Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Fietsen als levensdoel

In mijn rustperiode, nauwelijks een zondag of twee in september en oktober, durf ik me weleens wagen aan typische zondagsuitstapjes. Taart en koffie, gevolgd door een slenteruitstap in Sluis of een bezoek aan de kermis met heel de familie. Kermiszondag in het dorp waar ik ben opgegroeid is elk jaar een weerzien. Ineens word je geconfronteerd met oude schoolvrienden, momenteel mama’s en papa’s. De meesten onder hen hebben de ‘tweede lichting’ al achter de rug. Gesettelde gezinnetjes die het geluk hebben gevonden. Dan komt alweer die vraag: hebben jullie nog geen goesting? Mémé en pépé beamen dit volledig, kinderen zijn een mooiere bezigheid dan fietsen. Zeker voor een vrouw.

Vrouwen en fietsen gaan niet samen. Vrouwen horen het huishouden te doen en te koken. Want mijn bezigheid, bergcyclo’s rijden, behoort in de categorie ‘extreem’. Mijn verschijning in het boek Extreme Sportwedstrijden bevestigt alleen maar hun gelijk. Hoewel ik het toch met enige trots had getoond. Op dat moment besef ik het opnieuw: ik heb een hekel aan traditionele zondagen. Liever ga ik fietsen. Verheven tot een primaire basisbehoefte, net als eten en slapen.

Niet-fietsen maakt me kribbig. Niet-fietsen leidt tot een grote leegte. Fietsen als levensdoel vraagt blijkbaar verantwoording. Op het einde van het seizoen knaagt het wel eens aan mijn geweten. Alweer fietsen als excuus. Geen tijd om naar familiefeesten en verjaardagsfuiven te gaan. We zijn misschien yups. Gaan een paar keer per jaar op buitenlandse stage en zijn nooit thuis. Maar kinderen kosten ook veel geld. Uit die zondagse ervaring weet ik ook dat de zorg voor kinderen vermoeiender is als fietsen. En nee, er zijn grenzen. Geen foto’s van onze fietsjes in de woonkamer. Soms doemt het dertigers dilemma op, maak ik wel de juiste keuze? Is fietsen mijn groot geluk? Ik weet het niet. Raar, hoe iets simpels als hard op de pedalen duwen me kan overvallen als een moment van puur geluk.

(Edith Vanden Brande, Grinta! 22, 2010)