Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Jan, Jans en Jean

Twee ronden op grond van onze noorderburen.

Fietsen over de grens is in zekere zin als rijden met de trein. Altijd een beetje reizen. De verlengde weekends en eerste zonnestralen brachten me, op zoek naar een streepje vakantiegevoel, op korte tijd twee keer bij onze Noorderburen. Een land in collectieve ontkenningsfase voor het nakende EK en waar een vlaggenmast op de voorgevel wel in de bouwvergunning lijkt te zitten. Waar fietsers verwend worden op vlak van accommodatie en de wegen een perfecte asfaltlaag hebben ook. Twee keer zag ik recent het wegdek abrupt verbeteren en evenveel keer wist ik me dus in Nederland. Twee keer werd dat een totaal verschillende beleving. Ik neem jullie mee van Neeltje Jans, deltapark en touraankomst, tot Vaals, het meest Zuidelijke dorp van Nederland en de Amstel Gold Race. Van strand tot Heuvelland. Over Jan, Jans en Jean.

Neeltje Jans

Zeeuws-Vlaanderen, een stuk laaggelegen land waar het altijd waait en de fiets heerst. Of waar men altijd fietst en de wind heerst. Greipel spurtte er naar ritwinst en Quintana werd er weggeblazen. Via Terneuzen en de Westerscheldetunnel kom je op dit stuk polder dat door bruggen en veerboten aan elkaar wordt gehouden. De wagen parkeer ik in Arnemuiden, op de Oranjepolderseweg. Veel sprekender kan het niet worden. Alternatieve startplaats was de Vrouwenpolder. Of Heerenhoek, woonplaats van Jan Raas en binnenkort eigenaar van zijn eigen Jan Raas fietsroute (goed 100km) dwars door Zeeland. De route wordt trouwens ingereden op 3 juli en is misschien een ideale kennismaking met de streek.

Fietsen in deze regio betekent zoveel als fietsen op rustige fietspaden. Fietspaden die zich afscheiden van de autoweg in die mate dat er in de verste verte geen auto meer te bespeuren valt. Dwars door velden en langs de oevers van de Westerschelde. Ik volg er fietsknooppunten en wil eigenlijk via het veer van Wolphaartsdijk naar de overkant. Tip: als dit plan je ook wat lijkt, vertrek dan niet te vroeg want de veerdienst begint pas om 11 uur die kant…

We waren dus te vroeg voor de boot en reden iets verder over een eerste brug richting de veel grotere Zeelandbrug. Deze laatste is 50 jaar oud, meer dan 5 km lang en een schouwstuk op zich. Hoog boven de zee begeven we ons naar de overkant, Zierikzee. Aan de overkant aangekomen moet je zeker linksaf de waterlijn volgen. Daar ligt een geasfalteerd pad van vele kilometers lang dat niet afwijkt van de golfbrekers en je zo bij Neeltje Jans brengt. Vlak voor we daar aankomen gaan we echter nog even Noordwaarts richting Renesse, een wel heel levendig en toeristisch dorpje. Van daaruit kan je heel makkelijk de verbinding maken met de routes die je op deze site vindt onder de rubriek ‘Eropuit’ (Zuid-Holland).
Het is een zonovergoten dag en zelfs dan staat hier wind. Doe je dit op een feestdag net als ik, houd er dan bovendien rekening mee dat er zich veel fietsers op deze paden bevinden. Snelheidsduivels zoeken beter een rustige dag uit want hier rijden vele snelheden door elkaar. Van driewielers tot tijdritsturen. Van 7 tot 77.

Daar waar de Zeelandbrug een echte brug is, is dat bij Neeltje Jans veel minder het geval. Neeltje Jans is een Deltapark en heeft tot doel het land te beschermen tegen hoogwater op zee. Dat levert een apart beeld op met hoge torens aan de zijkant en een kunstmatig eiland halfweg. Het is er behoorlijk spectaculair en eigenlijk, zeker bij wat ruiger weer, een waar kijkstuk. Na Neeltje Jans fietsen we even langs de stranden van Zeeuws-Vlaanderen. We cruisen terug richting beginpunt maar konden niet weerstaan aan de verleidelijke lokroep van strandpaviljoen ‘View’. Cappuccino met zicht op zee om deze fietsdag af te sluiten.

