Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Flandrien Ride

’Wij koersten nog individueel. ‘t Was in onzen tijd nog elk voor zijn skelle’. (Briek Schotte) Maar vandaag was het geen koers, het was #ridetogether. Denken aan Briek en zijn collega-flandriens. Rijden over de wegen die hen groot gemaakt hebben.

Roeselare Expo, Schiervelde, daar begon de dag. De startplek is toevallig (of niet) getooid met een beurs van elektrische fietsen. Je zou de indruk krijgen dat van de fietsen van weleer niet veel overeind is gebleven, maar dat is niet correct, volgens de man naast me. Naast mij staat Dieter alias ‘Dieter de Flandrien’, die de tocht zal fietsen op een stalen ros uit het jaar 1926. Het is de originele fiets waarmee Lucien Buysse in dat jaar de Tour de France won. Het is één van de pronkstukken uit zijn verzameling. ‘Die fietsen van nu zien er heel modern uit, maar eigenlijk is aan het concept zelf bitter weinig veranderd’, vertelt Dieter me vol passie. ‘De wielen zijn nog even groot, het aantal spaken dat ze toen gebruikten komt nu nog steeds voor, de stuurbeugel is identiek. Ze hebben vooral een beetje gesleuteld aan de geometrie, en de bidonhouders (die vroeger aan het stuur hingen) van plaats veranderd. Het grootste verschil is nog dat we nu ons wiel niet meer hoeven te draaien als het steiler wordt.’. En dan voegde hij er fijntjes aan toe: ’Maar jij zou met deze fiets bij de eerste bocht toch wel in het decor liggen…’.


Heeren vertrekt! De wit-zwart geblokte Peugeot met fietswielen op het dak is een streling voor het oog die zelfs Sagan niet ontgaan is (hij deed er een bod op). De wagen draait links voor mij reeds de hoek om, als een soort ongrijpbare finish. Motards hebben het kruispunt afgezet zodat we zonder oponthoud verder kunnen. Achter ons rijdt de BikeKing, voor als er mechanisch oponthoud is. De toon voor deze #ridetogether is gezet. Samen rijden we doorheen de rijke Vlaamse wielergeschiedenis. Tijdens de intro werd de rode draad nog eens extra in de verf gezet. We tellen vandaag niet in kilometers. We rijden van dorp naar dorp, van flandrien naar flandrien. En komen op het eind van de dag aan 125 kilometer.

‘Keuneleute’, hadden ze gezegd. Een stukje bos in Westrozebeke en een Strava-segment dat gedurende enkele kilometers op en af gaat. Mijn West-Vlaams is niet perfect dus je maakt ervan wat je zelf wil. Iets met konijnen. Als je trouwens denkt dat West-Vlaanderen hier vlak is, kom je bedrogen uit. Er zit een voortdurende glooiing in het parcours wat de wegen nog amusanter maakt. We fietsen in de beginfase bovendien op een (kassei)steenworp van Eernegem, dat de titel van ‘kasseileggersgemeente’ mag dragen. Een symbolische start, want laat kasseien nu net de biotoop van een flandrien zijn. We krijgen zelf ook enkele kasseistroken onder de wielen geschoven in deze rit. De eerste uit de reeks hebben ze recent opnieuw aangelegd. Die mogen van mij eigenlijk best wel een beetje slecht blijven liggen, maar ik ben al blij dat ze er terug kasseien van gemaakt hebben. Mannen op fietsen en een hindernis van welke aard ook, en je kan er niet om heen. Samen rijden wordt al snel sneller rijden, al is daar geen kwaad mee gemoeid en ben ik vaak medeplichtig. Nadien worden de troepen in geen tijd terug verzameld.


Ergens tussen Wijnendaele (van ‘Koarle’, stichter van de Ronde) en Koolskamp fiets ik nog een tijd aan de zijde van Dieter de Flandrien. We duiken terug in de tijd en hebben het over De Rosa frames die er zo niet uitzien, en Merckx fietsen met de look van… De man die zijn fietsen op kamertemperatuur bewaart en naast een uitgebreide collectie fietsen ook de geschiedenis door en door kent, heeft aandacht voor alle details. Hebben jullie opgemerkt dat Gilbert een ander zadel heeft dan de andere QuickStep renners? Samen bollen we al keuvelend over helmen en onze 40ste verjaardag over de streep in Koolskamp, waar elk jaar het Kampioenschap van Vlaanderen gereden wordt in een heuse kermissfeer. Dieter, met gebreide wollen trui, wil met zijn passie enkel aan de mensen tonen hoe het vroeger was. Want beelden zijn er niet van die tijd, dus dichter kunnen we niet komen bij de flandriens van toen. ‘En dat lukt me nog steeds het beste door met de fiets te rijden. Dagen als deze zijn dan ook super leuk’. Binnenkort wil hij in Deinze wel een eigen museum openen waar fietsers terecht kunnen om zijn verzameling te bekijken, en samen verhalen op te halen van vroeger. Een verplicht fietsdoel voor deze zomer, lijkt me.


