Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Helletocht light voor doe-het-zelvers

De Vlaamse klassiekers worden gemakshalve kasseikoersen genoemd. Maar laat ons eerlijk zijn, eigenlijk bestaat die categorie niet. Er staat slechts één wedstrijd op de kalender waarin de keien echt over winst of verlies beslissen en dat is Parijs – Roubaix. Je zal maar als kasseicoureur geboren worden.

De arts schoof een foto voor zijn lichtbak en wees enkele grijsschakeringen aan. De oorzaak van mijn rugklachten was gelokaliseerd. Manipulaties, infiltraties, operaties. Zijn opsomming van mogelijke behandelingen drong niet helemaal door. Over volledig herstel repte hij geen woord. Een shock was dat niet, ik was al lang blij omdat ik me de pijn niet had ingebeeld en omdat ik voortaan een vrijbrief had om clubritten die langs kasseiwegen zouden leiden, aan te passen. Een coureur ben ik nooit geweest, laat staan een kasseicoureur. Romeinse veldheren gebruikten kinderkopjes om heirbanen te laten aanleggen. Die waren handig om hun legers sneller te laten vorderen. De soldaten reisden te voet of te paard. In de klassieke literatuur zal je nergens een passage vinden over een legioen dat de vijand tegemoet fietste. Als ik iets uit mijn zes jaar Latijn heb geleerd is dat kasseibanen niet gemaakt zijn om over te fietsen.

Oyenbrugstraat, Grimbergen
Brussegemsesteenweg, Meise

Marcel

Tijdens een reis door de Oostenrijkse bergen raakte ik ooit aan de babbel met Marcel Wüst. In de jaren ‘90 sprintte hij veertien keer naar winst in een grote ronde. Daar was hij terecht trots op. Maar dat hij ondanks zijn snelle benen nooit had kunnen strijden op de Avenue des Champs-Élysées, ervaarde hij na al die jaren nog steeds als een smet op zijn blazoen. De explosieve spiervezels die hij van moeder natuur had meegekregen, weigerden dienst zodra er moest geklommen worden. De Tour uitrijden was nooit gelukt. Als ex-renner kon hij het klimmen wél savoureren. Op eigen tempo, ver verwijderd van het afzien, vond hij in de bergen de rust waar zijn geest af en toe naar snakte. Parijs – Roubaix had hij ook eens gereden. Eén keer, nooit meer. “Sprinters kunnen 40, 50 keer per seizoen bikkelen voor de winst. Klimmers 20 keer. En tijdrijders een keer of 10. Ik heb medelijden met de kasseispecialisten, één shot en dan 365 dagen wachten op een nieuwe kans. Zonderlingen zijn het.” Deelnemen aan de toerversie van de Helletocht, zou hij dat overwegen? De rotswand weerkaatste zijn bulderlach terwijl hij bij me weg trippelde. Marcel Wüst, heerlijke man.

Brussegemsesteenweg, Meise
Hoogveld, Merchtem

What’s in a name

“Wat is een gravelfiets?” Robbert Rutgrink van het Nederlandse fietsmerk Santos draaide het om. Of de Santos Cross Lite ook geschikt is als gravelfiets had ik hem gevraagd. “Als je hem gebruikt om te bikepacken, is het een reisfiets. Ga je ermee gravelen, dan is het een gravelfiets. Leg er bandjes van 50 mm op en je rijdt ermee waar je maar wil.” Klasseerde ik zijn antwoord eerst nog in de map met makkelijke boutades, zijn opmerking bleef toch sluimeren. Ieder jaar, midden april namelijk, roepen de kasseien. Wielerliefhebbers raken dan in de ban van Parijs – Roubaix, zelfs ik moet er dan aan geloven. Een mooie wedstrijd vind ik het niet – daarvoor speelt de factor geluk een iets te grote rol in het scenario – het blijft natuurlijk wel een TV-programma waar je graag enkele uren voor uittrekt. Vrouw het huis uit, versnaperingen bij de hand.

