Deel dit artikel:

Gravelen in de streek van Nyon: tussen wijnranken, bunkers en Malakoffs

De eerste meters zijn altijd een beetje aftasten. Grind knispert onder de banden, de heuvels van het Jura-massief doemen op, naast me schittert het Meer van Genève in de ochtendzon. Een lichte bries waait van het water richting de wijngaarden. Ik ben nog geen vijf minuten onderweg, en toch voelt het alsof ik al midden in een ander Zwitserland zit. Geen toeristenmassa, geen drukke paden – alleen de belofte van ruimte, rust en avontuur. Welkom in Nyon – een plek waar gravel, gastronomie en geschiedenis hand in hand gaan.

Nyon en het kanton Vaud: tussen stad en stilte

Nyon ligt in het westen van het Zwitserse kanton Vaud, tussen Genève en Lausanne, op de grens van stad en platteland. Vaud is een Franstalig kanton dat zich uitstrekt van de oever van het meer tot diep in de Alpen, met landschappen die van mediterraan naar alpien transformeren over slechts een paar uur rijden. Hier vind je zowel wereldberoemde wijnterrassen als stille bergdorpen, levendige steden zoals Lausanne, en natuurgebieden waar het wild nog echt wild is. En precies daartussen ligt Nyon – compact, karaktervol en verrassend veelzijdig.

Markten, kastelen en Kuifje

De stad zelf is charmant, levendig en overzichtelijk. Het witte kasteel boven het meer is een perfect oriëntatiepunt en uitzichtplek, en de oude stadskern herbergt gezellige pleintjes, kleine musea, ambachtelijke chocolatiers en lokale markten. Op dinsdag en donderdag vullen marktkramen het Place du Marché, waar boeren uit de streek hun kazen, honing en groenten aanprijzen. Wie de benen even wil laten rusten, stapt aan boord van een van de historische CGN-stoomschepen die het meer oversteken naar het Franse Yvoire – een perfect intermezzo tijdens een lang fietsweekend.

© Sebastien Tavares Gomes


Wat veel bezoekers niet weten: Nyon heeft ook een verrassende culturele kant. Zo dook Kuifje in zowel stad als regio op – of beter gezegd zijn geestelijk vader, Hergé. De Belgische striptekenaar baseerde zich voor ‘De Zaak Zonnebloem’ ondermeer op het Château de Nyon, en dat zie je meteen als je ervoor staat.

@ Nyon Région Tourisme

Het witte profiel, de vier ronde torens – het is bijna een striptekening in het echt. Maar ook elders in Nyon wemelt het van de verwijzingen naar onze eigen stripheld.

Kaas op zakformaat

Maar voor het zover is, moet je eerst energie opdoen. En dat doe je hier het best op z’n Nyonnais. Twee lokale specialiteiten verdienen een plek op je bord: Malakoff en Filets de Perche. De eerste is een soort gefrituurde kaasbal die veel weg heeft van een fondue op zakformaat – krokant vanbuiten, zacht en zilt vanbinnen, perfect bij een glas lokale witte wijn: Chasselas. Voor een authentieke Malakoff-ervaring moet je bij Chez Mon Oncle zijn, een restaurant in het centrum van het stadje. De sfeer is familiaal, de wijn koud. Klein terras, grote smaak.

@Colin Jollien

De tweede specialiteit zijn gefileerde baarsjes – filets de perche – uit het meer, geserveerd met citroen, peterselie en friet – simpel, maar perfect.

De route: 42 kilometer gravelgeluk

Maar ik kwam om te fietsen. En daarvoor is Nyon een uitstekend vertrekpunt. Vanuit de stad kun je alle kanten op: richting het meer, de wijngaarden, de Jura of de beboste heuvels in het binnenland. De route die ik vandaag rijd is een 42 kilometer lange lus – een pareltje voor gravelbikers die afwisseling zoeken. Je fietst door bossen, langs bunkers, via vergeten veldwegen en dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan. Onderweg zijn er genoeg plekken om even af te stappen, een foto te maken of gewoon stil te genieten.

© Marc Amiguet

Tijd vertragen in Promenthoux

Net voor ik de heuvels intrek, passeer ik Promenthoux, een gehucht dat je zo voorbij zou rijden – tenzij je weet wat je zoekt. Hier lijkt de tijd te vertragen: een handvol huizen tussen de wijngaarden, een klein haventje en een verstopt strandje waar locals in de zomer zwemmen of picknicken aan het water.

@ Jurgen Groenwals

Het is een plek waar het meer bijna mediterraan aandoet – rietkragen, helder water en een uitzicht op de Alpen die in de verte zweven. Even afstappen, schoenen uit, voeten in het meer. Daarna klim ik langzaam weg van de oever, richting een ander soort Zwitserland.

Van Toblerones tot bunkers

Het Sentier des Toblerones is een van de meest onverwachte segmenten van de rit. De naam doet denken aan chocolade, maar verwijst naar de betonnen antitankhindernissen uit de Tweede Wereldoorlog – driehoekige blokken die als reusachtige domino’s door het landschap slingeren.

Ze vormen een historische verdedigingslinie tussen Bassins en Gland, nu omgevormd tot wandelpad. Tussen het groen steken de blokken als stille wachters boven het gras uit – een surrealistisch gezicht.
Met de gravelbike is het Sentier des Toblerones een sportief-technische uitdaging. Ik laveer tussen indrukwekkend grote boomwortels, spring op en af de fiets om over bruggetjes te wandelen, en geniet van ongekende rust in het bos.

