Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Grinta! Gruppetto Ride. De Muur gesloopt.

Ein-de-lijk! Veel te lang geleden was het al, dat we nog eens samen met de Grinta! Community op pad trokken. Hernemen doen we vanuit Café Coureur in Borgloon om met een mooi groepje te fietsen richting Hoei. Met Muur én koffie uiteraard. En enkele verrassingen onderweg.

Te lang zonder

De Ouverture 2020 was de laatste editie. Een veel te lange periode zonder #riderogether dus. De zoektocht naar werkwoorden om dat gevoel te beschrijven is kort. Hunkeren. Smachten ook. Het is een zwart gat zonder verre toertochten. Zonder vroeg opstaan om te fietsen. De confrontatie met de realiteit is hard wanneer de wekker om 5u45 afgaat. Even, heel even, hunker ik naar een langgerekte snooze en late brunch. Dat zit er echter niet in als ik rond 8u30 in Borgloon wil staan. Geen snooze, en een eerder vluchtig ontbijt vandaag. De start van de eerste Grinta! Ride sinds de Coronapauze, is namelijk bij Café Coureur. Ik rijd samen met fotograaf Thomas, hij gebruikt een auto van een vriend. De autorit verloopt vlot. Wel raar dat de wagen stilvalt als we eens wat harder moeten remmen. We stellen ons verder geen vragen, en komen goed aan. Pas diep op de terugweg ontdekken we bij de rembeweging dat Thomas met zijn knie tegen de sleutel stoot. Dat krijg je met dubbele meters aan het stuur.

Stress

De aankomst is veelbelovend. Koffie op het terras van dit fietshotel. Uitzicht over de omgeving die gekenmerkt wordt door de boomgaarden vol fruit. De zon volop van de partij, het lijkt wel de beste dag van een natte rotzomer. De fietsgoden werken mee, en goed vijftig kilometer verder wacht de Muur van Hoei op ons. Kathy begint aan een driedaagse vakantie in Café Coureur en pakt eerst deze rit mee. “Niet zo moeilijk zeggen ze tegen mij. Lees ik in de bevestigingsmail dat de Muur van Hoei in het parcours zit. Ik ben zenuwachtig.” De briefing is kort en krachtig. Er zijn begeleiders van Café Coureur, we rijden twee aan twee en wachten op iedereen. Behalve op ambetanteriken.

Meer stress

Ik heb zelf ook stress. Minder voor de Muur, maar voor mijn zadel. Bij de laatste rit voor vandaag, niet toevallig op vrijdag de dertiende, zakte mijn zadel naar beneden. Elke bult een beetje meer. Zonder imbus op zak reed ik in mijn kakstoel de laatste tien kilometer tot de auto. Ik wil hier niet diegene zijn die dertig man ophoudt voor een zakkend zadel. Ik heb meteen de smaak te pakken in de buik van de gruppetto. Keuvelend over Corona, over fietsen kuisen, en de origine van Origine fietsen. De wegen lopen doorheen een licht glooiend landschap. En plots kasseien, bergop. Die komen onverwacht. En lang zeg. Manshoven, zegt iemand. Het is een kasseistrook naar het gehucht Heks. De Hel van deze regio, waar Van Moer de meer ervaren Backaert ter plaatse liet in de Ronde van Limburg. Om vervolgens door een seingever verkeerd gestuurd te worden en Merlier te zien winnen. Ik heb ondertussen … acute zadelpenvrees. Het zit echter goed. Alles blijft op zijn plaats. Wat volgt is meer van hetzelfde en de bevestiging van een conclusie die ik eerder ook al vele malen heb gemaakt. Vroeg opstaan om te fietsen loont, en zet zonder uitzondering aan om dat volgende keer terug te doen. De zinnen staan op scherp, ik geniet van de toevallige conversaties, ik leef. Plots besef ik dat we een bijzonder lange afdaling aan het rijden zijn. We gaan richting Maas. De spanning stijgt. Hoei ligt aan de Maas.

