Nu we toch bij CSC zijn aanbeland, kunnen de gebroeders Schleck misschien als metafoor dienen voor de verhouding tussen de S5 en de Soloist binnen het Cervélo-gamma. Beschouw Andy Schleck als de S5, die met zijn intrinsieke klasse en talent net dat tikkeltje boven broer Fränk – de Soloist in dit verhaal – uitstak. Daardoor stond Andy ook vaker in de spotlights en werd er vooral naar hem gekeken wanneer er om de knikkers werd gebikkeld. Net als Fränk destijds, speelt de Soloist eerder tweede viool: de fiets is meer mainstream dan de opvallende S5. Het frame oogt klassieker, de aerodynamica is minder uitgesproken en ook de prijs is niet zo astronomisch, al moet ik hier de nodige aanhalingstekens bovenhalen. Voor een S5 in topafmontage betaal je € 13.999, maar ook voor een Soloist met SRAM Red AXS-groepset en de meest hoogwaardige Reserve-wielen moet je nog € 10.999 zien los te weken bij je suikertante. Voor een Soloist met SRAM Force AXS of Shimano Ultegra Di2 tel je € 7.499 neer, een exemplaar met SRAM Rival AXS kost je nog € 5.999.

Strevers!
De Soloist is nu dus in een subtiel nieuw jasje gestoken en de ingenieurs van Cervélo hadden een duidelijk doel voor ogen: de fiets tegen 45 kilometer per uur 7,5 watt sneller maken dan de vorige Soloist-generatie, zodat hij qua prestaties dichter aanleunt bij de S5. Spoiler alert: het werd in totaal een vermogenswinst van 8,6 watt, gemeten in de windtunnel, zonder mannequinpop. In het atheneum in Geraardsbergen, waar ik het gros van mijn tienerjaren doorbracht, had zo’n resultaat je onherroepelijk het etiket ‘strever’ opgeleverd. Let op: de fiets is wel nog steeds 12 watt ‘trager’ dan de S5, maar hij zit volgens Cervélo wel op het niveau van pakweg een Trek Madone of een Specialized Tarmac SL8. Die fietsen volgen in de windtunnel op respectievelijk 1,8 en 1,2 watt. Een kleiner frontaal oppervlak met een balhoofdbuis die een meer uitgesproken zandlopervorm heeft, diepere framebuizen en de geïntegreerde HB18-cockpit zijn verantwoordelijk voor de gratis wattages. Gebruik je de aerodynamische bidonhouders en bidons die bij deze fiets horen, dan krijg je er nog eens 4,3 watt minder luchtweerstand bovenop.
Dieetkuur
Tegelijk werd een Soloist-frameset in maat 56 267 gram lichter, waardoor een volledig afgemonteerd topmodel – met SRAM Red AXS-onderdelen en Reserve 42/49-wielen met DT Swiss 240-naven – slechts 6,85 kilo op de weegschaal zet. Die dieetkuur is opvallend, want de buisvormen en vorkpoten van de nieuwe Soloist zijn zoals gezegd net een tikkeltje forser geworden. Zoals we dat van Cervélo gewoon zijn, werd dan ook elk detail onder de loep genomen en dat resulteert in een meer compacte zadelpenklem, lichtere vijsjes, aangepaste spacers tussen de balhoofdbuis en de stuurpen… De grootste besparing op vlak van gewicht komt er echter door de montage van de carbon HB18-cockpit, die je ook op de R5-klimfiets terugvindt. In de versie waarvan het stuur 40 centimeter breed en de stuurpen 100 millimeter lang is, weegt de cockpit volgens Cervélo slechts 285 gram en dat zou 134 gram lichter zijn dan de vorige versie waarbij je het met een aluminium stuurpen en los stuur moest doen.

