Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Hoog maar niet altijd even droog

Een blog van Trien Pauwels.

Ontelbare keren had ik een Google search gedaan op ‘Transfăgărășan’ en doorgeklikt naar afbeeldingen.

Transfăgărășan of DN7C is een weg in Roemenië. Niet zomaar een weg. Een die er slingert tussen de hoogste bergen van het land, in het Făgărașgebergte, in de Karpaten. 90 kilometer asfalt gegoten door Ceaușescu’s leger. 90 kilometer door Top Gear presentator Jeremy Clarkson uitgeroepen tot ‘the best driving experience in the world’. 90 kilometer reeds jaren op mijn bucket list.

Evenwijdig aan deze kuitenbijter, maar 140 kilometer westwaarts, ligt Transalpina of DN67C. De hoogste weg van Roemenië, eveneens in de Karpaten, 148 kilometer lang. Zijn hoogste pas ligt op 2300 meter en zijn tweede op 2070 meter. 
Om deze weg met geen minderwaardigheidsgevoel op te zadelen besloot ik hem ook voor mijn rekening te nemen. Een omweg waardig hoopte ik.

Zondag 29 mei.
Ik begaf me op Transalpina. Na 25 kilometer bereikte ik een hotelletje waar ik nog snel de weersverwachting checkte.
Op mijn reis deden aanhoudende regen en mist me niet enkel een waterfobie krijgen maar belemmerden ook telkens mijn zicht. Google afbeeldingen bood vaak een surrogaat bril, ruitenwissers inclusief.
Deze maal wou ik elke nanometer berg kunnen in- en uitademen, elk stukje rots, gras, boom kunnen proeven, smaken en vooral zien, zonder ruitenwissers maar als het even kan, met zonnebril. Vandaar de check-up.
De Roemeense Frank en Sabine voorspelden 90% kans op regen. Een donderslag bij heldere hemel. ‘Help, niet morgen, niet overmorgen, niet op De Grote Transfăgărășan-dag!’ Dilemma…
Ik besloot twee nachten in het hotel te verblijven en te vertrekken bij iets droger weer.

Dinsdag 31 mei.
Ik kon niet snel genoeg de fiets op, nieuwsgierig naar wat komen zou.
Een piepend ochtendzonnetje in een tropisch groene omgeving stelden me uiterst tevree. Echter niet voor lang. Al snel waren de eerste druppels daar en net wanneer de regen echt hevig werd, bood het afdak van een gesloten eetkraam me gelukkig onderdak.
Het klimmen ging vlotter dan verwacht.
Een twijfelmoment diende zich aan. Ga ik linksaf richting Transfăgărășan met volgens de voorspelling een zonnebril voor de volgende dag of zal ik ook de tweede pas opfietsen zodanig dat ik de volledige Transalpina gereden heb?

Mijn verstand haalde het van mijn ego. Na 85 kilometer Transalpina, inclusief de pas op 2070 meter, begon ik aan de prachtige rit oostwaarts, langs een breed, kronkelende rivier. Het ging trager dan gepland, ik haalde de voet van Transfăgărășan niet, integendeel. Mijn lichaam vroeg al snel te te kamperen, ‘Morgen een tandje bijsteken Trien!’ En vermoedelijk pas overmorgen, bij regen, op Transfăgărășan.
De volgende dag, na een dertigtal kilometer, zag ik op de kaart een mogelijkheid tot shortcut – dacht ik. Ongevraagd werden verharde wegen plots geruild voor erg steile offroad paden, langs dorpen, door bossen en velden, op en af. De vele extra kilometers in een broeiend hete zon kreeg ik er gratis bij. Bummer maar mooi!

transfagarasan-cardelmarcombo.jpg

Energie bijtankend in een dorp kreeg ik te horen dat het vanaf 22 uur tot de volgende avond non-stop zou regenen. In felle zon en aan dubbel tempo, zette ik koers naar het Vidrarumeer, gelegen op de langverwachte Transfăgărășan. Besneeuwde bergtoppen kreeg ik in het vizier. Het wegpaneel ‘Transfăgărășan – gesloten (open tot km 104)’ liet ik aan me voorbijgaan. Aardbeien werden mijn avondmaal, no time to waste.
Klimmen, klimmen, klimmen en ogen open bij het naderen van het meer. Een kampplek was nu prioriteit nummer één. Waw, joepie, finally … aangekomen!