Platijn, Asse
Putberg, Asse

In vliegtuigen en autocars heb ik gezeten om me ver buiten de landsgrenzen af te beulen, maar de miserabelste wegels van de eigen regio zou ik nimmer aandoen? Robberts woorden indachtig besluit ik dat de Cross Lite die ik ter beschikking heb, naast een gravel- en reisfiets ook een kasseifiets is. Dus knutsel ik, getriggerd door de Hel van het Noorden, een strikt persoonlijke lightversie van de gruwelijkste aller klassiekers in mekaar. Minstens 20 bobbelstroken weet ik in de omgeving liggen. Ik vind ze haast blindelings op de kaart, omdat ik ze telkens netjes heb vermeden bij het uittekenen van mijn routes. Met 3 Bar in de brede banden, negeer ik de voorspellingen van de weerman. Nu ik toch mijn mentale grenzen ga aftasten, kan het maar beter all in.

Zelfrespect

De wind beukt niet met horten en stoten, hij voorziet een egale 5 Bft schuin op kop. Luchtweerstand is de grootste vijand van de fietser. De rolweerstand van de 50 millimeters vervalt in het niets bij de luchtstroom die ik over me heen krijg. De handen gaan meteen diep in de beugels. Mijn fiets is ook verkrijgbaar met een recht stuur, maar dan zou hij op een mountainbike lijken. Een vlakke kasseiraid op een MTB? Ondenkbaar. Zelfrespect is een te kostbaar goed. 

Dooren, Merchtem
Kleistraat, Merchtem

Het hart klopt onbeschaamd snel om de lage snelheid te genereren waarmee ik de eerste straat met plavuizen in draai. Tot mijn verbazing kost het geen extra moeite om de bescheiden vaart vast te houden. Het betreft geen moordstrook maar met een harde racefiets zou het gekletter van onderdelen hier de wind overstemmen. Het fenomeen herhaalt zich bij de volgende secteur. De aandrijfriem is een stille compagnon en voor de G-One Bites van Schwalbe doet de ondergrond voorlopig niet ter zake. Bij een lange licht oplopende strook duw ik harder op de pedalen. Overmoed loert om de hoek want stilvallen kan geen kwaad. Ik ben immers alleen op de wereld. Hoewel de Brusselse ring amper een forse steenworp verwijderd is, valt er al kilometers lang geen levende ziel te bespeuren. In Vlaanderen is de open ruimte grotendeels vervangen door wanstaltige lintbebouwing. Mijn traject loopt gelukkig langs en over kouters met landbouwgewassen. Alleen landarbeiders gebruiken de wegen, hun tractors behoeven geen effen wegdek en malen niet om verzakte kasseien. Ik vandaag evenmin.

Putberg met P

Bij Asse slinger ik over verlaten betonbaantjes, tussen kreken en weilanden met koebeesten. Prettig. Het is te lang geleden dat ik hier nog fietste. De reden heet De Putberg. Wanneer mijn fietsvrienden deze richting uitkiezen, stoppen ze dat onding geheid in het parcours. Voor mij het signaal om uit te slapen en lamlendig lang te ontbijten in plaats van mee te rijden. Vanuit een ooghoek zie ik hem liggen. Ik weet dat hij eraan komt, het ontspannen gevoel waarmee ik al een hele rit rond rijd, ebt weg. Een weinig gelanceerd door een kleine afdaling, ga ik hem te lijf. Een bordje bewijst dat de Putberg nog altijd wordt gespeld met een P vooraan. Ik denk er anders over, al moet gezegd dat hij er in mijn memorie gruwelijker uitzag. Is hij heraangelegd? Is het geheugen onbetrouwbaar? Ik kom al bij al relatief vlot boven. Speelt mijn brein mindgames? De vorige helling, de Platijn, was langer en de kasseien lagen er zeker niet ordelijker. Onmiddellijk na die beproeving lijkt de Putberg plots een eitje. 

