Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Friday on my mind

Blogbericht na de derde etappe van de Haute Route Pyrénées 2014.

The Easybeats, een Australische popgroep met Nederlandse roots, hadden in de jaren zestig een enorme hit met ‘Friday on my mind’. De aanstekelijke gitaaraanslagen bij de intro van dat nummer herkende ik meteen toen ik me vanmorgen wat stond te vervelen bij de start van de derde etappe van de Haute Route. En eigenlijk ‘klopte’ het nummer ook wel voor de stemming die zich over me meester had gemaakt. Ik dacht/denk vooral aan vrijdag.

Op de rit naar Bagnères-de-Luchon van vandaag (162 km over drie cols) noch op de koninginnenrit over Peyresourde en Tourmalet heb ik mijn zinnen gezet. Op de klimtijdrit op de Col du Tourmalet van vrijdag eigenlijk wel. Nu ja, niet dat ik er al te veel moet van verwachten. De vorm is wat zoek. ‘Septemberitis’, weet u wel. Vandaag merkte ik dat ik gewoonweg te kort kom op marathonetappes als deze. Ik heb de afstand niet (meer) in de benen. Ik betaal hier, in de Haute Route Pyrénées, de prijs van het verleggen van mijn focus – dat deed ik eind juli – naar het explosieve tijdritwerk. 

Op de derde col van de dag, de Col de Menté (waar Luis Ocaña na een schuiver ooit de Tour verloor ten voordele van ene Eddy Merckx), zakte ik door het ijs. Die laatste uitdrukking is wat ongelukkig gekozen want de Pyreneeënreuzen baden deze week in de brandende zon. Ik zit er overigens hoegenaamd niet mee dat het wat vierkant draait. Ik kan nu eens wat anders doen dan alleen maar full gaz naar boven (trachten te) knallen of me vast te klampen aan of te turen naar het achterwiel van mijn voorligger. Ik kijk eens wat rond, wat de Pyreneeën te bieden hebben. Heel wat, by the way. De Haute Route fietsen is een zintuiglijke ervaring, merkte ik vandaag. Het is horen, zien en voelen. Dat mis je gewoon als je alleen maar bezig bent met je tijd of chip.

Friday is on my mind: de Tourmalet, goed 18 km klimmen vanuit Luz-Saint-Sauveur. Morgen doen we (mijn 200 collega-renners en ikzelf) ‘m van de andere kant, vanuit Sainte-Marie-de-Campan, waar Eugène Christophe, mogelijk de meest onfortuinlijke Franse renner uit de geschiedenis, in 1919 de Tour de France verloor. Toen Christophe de vork van zijn fiets brak, moest ie bij de lokale smid eigenhandig de herstelling doen. Liefst geen (vork)breuken voor mij morgen. Van breuken en valpartijen heb ik mijn buik vol. Toen ik vandaag, in de afdaling van de Portet d’Aspet, langs het monument ter ere van de in 1995 daar gecrashte en omgekomen Fabio Casartelli suisde, werd me dat nog eens duidelijk. Requiescat in pace, Fabio.  

Gerelateerde artikels