Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Liefde maakt blind

De Granfondodiscipline heeft toch iets aparts. Je traint een heel jaar keihard  om dan in één maand vijf keer te presteren. Op die vijf dagen kan er vanalles mislopen. Een slechte dag of lekke band, of stel dat je juist dan ziek wordt. Ziek van de fenomale hoeveelheden koolhydraten die je al dagen aan het stapelen bent. Criteriums rijden biedt veel meer kansen, een slecht weekend is geen verloren seizoen. Je betaalt minder startgeld, het is dichter bij huis en er valt meer te verdienen.

Maar drie jaar geleden werd ik verliefd. De liefde gevonden waar ik al lang op zoek naar was. Granfondo’s hebben iets bijzonders.  Mannen en vrouwen, atleten en minder afgetrainden, starten allemaal samen. Lange afstanden en veel klimwerk op legendarische cols. Het gevoel deel uit te maken van een groter geheel. Renners stromen door het landschap. Individueel lijden wordt collectief lijden. Iedereen zoekt zijn of haar fysieke grens op. Voor de één is dat uitrijden, voor de ander is het één lange tijdrit of ze gaan voor het klassement. Het collectieve lijden wordt een collectieve roes. Een lichaam verdient het af en toe om tot het uiterste gedreven te worden. Granfondo’s zijn de beste drugs. Het gevoel dat je net jezelf hebt overwonnen is zaligmakend.

Na afloop heeft iedereen een eigen verhaal. Krampen, gelost, de man met de hamer, gevallen of ontsnapt en gewonnen. De collectieve roes slaat om in een collectieve schranspartij. Eens de honger komt, is die na een Granfondo niet meer te stoppen. Liters water, cola en R2. Pasta om vier uur, stokbrood met nutella om vijf uur, nog eens pasta om zeven uur.  Zelfs die vreselijke confituurtaartjes na de Marmotte smaken lekker. Liefde maakt blind. ‘s Avonds worden Garmins, Powertabs en Polars in detail ontleed en vergeleken. Wat kan nog beter? Kan ik nog harder? Plannen worden gesmeed voor de volgende Granfondo. Liefde werkt verslavend. Waarom is het seizoen zo kort?

(Edith Vanden Brande, Grinta! 20, 2010)