Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Ik ben geen mietje

Sörensen en Flens in de aanval in de Giro. Mark Webber die de pole position in de Grand Prix Formule 1 van Monaco neemt. De tv op mijn hotelkamer in Hasselt overstelpt me met deze (op dit moment) volstrekt zinledige informatie. Ik bedoel: het interesseert me allemaal geen bal, geen zier, geen fluit. Ik hoor niet thuis in deze hotelkamer! Ik had op de fiets moeten zitten, in de derde etappe van de 1.000 km van Kom op tegen Kanker, van Gent naar Hasselt. In de plaats daarvan zit ik nu te balen op mijn bed. Mijn rit eindigde vanmorgen al in Puurs, na nauwelijks zeventig kilometer.

De knie wilde niet meer mee. Gisterenavond waren er al ongunstige voortekenen. Toch waagde ik het er vanmorgen op onder de noemer ‘Het zal wel overgaan’. Welnu, het ging niet over. Ik nestelde me in het peloton, gaf nochtans geen trap te veel maar elke trap die ik gaf, voelde aan alsof een naald in mijn kniegewricht werd gepriemd. Zo kon ik niet verder. Jammer maar helaas.

Misschien denken nu sommige mensen: ‘Komaan, zeg. Het is voor Kom op tegen Kanker! Opgeven kan niet, mag niet. Doorbijten!’. Ik begrijp die redenering maar kan er tegelijk geen begrip voor opbrengen. Het ligt toch allemaal wat complexer. Een knie verkloot je niet. Ik heb dan ook écht géén ambitie om mijn knie aan flarden te fietsen, ook niet voor Kom op tegen Kanker. Er ligt dit seizoen nog te veel moois in het verschiet: fietsen in de cols, de Dolomietenmarathon, koersjes rijden rond de kerktoren, enkele cyclo’s, …Ik heb geen zin om straks vier weken in de lappenmand te liggen.

Ik denk een verstandige beslissing te hebben genomen. Misschien neem ik morgenvroeg dan weer een onverstandige beslissing om tòch in de slotrit te starten, van Hasselt naar Antwerpen. Nu even rusten, de knie wat op zijn positieven laten komen en dan zien we wel. Overigens was ik vandaag niet de enige die met knie-akkefietjes werd geconfronteerd: Johan Museeuw (toch niet van de minste) reed met een Voltaren-pleister rond… op de knie. En ook Wouter Vandenhaute hengelde naar zo’n pleister om op de knie te kleven. De knie is het teerste punt van een rennerslichaam. Don’t mess with it!

Straks ga ik langs om de collega’s te verwelkomen in Hasselt. Ik zal mijn ontgoocheling niet kunnen verbergen, weet ik nu al. En ja, ik voel het toch een beetje aan als een ‘schande’ (opgeven doe je niet). Maar tegelijk weet ik zeker dat ik vandaag geen wijzere beslissing had kunnen nemen.

Dus… NEE, ik ben geen mietje. Ik ben gewoon verstandig bezig. Denk ik.

Frederik Backelandt

PS: Morgen lees je hier (hopelijk) het verslag van de vierde rit, Hasselt-Antwerpen (253 km).

Gerelateerde artikels