Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Back to the Origine

Op zaterdag 28 augustus stonden een vijftiental dappere fietsers in Oudenaarde paraat voor een 190 kilometer lange gravelrit die hen via de Vlaamse Ardennen en de Noord-Franse kasseien, waaronder die van Wallers-Arenberg, naar de fabriek van het jonge Franse fietsenmerk Origine zou brengen. Het ‘makkelijkere’ tweede deel werd gekenmerkt door minder hoogtemeters, maar met een venijnige tegenwind die ongenadig blies. Onze blogger Gilles probeerde zich dan ook netjes in het wiel te verstoppen tijdens deze uitdagende dag in het zadel.

Wanneer ik na een lange autorit iets voor acht uur ‘s ochtends in Oudenaarde arriveer, heb ik hopelijk mijn dosis pech voor vandaag al gehad. Wegenwerken, files, en op de koop toe een lege batterij in de sleutel van mijn auto, waardoor deze na een korte ontbijtstop dienst weigerde zonder een nieuwe knoopcelbatterij. De andere deelnemers staan beneden aan ons Grinta!-kantoor dus al te trappelen van ongeduld. Dat we alleen maar moeten trappen – en met momenten uiteraard ook sturen – wordt weer snel duidelijk. Al van bij de start is de bevoorrading op en top verzorgd door Secret Training met hun Stealth producten. Achterzakjes, cargo bibshorts en de sporadische frametassen worden ingeladen voor een lange maar avontuurlijke dag in het zadel.

Divers gezelschap, dito materiaal

Onze groep bestaat bij de start uit veertien rijders, nadat een tweetal al besloot om eerder te vertrekken om op die manier het parcours aan een gezapiger tempo te kunnen afhaspelen. Parcoursbouwer en tijdens onze tocht begeleidend manusje-van-alles Bart gaf ons immers mee dat het zwaartepunt qua beklimmingen in het begin van de route ligt. Het duurt niet lang vooraleer ik opmerk dat we met sterke mannen op pad zijn. Mannen, inderdaad. Voor onze 190 kilometer lange graveltocht hebben zich geen vrouwen kandidaat gesteld. Maar voor het overige is ons gezelschap best divers. De jongste deelnemer is negentien jaar, de oudste ergens in de zestig. En ook de materiaalkeuzes liggen ver uit elkaar.  Ik spot gravelbikes, endurance racefietsen met 35 millimeter gravelbanden, hardtail MTB’s, een fully en een cyclocrossfiets met cantilever remmen. Hoe duidelijk kan het zijn dat de gravelscène breed toegankelijk is. Zelf krijg ik voor de gelegenheid een Origine Graxx carbon gravelbike onder m’n kont geschoven. Die rijdt dadelijk richting zijn stal, want in het Noord-Franse Somain staat een fabrieksbezoek aan Origine Cycles gepland.

Koppenberg en Kwaremont

Na een paar kilometer volgt de Koppenberg. Daar wordt meteen duidelijk dat ieder type fiets voor- en nadelen heeft. De kasseien zijn te makkelijk, dus beklimmen we de puist van Melden via het wandelpad op de zijflank. Kettingen schieten vliegensvlug richting lichtste versnelling, er wordt gezucht en gevloekt. Ik kreffel zelf omhoog tussen een slagveld. Een paar mannen kiezen de voetenwagen, een andere laat zijn eigen zijflank contact maken met die van de Koppenberg. Met een juiste mix van kracht en behendigheid, en blijkbaar ook wel een goede bandendruk, raak ik met lichte moeite boven. Even ben ik jaloers op onze fullyman, maar dat verandert snel wanneer de groep terug op kruissnelheid komt op de glooiende wegen van de Vlaamse Ardennen. Plots duikt het Kwaremontplein op, waarna we de uitloper op de kasseien mee doorpakken. Ik vraag mezelf af of het hard gaat, of dat ik gewoon slechte benen heb. Gelukkig komt collega Tommy op de oplopende strook richting Vierschaar in het Kluisbos met het verlossende antwoord. Ik verdenk hem van een goede vorm, en zelfs hij moppert over de snelheid. Een gevoel van opluchting overvalt me.

Bart is geen referentie

In vliegende vaart en een beetje dalende lijn gaan we de taalgrens over. Bij het passeren van het kleine dorpje Molenbaix refereren collega-fietsers naar ‘hellhole’ Molenbeek. De echte hel ligt echter nog een aantal kilometers verderop. Maar eerst sluiten we met de Mont Saint-Aubert een eerste luik van het parcours af. We worden er beloond met een knap uitzicht op de lager gelegen stad Doornik. En met proviand. Opnieuw staat de sportdrank en –voeding van Secret Training keurig uitgestald. We nemen dan ook onze tijd en gunnen een groep trail runners de nodige voorsprong op het pad waarover we dadelijk zullen afdalen. “Het is met een paar trapjes”, geeft Bart mee. “Maar wel goed te doen hoor.” Intussen weten we al dat Barts oordeel niet echt een referentie is voor anderen. Wat hij verstaat onder weinig technisch, zijn voor ons acrobatische toeren. En is het traject in zijn ogen nagenoeg vlak, dan mag je toch nog rekenen op een kleine duizend hoogtemeters, zoals vandaag.