Langs dit pad staat ook de Villa Rose in Gland, op het eerste gezicht een elegant roze landhuis uit de jaren dertig. Maar schijn bedriegt: deze villa was in werkelijkheid een gecamoufleerde militaire bunker, uitgerust met schietgaten, een pantserdeur en ondergrondse ruimtes. Vandaag is het een herinneringsplek die toont hoe Zwitserland zich voorbereidde op een invasie die nooit kwam. Het is een van die zeldzame plekken waar geschiedenis letterlijk in de gevels zit – een onopvallend huis met een geladen verleden.

Rustige klimmen en geurige bossen

De route klimt, maar blijft grotendeels vriendelijk qua hellingspercentages. Onderweg kruis ik bossen vol varens, verlaten boerderijen, geurige dennenbossen en af en toe een uitzichtpunt met een houten bankje en zicht op het meer. Wat opvalt: hoe rustig het hier is. Geen druk verkeer, geen overvolle trails – gewoon ik, mijn bike en de natuur. Het landschap is verrassend gevarieerd; de trails zijn dan weer technisch, dan weer vlot bollend. Helemaal zoals ik het graag heb op de gravelbike.


Niet helemaal op de route, maar ik ben niet gehaast, dus maak ik een ommetje om een blik te werpen op de ruïnes van Oujon. Hier, in een bosrijke vallei, liggen de overblijfselen van de Chartreuse Notre-Dame d’Oujon – het oudste kartuizerklooster van Zwitserland, gesticht in de 12e eeuw. De stenen muren, verweerd en begroeid met mos, ademen stilte en mystiek.

Kaas, koeien en coöperaties: Fruitières de Nyon

Ondertussen doemt het letterlijke hoogtepunt van de route op: de Fruitières de Nyon. Op 1333 meter hoogte, op het plateau boven Saint-Cergue en met prachtig zicht over het Meer van Genève en de Alpenketen, ligt deze specialist in alpine zuiveltraditie. De klim door weiden en bossen was stevig. Een drankje is dan ook meer dan welverdiend.


De naam “fruitière” verwijst niet naar fruit, maar naar de gezamenlijke productie van zuivel – een mooi staaltje Zwitserse traditie en solidariteit. In de zomermaanden kun je er live de productie zien van Gruyère, raclettekaas, boter, sérac, crème en de lokale specialiteit ‘tonneau d’alpage’. En ja: hun Gruyère is heerlijk – zelfs zonder brood.

Saint-Cergue: berglucht en vrije vaart naar beneden

Na het hoogste punt van de route – ergens tussen de weiden en koeien bij Les Fruitières – begint langzaam de afdaling. Het landschap opent zich, het grindpad wordt breder, en tussen de bomen zie ik voor het eerst weer het blauw van het meer in de verte. De lucht ruikt naar dennenhars en zonwarm gras. Niet veel later rol ik het bergdorpje Saint-Cergue binnen, op ruim duizend meter hoogte – een korte overgang tussen alpine stilte en de terugkeer naar de vallei.

© Peter Colberg


Saint-Cergue voelt als een dorp waar de seizoenen nog ritme geven aan het leven. In de winter is dit een geliefde plek voor langlaufers en families met sleeën. Maar nu, in de zomer, ademt het rust. Op het dorpsplein zitten wandelaars met een ijsje, bij de bakker ruikt het naar versgebakken tarte aux pommes.
Saint-Cergue markeert het begin van de lange, plezierige afdaling richting het meer. Je voelt hoe het klimaat weer zachter wordt, hoe het bos plaatsmaakt voor weiden, hoe de huizen veranderen van berghutten naar wijnboerderijen. In de haarspeldbochten richting Givrins en Trélex moet ik af en toe de rem aantippen – zowel omdat het technisch is als omdat ik het uitzicht niet wil missen. Links glinstert het meer, rechts strekt het bos zich eindeloos uit. Het is het soort afdaling dat je niet wil laten eindigen.

Gravel met karakter

In Nyon lonkt het terras van l’Auberge aan het Place du Château. Mijn fiets rust tegen de muur, mijn benen zijn loom, en ik bestel – uiteraard – een glas Chasselas. Gravel in Nyon is geen heroïsche beproeving, maar een ontdekkingstocht vol contrasten: van militair erfgoed tot elegante villa’s, van geitenpaden tot glanzend asfalt, van kaas tot Kuifje. Precies zoals ik het graag heb: met het stuur in de hand en het hoofd vol verhalen.

© Just Jean Media

Praktisch

Een degelijke gravelbike met banden van minstens 35 millimeter is zeker aan te raden. Wij reden zelf met een fonkelnieuwe BMC Kaius 01, een gravelracer die zich prima in zijn nopjes voelt op deze paden. 

Op sommige stukken is de route technisch behoorlijk uitdagend. Een degelijke basisconditie met voldoende klimkilometers in de benen is zeker geen overbodige luxe.

De streek rond Nyon is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer: vanuit Genève reis je in een half uur naar Nyon.

De regio biedt een breed scala aan accommodaties, van eenvoudige berghutten tot luxe hotels met wellnessfaciliteiten.

Meer info: www.lacote-tourisme.ch

Gerelateerde artikels