Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Het plan

Vandaag een vijfsterrenrit in het hart van de Dolomieten. Met enkele cols erin die voor mij geen onbekend terrein zijn. Ik fietste al enkele keren de Dolomietenmarathon en tijdens deze granfondo wordt het peloton ook over de Gardena en de Sella gestuurd (weliswaar in de andere richting). Ook de Fedaia (de makkelijke kant) moesten we vandaag omhoog. De eerste 7 km van de San Pellegrino vormden het toetje. Klinkt allemaal misschien straffe kost maar eigenlijk in zijn geheel niet van het allerzwaarste. En dus hoopten Lorenzo en ik op een verderzetting van onze ‘opmars’ in het klassement bij de heren. Elke dag iets beter doen en goed uit de Transalp komen: dat was vooraf het plan. Een plan dat we vandaag al snel moesten bijsturen…

Pppppsssssshhhhhhtttttt! Lap! Lek! Ter hoogte van Colfosco, bij de beklimming van de Gardena. De antilekvloeistof (‘Pitstop’) op het ventiel moest dan maar soelaas brengen. Het goedje werkte niet. Het gaatje in de achtertube bleek te groot. Er zat niets anders op dan te wachten op de materiaalwagen, die 20 minuten later voorbij tufte. Weg ‘klassement’, dat was meteen duidelijk. Niet dat het zoveel voorstelde, maar toch. En dus schakelden we over naar plan B: zo veel mogelijk tijd verliezen. U fronst de wenkbrauwen? Laat het me even verduidelijken… Tijdens de podiumceremonie een dag eerder hadden we gemerkt dat Transalp-sponsor Scott dagelijks een prijs geeft aan de ‘sterkste stijger in het klassement’. Onze redenering is eenvoudig: willen we daar één van de volgende dagen aanspraak op maken, dan restte ons één opdracht: vandaag zoveel minuten aan de broek krijgen.

Het moet gezegd: we hebben ons best gedaan. We waren vandaag de, op drie teams na, laatste in de herencategorie. Missie volbracht. ‘Toeristen’ in de cols, het is eens wat anders dan met het bloed in de keel de Alpenflanken op te stormen. Het heeft ook zo zijn voordelen: je ziet eens wat van het panorama. Wat dat betreft, hadden we het vandaag getroffen. Het Sella- en Marmoladamassief zijn adembenemend. Dat zie je niet wanneer je alleen maar denkt om zo snel mogelijk te finishen.

We maakten van elke gelegenheid gul gebruik om te pauzeren. Het orgelpunt was het terrasje op de Fedaia. De espresso en de Apfelstrüdel smaakten. Daarna moesten we enkel nog doorjassen tot Falcade. Hoewel, da’s niet het juiste woord. Het mocht immers niet àl te snel gaan. Snoodaards die we zijn, incasseerden we (bewust) nog een uurtje straftijd. Alles immers voor de nieuwe missie: de Scott-prijs in de wacht slepen. Zo belanden we misschien toch nog via een omwegje op het podium. Wie niet sterk is, moet slim zijn? Het eerste luikje van plan B mag dan wel voltooid zijn, het tweede luikje wordt een lastiger brok. Want om weer een aanzienlijke sprong voorwaarts in het klassement te kunnen maken, staat ons de volgende dagen één ding te doen: knallen. Strak plan.