zeker is, neemt het stadion van Racing Genk alle twijfels weg nadat we van het plateau zijn afgedaald.  

(lees verder onder de foto’s)

Gillende meisjes

Het begint flink te schemeren wanneer we opnieuw de terreinen van Genk VV opdraaien, onze hamburger naar binnen werken en onze fietsen schoonspuiten. Met het oog op de opkuis van de camper, besluiten we maar te douchen in de voetbalkantine. Al krijgen we daar instant spijt van. De boiler vond dat het voor die dag welletjes was geweest en dus staan mijn fietsmakker en ik als gillende meisjes onder een ijskoude waterstraal. Het wordt de kortste douche ooit en achteraf mogen we op zoek naar onze mannelijkheid. Gelukkig is er nog het Jägermeistertentje waar we ons aan de hartverwarmende kruidendrank kunnen laven. De afterparty is nogal op zijn dinsdags – lees: snel gedaan – en dus trekken we richting camper om de avond tussen pot, pint en uitklaptafeltje af te sluiten in ons eigen coconnetje. Gezellig socializen met anderen bij een kampvuur zit er niet in: kamperen in de winter is toch een stukje minder idyllisch dan ik me had voorgesteld.

Meer van hetzelfde

Het is verbazend hoe goed je in zo’n mobilhome slaapt. Al kunnen de 120 gravelkilometers er ook voor iets tussen zitten. Of het feit dat we eens een nachtje konden pitten zonder gestoord te worden door een hongerige baby of huilende peuter (vermoeide jonge vaders, remember?). De tweede dag Lumberjack kondigt zich aan en we hebben er zin in. Al blaast een stevige zuidwester ons bij het uitstappen bijna terug de camper in. Het winterzonnetje van gisteren verstopt zich vandaag achter een dik pak grijze wolken waaruit nu en dan wat nattigheid valt.

(lees verder onder de foto’s)

Het vooruitzicht van een wat druilerige dag maakt ons nog meer vastberaden om vandaag voor de ‘kids tour’ van 65 kilometer te kiezen. Die biedt meer van hetzelfde en kronkelt opnieuw richting bevoorrading met bijhorende pensen in de kantine van Flandria Dorne. Al wordt vandaag voor een meer westelijke aanvliegroute gekozen. We rijden eerst langs de mijnterrils van Waterschei en het Heiderbos naar As om dan van daaruit via het Stokkemerbos bij de bevoorrading uit te komen. Voor wie vaak in deze streek fietst, is het misschien ‘overkill’ om twee dagen op rij dit gebied te doorkruisen. Maar wij vinden het allerminst storend. Op één of twee déja-vu’s na, voelt het parcours van dag twee aan als een heel andere tocht. Wat een zaligheid om als parcoursbouwer een speeltuin als de Limburgse Kempen voorhanden te hebben.

(lees verder onder de foto’s)

Het recept is zoals gezegd hetzelfde als de dag voorheen: lange rechte grindpaden wisselen af met boswegels en singletracks. Technisch wordt het nooit, plezant des te meer. We blijven vandaag duidelijk iets meer in de buurt van gemeentes en industrieterreinen rond Genk waardoor het ‘wide open space’-gevoel minder overheerst. Anderzijds is het fijn dat je hier toch lekker kilometerslang offroad kan fietsen tussen al die concentraties beton. Op de terugrit naar Genk rijden we richting de Zonhovenerheide rakelings langs de enorme magazijnen van o.a. transportbedrijf Essers en toch krijgen we nauwelijks verharde weg voorgeschoteld. En ook om Genk vanuit Winterslag binnen te rijden, kunnen we ons uitleven op een kilometerslange singletrack tussen jonge boompjes langs de spoorweg.

(lees verder onder de foto’s)

Gillende meisjes – part two

Zo tussen Kerst en nieuw bruist het rond het shoppingcenter van Genk van het leven. Daar moeten we in de laatste hectometers van de rit dus nog even uit onze doppen kijken. Maar via het Molenvijverpark komen we toch op een autoluwe manier terug op de terreinen van Genk VV uit. Daar vloeien de Kwaremont en Jägermeister al rijkelijk en heeft de deejay zich – in tegenstelling tot gisteren – op de parking van de kantine geposteerd. Het zorgt buiten meteen voor meer leven in de brouwerij.

Deze keer is er gelukkig wel nog warm water in de kleedkamers en kunnen fietsmakker Wouter en ik genieten van een deugddoende douche voor we het bescheiden feestje tussen de vuurkorven vervoegen. Nogmaals onze excuses trouwens, aan die paar dames die we tijdens het douchen hebben opgeschrikt: we wisten echt niet dat de kleedkamer voor bezoekende ploegen was voorbehouden voor vrouwen… Weer een scenario van gillende meisjes in de douche dus. Al waren het deze keer weliswaar andere 😉

Mama Lauda

De ‘moeder aller gravel rides’: dat etiket heeft Café Coureur de Lumberjack opgekleefd. Of die geuzennaam geoorloofd is, daar spreek ik me niet over uit. Maar wanneer op de afterparty ‘Wie heisst die Mutter von Niki Lauda – Mama Lauda, Mama Lauda’ wordt ingezet, vind ik dat een meer dan passende cue om de terugrit richting Vlaamse Ardennen in te zetten. Ik heb de afgelopen twee dagen mijn kerstcalorieën erdoor gejaagd en ondertussen kunnen genieten van een heerlijk parcours in een geweldige streek. Wat wil je als grindminnend fietser nog meer?

‘Vielen dank und auf Wiedersehen’, Lumberjacks!