Boules de Berin. We zijn niet op het strand verzeild geraakt maar in de ateliers van Jaegher. Niet meteen rennersvoedsel en ook niet geschikt om in de achterzak te proppen, maar smaken dat het deed! Voor alle duidelijkheid, Jaegher is geen flandrien. Diel Vaneenooghe behoort tot de vierde generatie van een familie fietsenmakers. De stalen fietsen worden volledig in dit atelier gemaakt, naar de wensen van de klant. De flandriens hebben ons hart gestolen, maar bij Jaegher proberen ze net hetzelfde te doen. ‘Steel your heart’. In het atelier vinden we ook Kristof Allegaert, de man die koersen als The Transcontinental Race (4000 kilometer!) wint met 24 uur voorsprong. De onklopbare ultra-fietser rijdt op een Jaegher-fiets en bewijst daarmee meteen dat we het hier hebben over duurzaam materiaal. In de rondleiding zien we enerzijds dat het bouwen van een frame -tot zijn essentie herleid- een simpel gegeven is. Ik heb het dan over buizen aan elkaar lassen. En dat alles wat erbij komt kijken getuige is van groot vakmanschap om van die stalen buizen een oerdegelijk en goed uitziende tweewieler te maken met oog voor detail.


Nog even mijmerend over de discussie of schijfremmen nu al dan niet goed zijn in het peloton, gaan we richting Kanegem. Geboorteplaats van Briek Schotte en naast de kerk nog steeds treffend herdacht met een mooi beeld van deze man. Schijfremmen zouden hem niet geïnteresseerd hebben, bedenk ik. Bij Ijzeren Briek (hier dus letterlijk te nemen) ging het maar om één ding: snel rijden, ieder voor zich. ‘Je positie op de fiets koop je niet. Fietsen was voor mij stoempen en duwen en dat deed ik zonder omzien. De rest was voer voor de journalisten.’. Hij werd hier geboren op 7 september 1919 en overleed op 4 april 2004. 4/4/’04, maar meer dan de cijfercombinatie was het ook heel symbolisch op de dag van de Ronde van Vlaanderen dat jaar. Na Kanegem trekken we richting Wontergem, waar Lucien Buysse op een soortgelijke manier uit een blok graniet van 5 ton komt gereden. De winnaar van de Tour de France in 1926 ziet zijn eigen fiets passeren. Het kan niet anders of de man glimlachte daar boven.

We trekken nu naar de Poelberg, tijdens de intro prachtig omschreven als ‘een rimpel in het landschap’. We zijn op weg naar Tielt, woonplaats van Roger ‘Cocksken’ Decock. Bij onze vorige ontmoeting tijdens de Grinta! X-Mas Ride vertrouwde hij me nog toe dat hij nu toch gestopt was met zijn haag zelf te scheren. Maar ook nu stapt hij ons in zijn nog steeds kranige stijl tegemoet in de straten van Tielt. Jasje een beetje op de groei gekocht, schudt hij de flandriens van nu de hand. ‘Gelukkige verjaardag, Roger. Proficiat!’. 90 lentes jong, wij zijn inmiddels 90 kilometer ver.


Echte flandriens zoals Roger zullen we niet worden, maar sta ons toe af en toe dat denken dat we in de buurt komen. Vandaag is dat vooral letterlijk te nemen. We eren flandriens maar in ons peloton wemelt het natuurlijk ook van meningen en verhalen. Leuk is het om naar volledige willekeur aan de praat te gaan met de toevallige buur in het twee-aan-twee peloton. Over waarom je die handschoenen draagt, hoe het onderwijssysteem zich probeert aan te passen aan de moderne noden, de reeds gedane fietsreizen en de verkoop van honingwafels van Meli. Over de sterke flandriennes die zich ook in ons peloton bevinden en ondanks enige vrees bij de start probleemloos de finish halen. Voor deze ontspannen sfeer is in een ander peloton zelden plaats.

Het Wielermuseum is tijdelijk gehuisvest in de Paterskerk in Roeselare en doet dienst als onze eindhalte. Normaal drinkt men in de kerk enkel wijn, maar niet bij de flandriens. Vergeet brood en wijn. Hier wordt brood met kop of Flandrienkaas geserveerd. En Kwaremont bier. We brengen ook nog één voor één hulde bij de fiets van Briek. Mogen hem zelfs even aanraken, daar onder het grote Croix-de-Fer vol fietsen. ‘t Was in zijnen tijd nog elk voor zijn skelle. En dat was vandaag niet anders. We reden 125 km samen, we eerden de flandriens, onze Goden. En op het einde van de rit was het elk zijn schelle. Of twee. Of drie.


Gerelateerde artikels