Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De kleren van Kamiel

Elke zondag rijdt Kamiel met ons fietsend vriendenkliekje mee en om 8.28 uur zien we hem altijd al van een halve kilometer afstand richting Baliebruggeplein peddelen. We merken hem niet zozeer op omwille van zijn typische pedaaltred of omwille van de zonnestralen die door zijn steevast tot hoogglans opgeblonken Scott CR1 carbon racefiets worden weerkaatst. Nee, Kamiel valt op met zijn kleren. De Scott CR1 van 2005 moet immers de laatste fietsgerelateerde investering geweest zijn van Kamiel want elk onderdeel van zijn outfit is minstens vijftien jaar ouder en de collant die hij op een kille ochtend over zijn koersbroek aantrekt werd vermoedelijk nog door zijn grootmoeder gebreid.

En zo komt Kamiel ons elke ochtend in een oogverblindende kakofonie van fluo kleuren tegemoet gefietst, al is er niemand die daar hardop durft om te lachen of opmerkingen over maakt. Want hoewel Kamiel waarschijnlijk ergens halfweg de vijftig bivakkeert, waagt niemand het om de pezige fietser uit zijn tent te lokken. Het risico bestaat immers dat Kamiel zich dan op een licht hellende strook met drie Beaufort in het nadeel op kop van de groep zet en blijft rammen tot hij net zo rood ziet als zijn Duitse KED blutsmuts uit de tijd dat pothelmen nog piepschuimen pispotten met een breekbaar plastiek omhulsel waren.

Toen ik me gisteren klaar maakte om te gaan fietsen moest ik ineens keihard aan Kamiel denken. Mijn hedendaagse wielerkleertjes zaten nog ergens in een sporttas die ergens in de koffer van een Grinta!-auto ergens onderweg was tussen Bormio en Tielt. En dus moest ik in ‘fietskleerkast nummer twee’ op zoek naar een setje kleding en een paar schoenen. Toen ik de kast opende werd ik bijna verblind door een kakofonie van fluo kleurtjes en ik hoorde Kamiel van achter mij ‘Mooi hé’ in mijn oor fluisteren. De Diadora schoenen leken niet te fluisteren toen ik ze uit de kast haalde. Nee, ze keken we woest aan, ontgoocheld omdat ik ze na duizenden kilometers samen fietsen simpelweg aan de deur had geschoven omdat een paar glimmende witte schoenen met hippe draaisluitingen hun opwachting maakte.

Op de fiets voelde ik me helemaal Kamiel. Toen de weg een beetje omhoog liep en een bries van drie Beaufort me probeerde af te remmen bleef ik net zo hard rammen tot ik bijna even blauw zag als mijn Briko-helm. En die hippe jonge fietser die ik vlotjes uit het wiel reed zal zich wel afvragen wie die oelewapper in dat misselijkmakend groene wielertruitje van ‘Wierlerteam Print Service’ uit Impe wel was. Ja, in die tijd hoefde een wielershirt blijkbaar niet mooi te zijn en over een drukfout meer of minder op het truitje werd ook niet lastig gedaan. Kan trouwens tellen, een drukfout op een wielershirt van een … drukkerij.

Terug thuis had ik pijn aan mijn achterste omdat het zeem van die grijze fietsbroek met uitgerekte elastieken in de broekspijpen zo dun is geworden dat ik er bijna doorheen kan kijken. Mijn poten deden zeer omdat het comfort en de efficiëntie van die plastic schoenzolen niet te vergelijken valt met wat die moderne full-carbon spullen in de aanbieding hebben. Met een toegenomen respect voor Kamiel en met een tophumeurtje stapte ik een kwartiertje later uit de douche want al bij al had de fietsrit in een plunje van vergane glorie me een gevoel van thuiskomen en een bijhorende voldoening gegeven. Vandaar dat ik vanaf nu één keer per maand op zondagochtend in een oud kloffie ga meefietsen met de groep. Ik zal negentig kilometer mijn adem inhouden om dat Panasonic-Sportlife shirt te dragen en wurm mijn poten weer in vervuilde blauwe Nike Poggio-schoenen die al tien jaar niet meer gemaakt worden. De terugkeer naar het pure fietsen. Ik ben er zeker van dat Kamiel het een fantastisch idee vindt.