Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Lijstjestijd: onze favoriete ritten van 2020 (1)

Wie had ooit gedacht dat één Chinese vleermuis zo'n grote impact kon hebben op ons leven? Fietsdoelen vielen weg, reisplannen werden noodgedwongen bijgeschaafd. Ook de Grinta!-bloggers zagen hun agenda's omgegooid maar bleven niet bij de pakken zitten. Ze slalomden tussen de reproductiegetallen en avondklokken door en konden met enkele goed geplaatste demarrages het virus van zich afhouden. Rond de jaarwisseling blikken ze terug op hun favoriete ritten en tonen ze dat 2020 meer was dan alleen maar kommer en kwel.

De top drie van Joyce

2020 bracht veel fietsplezier. 13.000 kilometers. Meer dan ooit. Ik zou makkelijk een top vijftig van mijn favoriete tripjes kunnen oplijsten, maar hou het bij deze drie:

1. 300 km voor Kom op tegen Kanker

Toen in het voorjaar duidelijk werd dat doel na doel wegviel, ging iedereen op zoek naar een eigen doel. Met zotte afstanden tot gevolg. Mijn langste afstand ooit reed ik op Hemelvaart 2020. De dag waarop ik normaal van start zou gaan in de 1000 km voor Kom op tegen Kanker. Samen met een andere wegkapitein reed ik vanuit het Meetjesland symbolisch naar middagstad Sint-Truiden en weer, met een tussenstop in Mechelen, de gaststad voor de 1000 km. Op een bloedhete dag waarbij bevoorradingen onze grootste zorg waren, we van onbekenden gevulde bidons kregen, maar ook een blikje naar het hoofd gemikt kregen uit een voorbijrijdende auto. En we door te veel verloren tijd onderweg in het pikkedonker en zonder lichtjes na onze 300 kilometer veel te laat aankwamen. Het hele verhaal kan je nog eens nalezen via deze link.

De route vind je hier.

2. Long Term BE Challenge

Mijn god wat heb ik veel eenzame ritten in België gesleten waarbij ik gemeentes aan elkaar reeg zoals Pacman witte bolletjes. En dat allemaal voor de Long Term BE Challenge, de Challenge waarbij je in élke gemeente gefietst moet hebben. Het is me niet gelukt om dit jaar rond te geraken voor de Challenge. Ik heb wel fantastische plekken ontdekt. Zoals iedereen ben ik in zwijm gevallen voor het natuurschoon voor Limburg. Vol bewondering heb ik staan kijken naar het gigantische bouwwerk van de kanaallift van Strépy-Thieu. Maar niets verslaat het genot dat ik beleefde aan de minder toeristische uithoeken van Wallonië. En ik heb mijn skills als routebouwer met veel vallen en opstaan verder uitgebouwd. (tip: er zijn véél verdoken kasseistroken in Henegouwen en verharde baantjes op papier durven in de Ardennen wel eens in het echt onverhard te zijn) Eén route eruit pikken, was moeilijk. Dan toch maar een tripje ten zuiden van Charleroi, omdat die regio me tot nog toe het meest verrast heeft.

De route vind je hier.

3. Traag door Zeeland

Minder competitie, meer fun. Doordat er niet veel wedstrijden op de kalender stonden, genoot ik des te meer van het sociale karakter van onze fijne sport. Ik ging voor social rides met vriendinnen met een terrasje onderweg, wat ik vroeger zelden of nooit deed. Dé trip die ik daarbij onthoud, is de dagtocht die ik met een vriendin maakte door Zeeland. De veerboot in Breskens over en op toeristentempo een echt vakantiegevoel creëren. Cruisen langs de Nederlandse kust (Zoutelande!), slalommen langs de mooie paden in de duinen tussen Burgh en Renesse en een ijsje likken in Veere. En dat allemaal bij een stralende zonnetje. Ik krijg weer instant heimwee naar de zomer.

De route vind je hier.

De top drie van Bart

1. De verkenning van Smugglers’ Path French Borders

Wat een zomers weekend gravelen in Finland had moeten zijn, werd door corona noodgedwongen een driedaagse kampeertrip in de Ardennen. Al heb ik er de Finse taiga geen minuut gemist. Samen met de organisatoren van het Limburgse Smugglers’ Path ging ik vanuit Herbeumont mee op parcoursverkenning voor hun ‘French Borders’-event, dat op 18 september 2021 gepland staat. De vallei van de Semois biedt het perfecte decor voor een pittige, maar prachtige graveltocht. Er lijkt geen einde te komen aan de grindwegen in de dichte bossen, maar eens je de grens met Frankrijk oversteekt, ontplooit zich een prachtige openheid in het landschap. Kortom: gravel van de bovenste plank. De route moet evenwel geheim blijven. Deelnemen is de boodschap!

