Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Interview Gary Fisher: “Fietsen maakt van ons gelukkiger mensen”

Gary Fisher stond aan het eind van de jaren zeventig mee aan de wieg van de mountainbike en is de voorbije veertig jaar de mountainbike blijven vernieuwen. Sinds zijn fietsenmerk opging in het grote Trek zette Fisher een andere pet op en denkt hij mee na over de mobiliteit van de toekomst. Op de laatste dag van Velofollies wordt hij om 15 uur in de praatarena in hall 5 van geïnterviewd, Grinta! kon hem op de zaterdag van de beurs al strikken voor een interview.

Fisher is en blijft een opmerkelijk man. Op zijn twaalfde begon hij met wielrennen, maar de bal ging voor hem pas echt aan het rollen toen hij aan het eind van de jaren zeventig mee aan de wieg stond van de mountainbike. Met zijn excentrieke uiterlijk –conservatieve Europeanen durven wel eens het woord ‘carnavalesk’ in de mond te nemen- en zijn krasse uitspraken wordt hij door sommige critici wel voor een gek versleten, maar zoals iedereen weet is de grens tussen gek en geniaal flinterdun. En volgens ons zit Gary aan de juiste kant van die grens. Een uitgesproken mening heeft hij sowieso.

Grinta!: “Wat vind je van Velofollies?”

Fisher: “Ik ben onder de indruk. Uiteraard heeft de beurs het voordeel dat België nog altijd het hart van de wielersport is, maar ik ben meer dan aangenaam verrast over hoe mooi de stands er allemaal bij staan en hoe geïnteresseerd het publiek is. Qua uitstraling en sfeer doet Velofollies volgens mij beter dan de Interbike in Amerika.”

Grinta!: “Aan het eind van de jaren zeventig hoorde jij bij het groepje dat min of meer per toeval de mountainbike uitvond. Hoe kijk je op die periode terug?”

Fisher: “Het was een bijzondere periode. Onze eerste wedstrijd was een downhillrace en die kreeg meteen veel aandacht van publiek en pers. Want in de wegwielrennerij ging het altijd om zo snel mogelijk een berg naar omhoog rijden, kwamen wij met een wedstrijd ‘zo snel mogelijk een berg afdalen’ op de proppen. We werden gek verklaard, maar de kranten en een TV-station pikten het meteen op. Die eerste downhillrace organiseerden we in 1977, een jaar later werden de eerste cross-country wedstrijden op poten gezet. Vaak ritten van 35 mijl van punt A naar punt B wat heel avontuurlijke ondernemingen opleverde. Daarna werden de omlopen korter omdat ski-resorts in de mountainbike een middel zagen om ook ’s winters een sportaanbod te ontwikkelen. Jammer genoeg kwamen we toen in een neerwaartse spiraal terecht wat de omlopen betrof want de parcoursbouwers bakten er niet veel van.”

Gary Fisher hoort echt bij de pioniers van de mountainbike.

Grinta!: “Wanneer kwam dan de internationale doorbraak van mountainbiking als sport?”

Fisher: “Toen in 1996 het mountainbiken voor het eerst op het programma stond van de Olympische zomerspelen in Atlanta, verwachtten we daar allemaal veel van. Er heerste een sfeertje van ‘En nu gaat het gebeuren’. Niet minder dan 47 camera’s werden ingezet om de wedstrijd in beeld te brengen, maar Bart Brentjens was zo dominant dat de wedstrijd oersaai was en de verhoopte internationale boom niet kwam. Pas toen Red Bull interesse begon te vertonen voor het mountainbiken ging de bal aan het rollen.”

Grinta!: “Jij was één van de eersten die met een 29er op de proppen kwam.”

Fisher: “Klopt. Ik wist in 1979 al dat de 26” wielen te klein waren om over zwaar terrein te rijden want je stuiterde alle kanten op. In 1980 had ik mijn eerste mountainbike met 700c wielen en 44 mm brede banden uit Finland klaar, maar die banden kostten toen 100 dollar per stuk terwijl een 26” band slechts 11 dollar kostte. Daarenboven waren de Finse banden wel licht, maar tegelijk ook gevoelig voor scheuren in het karkas. Op dat moment liep de verkoop van de mountainbike zo hard dat we mee moesten met de stroom en dus 26” fietsen maakten, tijd om door te gaan met de ontwikkeling van de 29er was er niet.”

Grinta!: “Aan het eind van de jaren negentig kwam het er dan toch van.”