Cockpitwissel
Ook al moet de Soloist op aerodynamisch vlak zijn meerdere nog steeds erkennen in de S5, qua geometrie zijn de verschillen miniem. Reach, stack, positie van de trapas en zitbuishoek zijn aangepast en zitten nu op exact hetzelfde niveau als de Cervélo R5. Ook die fiets sloot op vraag van Team Visma – Lease a Bike qua geometrie al nauw aan bij de S5. Je mag dus gerust stellen dat de Soloist een agressieve koershouding heeft. Hier en daar zijn wel nog kleine verschillen te zien met de S5: bij de Soloist is de liggende achtervork 5 mm langer om ruimte te creëren voor banden tot 36 millimeter breed en ook de vorksprong is groter, wat uitmondt in een fiets die net dat tikkeltje minder nerveus rijdt. Ook interessant zijn de vele verschillende maten waarin de HB18-cockpit verkrijgbaar is én de kostenloze vervanging van die cockpit door een exemplaar met een andere maat, mocht de fit na aankoop toch niet ideaal aanvoelen. Die cockpitwissel moet wel gebeuren bij een erkend Cervélo-dealer, binnen de zestig dagen na aankoop van je fiets.
Achter Lilian Calmejane aan
Met de service course van één van ’s werelds beste wielerteams in ’s Hertogenbosch, heeft Cervélo in de Benelux een ideale uitvalsbasis voor perskampen. Zeker wanneer er een aeroracer voorgesteld en getest moet worden, zijn de Nederlandse polders rond het Visma – Lease a Bike hoofdkwartier een perfect decor. Vorig jaar werd ik door de nieuwe S5 op de dijken en de kaarsrechte straten tussen de weilanden van de sokken geblazen en deze keer stond het de Soloist vrij om dat nog eens fijntjes over te doen. Qua trapasstijfheid zit de fiets volgens Cervélo iets onder het niveau van de S5 en de R5, maar daar merk ik in de Hollandse polders weinig van. Integendeel: in de slipstream van Lilian Calmejane – renner op rust en uithangbord van Cervélo in Frankrijk – merk ik dat het met de acceleratiesnelheid van de Soloist helemaal snor zit. De aanzet is fors en het rijgedrag zit voor een fiets van dit kaliber eerder aan de stabiele kant. Toch laat de Soloist zich ook fluks de bocht insturen, mede dankzij de meer dan geslaagde HB18-cockpit die ik al kon appreciëren toen Robert Gesink en ik met de R5 in Andorra gingen rondtoeren (die reportage lees je in Grinta! 116).
(Lees verder onder de foto’s)


In een afmontage met een 2×12-speed Shimano Ultegra Di2, Reserve 42/49-wielen met een DT Swiss 350-naaf en Vittoria Corsa N.EXT-banden van 29 millimeter breed, zit het totaalgewicht op amper 7,13 kilo, wat de lichtvoetigheid van de fiets natuurlijk ten goede komt. Toch zou ik op de Soloist nog een stel snellere en iets bredere banden durven monteren en – waarom ook niet – een wielset met hogere velgen en dus meer stijfheid. Het zou de Soloist op deze biljartvlakke wegen nog net dat tikkeltje extra vaart geven. Ook de strijkplank genaamd Fizik Arione zou ik geen minuut dulden mocht de test-Soloist de mijne worden, maar zadels zijn natuurlijk iets heel persoonlijk. Na een korte eerste testrit kan de nieuwe Soloist me dus zeker bekoren, al zal elke competitieve amateur wellicht toch likkebaardend richting de S5 blijven kijken, wetende dat die qua aerodynamica nog steeds een streepje voor heeft. De extra zak euro’s die je voor de fiets van Van Aert en co. op tafel dient te leggen, moet je dan weliswaar voor lief nemen…
De Soloist wordt standaard afgemonteerd met een powermeter, is enkel nog compatibel met elektronische groepsets, hij beschikt over een universele derailleurhanger en is verkrijgbaar in twee oogverblindende kleuren: ‘Black Magic’ en ‘Cloud Break’. Koop je een frameset afzonderlijk, dan kan je ook kiezen voor het exotisch klinkende én ogende ‘Maldive’.
Meer info vind je op www.cervelo.com.