We fietsten 103km langs deze knooppunten (www.fietsnet.be):
48-40-50-25-35-34-33-32-31-6-7-8-90-89-81-80-82-83-85-84-76-75-74-73-72-71-70-4-3-30-31-32-36-34-35-48

steven1.png

Jean Nelissen

Eén week later was ik in Vaals, het meest Zuidelijke dorp van onze Noorderburen. Flirtend met onze eigen grens en de Voerstreek maar ook met Aachen. We bevinden ons bijgevolg op een boogscheut van het Drielandenpunt, met zijn 322 meter trouwens het hoogste punt van Nederland. Oorspronkelijk was er zelfs sprake van vier landen. Stille getuige is de  Viergrenzenweg die zich naar boven slingert. Neutraal Moresnet werd echter na de Eerste Wereldoorlog bij België gevoegd en er bleef toen nog maar een drielandenpunt over. De Boudewijntoren op onze helft en de Wilhelminatoren op Nederlandse zijde. Die van de Belgen is hoger.

Ik ben een beetje verknocht aan deze streek, die met zijn goed wegdek, fleurige dorpskernen en vele terrassen schril afsteekt tegen de wat grauwere Ardennen. Ik begin er na enkele jaren oefenen zelfs mijn weg te vinden in de kleine smalle straatjes. Maar laat u daardoor niet afschrikken, met de fietsknooppunten en de Amstel Gold Race fietsroutes (3 lussen) kom je een heel eind en hoef je niks te missen.

Het mooiste en meest heuvelende stuk Heuvelland vind je in de perfect geometrische driehoek Eys  – Vaals – Slenaken. Meer naar het Zuiden heb je de wat langere hellingen tot 3 kilometer lang (Camerig), meer naar het Noorden heb je Vlaamse Ardennenhellingen als Eyserboschweg, Gulperberg en Keutenberg. Op de Gulperberg staat sinds kort een gedenkplaat voor Jean Nelissen, de befaamde wielercommentator die met zijn encyclopedische kennis de liefde voor de wielersport bijbracht aan de Nederlanders. Hij heeft zijn Limburgse roots nooit verloochend en het kunstwerk verwijst naar de fiets, een micro en wijn. Dat de weg naar boven nog niet is platgereden mag een raadsel heten, want het wemelt hier van de wielertoeristen die zich naar boven hijsen op deze steile helling met weids uitzicht boven. Enkele Nederlanders vertrouwden me er toe ‘dat ze ook naar Cauwer kijken als er koers is’. Wuyts zal het graag horen.

Fiets je de Camerig op, de lastigste helling van Nederland (volgens Cotacol), dan moet je halfweg ook nog eens weerstaan aan de verleiding van een heerlijk terras met ‘gratis uitzicht’, zoals het bord aangeeft. Daar een stukje Limburgse vlaai en je kan weer een heel eind verder. Naar de Loorberg bijvoorbeeld, de Alpe d’Huez van Nederland die met zijn 2 slingerende bochten en 1 haarspeldbocht dan toch één gelijkenis toont met de 21 bochten in de Alpen. Of naar de Cauberg, maar daarvoor ben je wel even onderweg. Een onmisbaar uitstapje echter, als je jezelf wilt meten Gilbert op zijn berg. Onze tocht kende overigens een zelfde einde als in de polders, op het terras halfweg de Camerig. Naar mijn gevoel toch de enige gelijkenis tussen beide ritten.

Dat je uit de polders van Zeeuws-Vlaanderen kan komen en toch kan schitteren in het Heuvelland, dat bewijst de Amstel Gold Raas. Jan Raas won de koers maar liefst vijf keer. En er zijn nog meer raakpunten, want als je Neeltje Jans omdraait, kom je vanzelf bij Jean Nelissen, toch? (SV)

Met volgend lusje van 50 km en start in Valkenburg (www.fietsnet.be) verken je de hele streek zonder al te zware hellingen (maar opgelet: niet vlak!):
59-60-68-67-70-71-82-83-84-428-427-92-90-86-85-58-59

Voor de Amstel Gold Race routes vanuit Valkenburg, dat ook een Experience Center heeft genre Centrum RVV, klik op deze link
Lus 1 is de vlakste, brengt je noorwaarts en richting Maastricht (blauw-75km), lus 2 voert je naar het Drielandenpunt en de Camerig (groen-113 km), terwijl de derde lus de finale van de wedstrijd meepikt over Eyserboschweg, Keutenberg en Cauberg (rood-79km). 

steven2.jpg