Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Grinta?!

Een blog van Steven Verniers.

‘Wielergod, God der Goden, vergeef me alstublieft! Er spookt een dubbele gedachte door mijn hoofd. Ik zit op mijn fiets als een Chinees die met zijn cameralens door de Gentse binnenstad draalt, als een vogelliefhebber die door het Zwin laveert. Koers is religie en het voelt alsof ik luidop vloek in de kerk. Mijn vleugels lijken afgesneden, ‘rustig aan’ heeft het –tijdelijk mag ik hopen- gehaald van de ‘need for speed’, genieten heeft de bovenhand op afzien. Nochtans heb ik in het verleden al gekird van plezier tijdens het afzien, maar de grinta is ver te zoeken.’. 

Het besef overviel me tijdens de Tour de Namur, terwijl ik aan mijn tragere tempo bewust werd van de prachtige omgeving ten Zuiden van de Maas. Ik was er nochtans al twee keer eerder doorgevlamd zonder het echt op te merken. Ik werd voorbijgesneld door fietsers wiens benen mijn neus al gedetecteerd had nog voor mijn ogen ze zagen voorbijschuiven, elk terras was een lokroep om de fiets even tegen de zonovergoten gevel te zetten. De klimmetjes door bos en groen, met vogels als achtergrondgeluid en een kabbelende beek naast me, deden me vergeten dat de weg omhoog ging. De schoonheid van de Citadel van Namen bleef niet beperkt tot kreunende kuiten deze keer. Ik zag elk bocht, elke steen van de viaduct, het zicht op de vallei,  en jawel, het terras op de top. Ik was er op vakantie, toerist in eigen land. Een kop cappuccino leek een grotere beloning dan een KOM. Het was genieten. 

Man, wat heb ik veel gezien onderweg! De dame met het strakke kontje en de roze sokken die me voorbijreed. Uiteraard, die ook. Het niet inpikken, al was het maar even, neem ik mezelf nog wel een beetje kwalijk. Maar wat waren er ook veel zichzelf wedstrijdatleet-in-openbaar-verkeer wanende wegpiraten die ronde punten links namen, rood verwarden met groen, laveerden tussen auto’s om geen tijd te verliezen, veel te snel coupeerden als ze me weer eens voorbij gingen. Ja, die zag ik ook. Mijn acute twijfel over de kennis van verkeersregels was naar alle waarschijnlijkheid ongegrond, gezien het feit dat de meerderheid mijn inzicht volgde. Als je onderweg de ogen opent, gaat er toch echt een wereld voor je open. En heb je bij je thuiskomst zelfs iets te vertellen. In welke omgeving je gefietst hebt bijvoorbeeld, wat meer gehoor oplevert dan de gedetailleerde info over de textuur van het asfalt of het achterwiel van je voorganger. 

Landschappen kijken kan ook voor de buis. We hadden al de Giro en straks volgt de Tour. Vive le vélo. Daar waar kastelen, wijn- en kaasboeren hand in hand gaan met koers op het allerhoogste niveau. En waar we in Vlaanderen collectief naar Karl kijken, omdat het over meer dan koers gaat. Drie grote rondes bestaan echter enkel nog op papier. Er zijn er weliswaar drie van drie weken, maar er is slechts één grote ronde. Dat werd eens te meer pijnlijk duidelijk in de Giro. Koers krijgt een extra dimensie als ronkende namen het tegen elkaar opnemen met geslepen messen, en we het niet moeten stellen met een oprisping van talent bij de Noorderburen, om enige amusementswaarde te ontdekken in een grote ronde. Na amper vier kilometer Dauphiné had ik het wellicht niet te verdedigen gevoel al meer gezien te hebben dan in drie weken Giro. Dat de Dauphiné van start ging aan de voet van de Mont Blanc en mijn fietsreis begin juli net de Witte Berg als rode draad heeft, was daar niet vreemd aan. Dat het genieten was van Contadors dansende kuiten en Froome’s heupwiegende ellebogen, ook niet. De proloog van de Dauphiné deed de Giro verbleken tot Vlaanderen Vakantieland. 

Ik ben dus helemaal in de juiste modus voor mijn fietsreis. In zes dagen rond de Witte Berg fietsen. Watertandend over grote en kleine Bernard, Madeleine en les Lacets de Montvernier(s). Fietsen met de ogen open en het fototoestel in de achterzak. Door berg en dal, à l’aise. De onstilbare honger naar omhoog rijden met een fiets in één week gebald. Met die grinta komt het trouwens ook wel goed. Net vandaag nog reed ik het gaatje op een fietser voor me genadeloos dicht. Het was alsof hij stil stond, die driewieler langs het jaagpad.  

De wielergod fluisterde me trouwens ook al toe: ‘Wees gerust Mijn Zoon, U heeft net de pure schoonheid van het fietsen ontdekt.’

Gerelateerde artikels