Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

He’s The King

‘Who’s The King’. Op de aanstekelijke intro van de hit van ‘Dog Eat Dog’ werd Tom Boonen in januari van dit jaar aangekondigd op de ploegvoorstelling van het ‘nieuwe’ Omega Pharma-Quick Step. Een ploeg met een nieuw elan, kreeg de verzamelde pers in de studio van ‘De Laatste Show’ te horen. Met ook een ‘nieuwe’ Tom Boonen. Niemand was mals voor het Quick Step en de Tom Boonen van 2011. Een jaar ‘waarin het maar niet wilde lukken’. Nochtans had Boonen Gent-Wevelgem gewonnen en was hij vierde geworden in de Ronde van Vlaanderen.  Maar hij had niet gescoord in een zogeheten ‘monument’, niet in de Tour en niet op het WK. En dat hoort dus blijkbaar niet voor Boonen. De pers is hard, de mensen zijn hard. En ze hebben een kortetermijngeheugen. 

‘Tom Boonen? Die rijdt géén platte prijs meer!’ Ontelbare keren klampten mensen – wielerkenners weet u wel – me de voorbije jaren aan om me dat in te peperen. ‘Hij kan het niet meer.’ En daarna betrokken ze mij in ‘hun’ debat: ‘Awel, wat denkt gij?’. Dan speelde ik Toms advocaat pro deo. Waarom zou Boonen immers géén klassieker meer kunnen winnen? Waren er dan rationele argumenten om aan te nemen dat hij kampioen af is? Nope. ‘Allé, ge hebt misschien gelijk’, hoorde ik de non-believers dan repliceren. ‘Parijs-Roubaix kan hij misschien nog winnen maar de Ronde? Nooit! Dat kan hij niet meer zoals in zijn beste tijd.’ Boonen gaf de non-believers de voorbije weken lik op stuk. En hoe. Met grinta in de Hel als kers op de taart. Heel eerlijk: op zo’n momenten ben je blij dat je al die tijd in het kamp van de believers hebt gezeten.

Een klassieker winnen is het hoogste goed. Niet alleen voor Tom Boonen. Hij is niet de enige met die natte droom. De kansen zijn beperkt. Er is meer vraag dan aanbod. En dus is het niet ondenkbaar, ook al ben je een groot kampioen, enkele keren naast het net te vissen. In het geval van Boonen: door ploegtactiek (de factor Devolder in de Ronde van Vlaanderen 2008/2009), door overmacht (Superman Cancellara in 2010), door blessurelast (de lang aanslepende knieproblematiek in 2010-2011) of door brute pech (Parijs-Roubaix 2011, valpartijen in de Tour en de Vuelta 2011). Hoewel hij in 2010 en 2011 naast winst greep in de kasseiklassiekers en er in het najaar telkens weinig of niets van afbracht, won hij in 2011 wel Gent-Wevelgem (en kwam hij net niet toe tot spurten voor winst in de Ronde) en was hij in 2010 de enige challenger van Fabian Cancellara. Kijk, Boonen is altijd een factor van betekenis geweest in zijn klassiekers. Altijd. Ik heb het nooit anders geweten. Hij heeft nu geantwoord met de pedalen (alsof dat nodig was). Bingo in vier klassiekers in drie weken tijd. ‘Awel, nooit gedacht dat ‘m dat nog kon’, moeten de critici nu toegeven.

Boonen is terug van nooit weggeweest. Wat wel helemaal terug is, is de Boonenmania. Op de persconferentie aan de vooravond van Parijs-Roubaix schrok ik me haast een ongeluk. Het aantal persmensen, waarvan ik er toch enkele van verdenk gezegend te zijn met een kortetermijngeheugen, was het veelvoud van een jaar eerder. Plots gelooft iedereen weer in Tom Boonen. Opportunisme kan zielig zijn. Je bent vòòr of tegen en dan ‘all the way’. Vind ik. In goede en kwade dagen. Wie fan is van Nirvana, kan onmogelijk ‘Smells Like Teen Spirit’ fenomenaal goed vinden en ‘Floyd The Barber’ keislecht. Wie fan is van de band, houdt van het hele pakket. Wie fan is van Tom Boonen, houdt òòk van het hele pakket. Houdt van zijn jaarlijkse bommetje op de Taaienberg, gunt ‘m een nachtje stappen in de Carré, houdt van de spontaneïtet in zijn interviews en van zijn Kempens accent en heeft begrip voor de atleet wanneer die het een tijdje met wat minder moet doen.

Op de persconferentie vraagt één van mijn collega’s aan Boonen wat er dan wel is veranderd in vergelijking met andere jaren. Waarop Tom laconiek de schouders ophaalt (zoals alleen hij dan kan) en wat korzelig antwoordt: ‘Er is niets veranderd. Alles is terug zoals het altijd is geweest.’ Eat this.

(Foto’s: OPQS / Tim De Waele)