Schoonaardestraat, Bornem
Polderdam, Bornem

Ik ben voorbij de helft, zowel wat betreft de afstand als het aantal kasseiwegen. Hoeveel het er precies zijn weet ik niet. Wout van Aert reed tijdens de eerste lockdown met enkele trainingsmakkers een ultratocht over grotendeels onverharde paden. Op zijn stuur zaten twee GPS’en. Bij het begin en het einde van iedere gravelstrook drukte hij er ééntje in om precies te weten hoeveel kilometers hij over onverhard terrein had gereden. Diep vanbinnen zit er zelfs geen greintje van Aert in me verscholen.

Doe het zelf

Hieronder vind je de GPX-file van mijn doe-het-zelfversie van de Helletocht. Kom naar Klein-Brabant en rij hem gerust eens na. Laat maar weten hoeveel kilometer kasseien je hebt overwonnen. Ik schat 22 à 23. Al is dat niet eenvoudig te bepalen. Tel je een netjes met klinkers aangelegd dorpsplein mee of niet? Wat met wegen die afgezoomd zijn met een beter berijdbaar fietspad? Moeten de vullingen uit je kiezen trillen vooraleer je mag spreken van een kasseistrook? De echte klassieker telt zo’n 55 kilometer aan rotwegen, ongeveer 20 procent van de totale afstand. Daar komt dit knip-en-plakrondje niet aan, maar toch raakt mijn kannetje stilaan gevuld.

Misvormd

Al duwt de wind sinds het keerpunt deels gunstig in de rug, echt gezwind loopt het niet meer. Een tweede kille bui heeft de natuurstenen op sommige plaatsen verraderlijk glad gemaakt. Objectief voel ik nog voldoende grip, maar de vermoeidheid en de koude hebben mijn zelfvertrouwen maximaal uitgerekt, de elastiek dreigt te knappen. Op de slechtste wegen komt mijn fiets het best tot zijn recht. Geruggesteund door de lage bandendruk stuurt hij solide over alle oneffenheden. Maar bij het aanzetten na bochten met een vriendelijker wegdek, herinnert het dempende rubber me er telkens aan dat de racefiets in het berghok aan een haak hangt. 40 jaar op de koersvelo heeft me gevormd, misvormd zo je wil. De Santos is anders, een brute kracht met een zachte inborst. Hij nodigt uit tot rondkijken, tot onthaasten, tot contemplatie. Het is even wennen, maar de bereidheid me hieraan over te geven, groeit.

Sterretjes

Op de allerlaatste secteur pavé lopen de benen onherroepelijk vol. Ik vloek luidop, niemand die het hoort. Het brandstofpeil zakt nu vervaarlijk snel, gelukkig ben ik over een kwartiertje thuis. Weer op het effen asfalt recht ik de wervelkolom. De vermoeidheid heeft zich opgestapeld van de benen tot de nek. Maar ik voel geen alarmerende pijn. De hobbelsegmenten zouden in Noord-Frankrijk vier noch vijf sterren toebedeeld krijgen, desalniettemin heb ik ruim 200 hectometers afgehaspeld op plaveisel dat twee of drie sterren waard is. Dat mijn roestige rug betrekkelijk goed heeft standgehouden is een klein medisch mirakel. Op een verfijnde bolide met elegant schoeisel ware dit ondenkbaar geweest. 

Leeg – niet gebroken – blaas ik een laatste kledder snot weg vooraleer ik naar binnen ga. Stiekem vind ik het best stoer, de verkleumde vingers en de bemodderde benen. Ik heb gefietst in omstandigheden waarvoor ik altijd de neus ophaalde, over wegen die er al honderd jaar liggen en die ik nooit eerder de aandacht heb gegeven die ze verdienen. Het gebied binnen een straal van 25 kilometer rond mijn woonplaats, werd herontdekt. Voldoening is als een warm dekentje.

Parijs – Roubaix is een anachronisme. Fietsen over kasseien blijft onzin. Ik kan het iedereen aanbevelen.