Wonderbenen

Er komen moeilijke momenten. Eentje wil ontsnappen maar trapt zijn derailleur bijna aan flarden. Bij een dorp langs de Maas komen we midden in de weekmarkt terecht. Staaltje slechte voorbereiding. Plaatselijke weekmarkten opzoeken zou op elke checklist moeten staan. De factuur van de ​ begeleiding komt op de helling te staan. Er staan op de markt rijen dik aan etalagepoppen zonder bovenlijf. Niet verwonderlijk voor een markt zo dicht bij Hoei: je kan hier wonderbenen kopen tegen een klein prijsje. Met wonderbenen op zak trekken we verder naar Hoei, waar ook nog eens een kermis opgesteld staat. Het zal toch niet? Zijn we echt verdwaald op een steenworp van de Muur van Hoei?! Het is officieel. Attracties maken de stad onherkenbaar, en de begeleiders kijken wildvreemd om zich heen. De smartphone en vragende blikken worden erbij gehaald. “C’est où, le Mur?”, hoor ik iemand richting een buurtbewoner in zijn deurgat vragen. “Là. A haut.” Klinkt logisch. Of was het “gauche”? Pijltjes brengen redding, het aanzicht op de weg voor ons doet de rest. Eens kijken wat die wonderbenen zeggen.

Lange kilometer

Voor het eerst heb ik oog voor de kapelletjes op deze beklimming. Het spel zit op de wagen en de weg stijgt al behoorlijk. De bekende bocht neem ik toch maar niet helemaal aan de binnenkant. Er staat een ereteken voor Claude Criquelion, eerste winnaar van de Waalse Pijl met aankomst om deze Muur. Als je denkt dat je het ergste hebt gehad, begint het. Na de befaamde bocht begint de ellende echt. Het duurt nog een eeuwigheid tot de aankomststreep. Geen wonder dat de profs wachten en wachten. Geen wonder dat er nooit echt gesprint wordt. Vraag dat maar aan Roglic, timing is everything. Timing is voor mij niet echt van belang vandaag. Het is een zaak van tempo houden tot net over de streep, omkijken en afgepeigerde mensen zien boven komen. “Ik doe hem nooit meer!”, roept Kathy als ze over de streep rijdt. Fout natuurlijk, dit is waar het om draait. De motor op toeren laten komen, afzien en genieten tegelijk. Heerlijk vind ik dat. Zeker als de beloning twee dalende kilometers verder al wacht: koffie bij MUR & COFFEE, in Hoei. Koffie, een zonnig terras en een zoetigheidje. Frederik die onomwonden en opgewonden vertelt hoe hij in zijn jonge jaren over de Olympische kampioene Anna Kiesenhofer ging. Begrijp me niet verkeerd. Anna viel tijdens de Transalp in een donkere tunnel terwijl Frederik in haar wiel zat. Zij viel, hij viel, en er bleef wat vel op het asfalt achter. De groep tankt bij. Met nog wat extra repen op zak, zetten we de terugtocht in. Hoei is het keerpunt, het ergste hebben we gehad. Denken velen.

Dalen met Remco

Oei! Is dit ook Hoei? Bij het uitrijden van de stad wachten nog enkele verrassingen zo blijkt al snel. Een slang op de weg, om er eentje te noemen. Ik ben verder getuige van een stokkende trapfrequentie bij de dame voor me, die overgaat in een nulfrequentie en zijwaartse kanteling. Zonder averij gelukkig. In de afdaling zit ik plots achter een Quick Step outfit. “Remco” wordt de man genoemd. Gevaarlijke plaats om te zitten als het bergaf gaat uiteraard, ik maak me snel uit de voeten. “Pas op Remco, straks gaat het naar beneden, voorzichtig.”

Vlaams Toscane

Meer en meer lijkt het landschap op de beginfase van de rit. Haspengouw is een leuk hoekje België en wordt niet voor niks het Toscane van het Noorden genoemd. Met fruitbomen in plaats van wijnranken. Zonder cipressen, met maïs. Maar mooi! De intrede in Vlaanderen is bijzonder te noemen met dorpen als Rukkelingen, Broekom en Kuttekoven. Borgloon is trouwens goed gelegen voor je ritten: zuidwaarts richting Ardeens huvels, noordwaarts richting Limburgse vlakte en in het Oosten kan je naar Nederlands Limburg en de Amstelregio.

Arrivé au café

De aankomst in café Coureur is zeer hartelijk, met St Raphael (volg jij de podcast Arrivée al?), rijkelijk giftbags, gloednieuwe koersklakskes, een tombola en spaghetti. Kortom: een mooie afsluiter voor een blij weerzien met de Grinta! Community. Een ingewilligde smeekbede naar het vroegere normaal maakt al snel plaats naar -zoals dat tegenwoordig heet- een nieuwe variant. De Grinta!-variant: hunkeren naar een volgende #ridetogether.

Meer info over andere groepsritten van Grinta! vind je via deze link.

Gerelateerde artikels