Fisher: “Maar daar hebben we wel hemel en aarde voor moeten bewegen. Ik ben er speciaal voor naar de UCI getrokken want de internationale wielerfederatie stelde toen dat 26” de maximale wielmaat was voor een wedstrijdmountainbike, officieel ‘om te voorkomen dat omgebouwde veldritfietsen gebruikt zouden worden als mountainbike’. We kregen het echter voor mekaar dat de UCI die regel liet varen én lieten hen tegelijk ook weten dat ze betere parcoursbouwers moesten aantrekken voor hun internationale evenementen.”

Jarenlang reed Fisher mountainbikewedstrijden, tot op wereldbekerniveau.

Grinta!: “Je hebt zelf ook heel veel mountainbikewedstrijden gereden, zelfs op World Cup niveau. Wat trok je aan in de sport?”

Fisher: “Het individuele aspect. Op mijn twaalf jaar begon ik als wielrenner op de weg, maar ik was niet de beste renner van mijn ploeg en dan weet je dat het niet eenvoudig wordt om koersen te winnen. In het mountainbiken ligt dat compleet anders want daar speelt het ploegenspel veel minder. Maar hoewel ik heel veel mountainbikewedstrijden gereden heb, word ik evengoed blij van er met de racefiets op uit te trekken. Wist je trouwens dat de fiets “The world’s happiest invention” is? Het is nu wetenschappelijk bewezen dat we van fietsen gelukkiger worden, net zoals van skiën trouwens. De constante zoektocht naar evenwicht en het van bocht naar bocht zeilen –de zogeheten ‘flow’- zorgen voor de aanmaak van endorfines en daar worden we blije mensen van. Goed hé.”

Grinta!: “De voorbije jaren is de gravelbike aan een enorme opmars in de Verenigde Staten bezig en ook in Europa slaat de hype toe. Hoe kijk jij daar tegenaan?”

Fisher: “De gravelbike is een heel allround inzetbare fiets en heel veel mensen kiezen er voor om met de gravelbike light off-road te gaan omdat het op de openbare weg te gevaarlijk is geworden. Te veel automobilisten worden op de weg afgeleid door de smartphone en dergelijke waardoor er te veel fietsers overhoop worden gereden, dus vluchten de fietsers weg naar het lichtere off-road. En hoe leuk dat gravel rijden ook is, eigenlijk hoeven wij als fietsers onze plek op de openbare weg niet af te staan.”

Grinta!: “Dus moeten er maatregelen getroffen worden om de openbare weg veilig te houden voor àlle weggebruikers, ook voor de fietsers.”

Fisher: “Wij zijn een samenwerking aangegaan met autobouwer Ford (lees er hier alles over) om fietsers en andere weggebruikers met mekaar te laten communiceren, kwestie van ongevallen te voorkomen. Op technologisch, juridisch en infrastructureel vlak moeten we strijden voor een versterking van de positie van de fietser.”

Gary Fisher is het beste bewijs dat je van fietsen fit en gezond blijft. Op zijn 67ste wordt hij straks voor de tweede keer vader.

Grinta!: “Momenteel neem je als uithangbord van Trek en lobbyist deel aan allerlei conferenties over de mobiliteit van de toekomst. Hoe ziet jouw ideale wereld er uit?”

Fisher: “In nagenoeg alle grote steden groeit het besef dat er iets grondig moet veranderen. Het verkeer in de grootsteden zit hopeloos in de knoop en het fijn stof maakt ons kapot. Tegelijk is er bij veel ‘city leaders’ de ambitie om van de stad weer iets moois te maken. Als we de stad weer leefbaar maken, dan krijgen we als vanzelf weer meer vrije ruimte op het platteland. Om de stad leefbaarder te maken moeten we aan de mobiliteit en de groene ruimtes werken. Eén derde van de stad hebben we nodig om te wonen en te werken, één derde voor openbaar vervoer en de fiets en maximaal één derde voor de auto. In alle wijken moeten we plaats maken voor fietsparken zodat kinderen dicht bij huis zich kunnen ontspannen. De fiets heeft in het stadsbeeld van de toekomst een belangrijke rol want het is een licht, stil en niet-vervuilend vervoersmiddel waar we ook nog eens veel plezier aan beleven.”

Grinta!: “De passie waarmee je het verhaal vertelt, verraadt een grote ambitie.”

Fisher (lacht): “Kijk, ik ben 67 jaar en ik heb een heel actief leven geleid. Ik weet hoe belangrijk een dagelijkse portie sport in een gezonde omgeving is om je goed te voelen. Door elke dag je persoonlijke motor eens goed te laten draaien, blijf je fit en gezond. Op mijn 67ste kans ik nog dansen en kom ik niet krakend en piepend de trap af. Dat is iets wat ik alle mensen wens.”