2. Gravel in Girona

Vlak voor de eerste lockdown in maart had ik het geluk om nog enkele dagen in Girona te mogen vertoeven. De stad is een paradijs voor racefietsers, maar Specialized stelde er zijn nieuwe Diverge gravelbike voor aan de Europese pers. Zo liet men ons kennismaken met de mooiste grindwegen die de streek rijk is. De heuvels rond Girona staan ook offroad garant voor stevig klimwerk, maar we hielden ook halt in het prachtige middeleeuwse dorpje Monells en bij de ruïne van het Castell de Sant Miquel. Van daaruit is het uitzicht over de vallei van de Ter én de besneeuwde Pyreneeëntoppen in de verte fenomenaal. De combinatie van een heerlijke fiets, een prachtparcours en een streep Spaanse zon in het vroege voorjaar maakte dit een onvergetelijk tussendoortje. Sindsdien heb ik het ‘Gironavirus’ stevig te pakken.

3. Van de Vlaamse Ardennen naar het Hageland (en terug)

Na alle ‘ride solo’-ritjes in het voorjaar en het devies om in (de buurt van) ons kot te blijven, had ik het wel even gehad met de Vlaamse Ardennen. Daarom besloot ik in mei een straal van 100 kilometer rond mijn huis in Lierde te trekken en naar een punt op die cirkel te fietsen. De Vlooybergtoren in Tielt-Winge bleek een ideaal keerpunt, want het Hageland was voor mij tot dan een totaal onbekende streek. Samen met twee fietsmakkers zette ik via het Pajottenland, het Zoniënwoud en de prachtige druivenstreek koers naar ‘de toren van de Callboys’. Voor de terugweg kozen we een vlakkere route ten noorden van Brussel, met stukjes Dijle, het kanaal Leuven-Dijle tot Mechelen en de Leirekensroute van Londerzeel naar Aalst. Bij thuiskomst stonden er 212 zonnige kilometers op de teller. Een mooi dagje in het zadel! Met wat fantasie verwerk je ook zonder problemen de Muur, Bosberg en Congoberg in de route.

De top drie van Luc

1. Waaieren op de Oesterdam

Vanaf het voorjaar kan je iedere maandag in Kalmthout terecht voor een social ride van precies zeventig kilometer. In waves van maximaal twintig renners wordt er koers gezet richting het Nederlandse Tholen. Daar mogen alle remmen los op de Oesterdam. Na elf kilometer knallen gaat het gezamenlijk terug naar de startplaats. Op een zomerse avond pikte ik er aan bij een groep die geacht werd aan 30 kilometer per uur te rijden. Dat die richtsnelheid ruim werd overschreden, deerde geen moment. Het traject bleek veilig, de deelnemers gedisciplineerd en ontdaan van haantjesgedrag. Dan kan het gas open, zelfs op de openbare weg. Het concept van de zogenaamde Oestermondays is oersimpel maar het werkt. Geen betere manier om de werkweek te beginnen dan met twee uur windklieven.

Alle praktische info vind je via deze link, een ruimer verslag lees je hier.

2. Een retourtje Zeelandbrug

Eind september staat doorgaans Rondom Zeeland op de kalender. Dat is de rit van het Grinta!-peloton die wordt afgesloten met Zeeuwse mosselen. Het is mij al elke keer een waar genoegen geweest de route voor dat evenement te mogen uitstippelen. Stroomde er vissersbloed door de aderen van mijn voorouders? Ik kijk in ieder geval altijd uit naar de verkenningsritten in de zilte zeelucht. Dit jaar besloot ik de wagen aan de kant te laten en van thuis uit op prospectie te trekken. Bij het keerpunt begon het me te dagen dat de hoogvorm nog veraf was. Onnoemelijk blij was ik dat de clubgenoten die me vergezelden er niet om maalden het kopwerk op te knappen. 21 kilometer per uur, een maximale hartslag en nog sterven in het wiel. Ja, het kan spoken op de Zeelandbrug. Zon, wind, regen, nog meer wind pal op de snuit. In Zeeland ontsnap je nooit aan de grillen van de natuur. En wie denkt dat vlakke ritten altijd saai en makkelijk zijn, dwaalt.

De route van 256 km vind je via deze link.

3. Koffie in Aalst of Gent of Breda of Steenhuize-Wijnhuize of …

Het voorbije jaar is er vanuit mijn fietsclub een los-vast zaterdaggroepje ontsproten dat halfweg de ritten de remmen dichtknijpt voor koffie. De snelheid varieert naargelang de samenstelling van het gezelschap, maar het sociale aspect is telkens even belangrijk als het produceren van hoge wattages. KOM’s najagen is nooit de bedoeling. De grootste motoren rijden wat langer op kop, de mindere goden maken meer kilometers dan ze individueel zouden verzamelen. Iedereen blij. Tijdens de obligate break bespreken we de wieleractualiteit en ontstaan er grappen over Ruben en Puck, respectievelijk bekend van TV en Instagram. De lengte van de ritten wordt bepaald door de afstand tot het uitgekozen etablissement en ligt doorgaans boven de 100 kilometer. Onze lus naar Aalst is me om de een of andere reden het meest bijgebleven. Ligt dat aan de glooiende kouters in de eerste helft? Of aan de rustige kronkelwegeltjes in deel twee? Geen idee. Misschien was het wel de Bicky Croque in krokbar De Bevoorrading die een onuitwisbare indruk heeft nagelaten.

Voor de route (108 km) klik je op deze link.

Gerelateerde artikels