Rue du Ravitaillement

Na de eerste bevoorrading hebben we de wind fiks in ons voordeel, dat belooft dus voor de terugkeer naar Oudenaarde. De natte zomer heeft gezorgd voor overmatige begroeiing, waardoor het op sommige plaatsen lijkt alsof we door een geheime doorgang rijden vooraleer we de wondere wereld van de Hel van het Noorden kunnen betreden. Op een tiental kilometer voor het bos van Wallers ligt onze volgende bevoorrading. Toepasselijker dan een opstelling in de Rue du Ravitaillement kan het amper. De hemel trekt dicht, en dikke druppels beginnen uit de lucht te vallen. De Hel verwelkomt alvast zijn uitdagers. Terwijl Bart, tevens ook mecanicien van dienst, mijn stuur nog eens dubbelcheckt, schiet ik net zoals de meeste andere deelnemers mijn regenjasje aan.

Heiligschennis in het mythische bos

De gravelstroken die volgen, zijn zo zwart dat het lijkt alsof de paden zijn gemaakt van de steenkool die hier in de regio werd ontgonnen. Via één van die paden draaien we plotsklaps de beruchte kasseistrook van het bos van Wallers op. Enfin, op dit moment lijkt het hier eerder op het heilige gras van Camp Nou dan op een weg waar binnen een maand de beste klassieke renners van de wereld overheen dokkeren. Zelfs met gravelbanden liggen de met gras begroeide kasseien er spekglad bij. Maar meer nog dan door de staat van de kasseien, ben ik geschokt door de onverschilligheid waarmee een aantal fietsers uit onze groep hier passeren. Pure heiligschennis. Samen met Tommy en Pieter blijf ik verdwaasd achter. We kijken rond en nemen uiteraard wat foto’s als aandenken. Het lijkt alsof we de enigen in onze groep zijn die beseffen hoe mythisch deze plaats is.

Op bezoek bij Origine

Na het bos kachelen we door over de heerlijk lopende gravelpaden in de omgeving om vervolgens de kasseien van de pont Gibus en Haveluy onder ons door te laten rammelen. De volgende bevoorrading ligt letterlijk om de hoek, op het fabrieksterrein van Origine. Behalve de nodige proviand krijgen we er ook een rondleiding en uitleg over de werking van het jonge Franse merk. In de lakkerij zoeken we naar voldoende ‘moral’ om te beginnen aan de 90 kilometer tegenwind.
Op de lange gravelstroken van het fenomenale ‘Voie Verte de la Plaine de la Scarpe’ wordt de groep op één lint getrokken omwille van de vele fietssluizen. Achteraan de groep is het harken om bij te blijven, en de inspanningen beginnen merkbaar moeite te kosten. In de buurt van de Belgische grens, met nog zestig kilometer te gaan, beslissen we om de groep op te splitsen. Kwestie van iedereen heelhuids terug in Oudenaarde te krijgen. Bij Doornik krijgen we een nieuwe stortbui op onze kop. Kort maar krachtig. Alsof het rammelen van de kasseien niet voldoende is, doen ook de weergoden er nog een schepje bovenop met hun gerammel.

Verbrokkeling

In de aanloop naar de tweede beklimming van de Mont Saint-Aubert verbrokkelt onze groep verder. Ik neem Karel mee op sleeptouw, want hij is op pad zonder de route op zijn fietscomputer. Na al het kopwerk dat hij al geleverd heeft, is het hem van harte gegund om even het wiel op te zoeken. Bij de meesten is het vat stilaan af. Na een laatste break in de buurt van Spiere-Helkijn zijn een paar geasfalteerde tussenstukken welgekomen. In nagenoeg rechte lijn trekken we richting Berchem, waar de brug over de Schelde net zoals in de Ronde van Vlaanderen de laatste hindernis van de dag is. Langsheen de Schelde laten we de onverharde stroken letterlijk links liggen. Het is met onze laatste krachten heerlijk bollen op het jaagpad. Met bijna 190 kilometer in de benen, waarvan een ferme brok onverhard, hebben we immers niets meer te bewijzen vandaag. Wederom een prachtige graveldag met geweldige mensen. Dit smaakt naar meer. Oh ja, hopelijk is onze fully-man tijdig op zijn etentje in Dadizele geraakt.

Meer info over Origine? Bezoek zeker de Origine website dan.

Gerelateerde artikels