Paniekerige voorbijgangers spraken me toe, op een kilometer van het meer hadden ze een berenwelp gespot. De politie ter plaatse verbood me verder te gaan. Ik moest afdalen, kilometers terug, richting dal, richting hotel of camping.
Met alle Chinezen maar …
Dat was uiteraard geen optie, althans niet in mijn hoofd, ik heb de longen niet uit mijn lijf gefietst om dit nu allemaal terug te moeten afdalen. Ik wil dit stuk morgen NIET in de regen klimmen. Nee hoor, snel mijn tent opzetten was prioriteit nummer één.
Ik wenste de politieagent een prettige avond en deed alsof ik aan mijn afdaling begon. Vlakbij vond ik een geschikt kampplekje. De beer in gedachten hing ik het eten in een boom, ver genoeg van mijn tent, at niet en gebruikte vooral geen deodorant. Geen geuren verspreiden is de boodschap! Okselgeurtjes ziet babybeer door de vingers.

Vanaf middernacht was het zover. Storm en non-stop gietende regen hielden me wakker. De volgende ochtend, na amper drie uur slaap, stopte de waterval … eindelijk! Snel de tent uit, doodmoe dat nat zootje opbergen en weg ermee. Een uur kon ik genieten van een regenvrije rit met heel wat kamikaze kikkers en salamanders op de weg. Ik was op zoek naar een glimp van de verloren gelopen berenwelp, maar enkel honderden schapen, hun herder en bijhorende honden kruisten mijn pad.
Aanhoudende regen en mist zag ik ook. Waar is die Google bril als je hem nodig hebt? Zelfmedelijden begon de kop op te steken. ‘Heb je al niet genoeg regen gezien op je reis? Waarom nu, uitgerekend vandaag?’ Maar werd instant terug de kop ingedrukt: ‘Hoe durf je Trien, er zijn hier mensen die dag in, dag uit werken in deze omstandigheden, jij ook met je luxeproblemen!’ De knop werd direct omgedraaid, samen met die van de mp3-speler, op zoek naar een portie stevige muziek die mijn gemoedstoestand en het tempo een nieuwe wending gaf. 

Na urenlang fietsen in de regen, begon de laaghangende mist eindelijk een beetje weg te trekken. Su-u-uper! Ik was plots omgeven door bergen, weliswaar zonder top, maar dat deerde niet, ik zag gras en hier en daar wat sneeuw. Prachtig!
De pas was nog niet in zicht. Mijn ijskoude ‘bad’vingers en tot op mijn onderbroek doorregende kleding wegdenkend was ik de gelukkigste Trien ever. Waw en waw en waw, het was er schitterend! Mijn gps duidde 1995 meter aan, ik moest er bijna zijn. Ik zag niets meer. De grootste bruine beer mocht op een meter voor me staan, ik had hem niet gezien.

Op een paar honderd meter van de top was er een lieve mountain rescue ranger die wist dat ik een warme thee kon gebruiken. Ik kon er ook droge kleding aandoen want in twee graden kleddernat naar beneden fietsen zou geen lachertje zijn. Opgewarmd reed ik verder.
Meer en meer sneeuw in zicht. Nu en dan moest ik mijn fiets duwen of over een hek heffen om bij de 887 meter lange tunnel te komen die me naar de andere kant van de berg zou brengen. Spannend, toch wel. Zou er aan de andere kant zon zijn, een open hemel, talloze, mooie haarspeldbochten? Bergen zijn onvoorspelbaar, wie weet …

Ik arriveerde op een sneeuwtapijt met mist en hier en daar een chalet. Een ski-oord, dat was duidelijk. Ik duwde mijn fiets een halve kilometer door de sneeuw om dan het vrijgemaakte pad te vinden. Waw! Sneeuwwanden van zeker een meter hoog begeleiden mijn tocht naar het dal. Ik zag een paar meter voor me uit, de gps toonde wanneer de volgende, scherpe haarspeldbocht kwam. Het werd warmer en zag geleidelijk een boom, wat gras, wat streepjes dal. Mooi, schitterend! Een eindeloze afdaling naar een geel, oranje, rood, roze, paarse hemel dankzij een prachtig ondergaande zon.

Transfăgărășan… bedankt, je was onvergetelijk! Tot een volgende keer, met zonnebril!

Wil je foto’s zien, meer reisverhalen lezen of info rond sponsoring voor het trientrapt-project ten voordele van WWF en UNICEF  België? Check www.trientrapt.com of www.facebook.com/trientrapt