
‘Float like a butterfly, sting like a bee.’ Met die quote van Mohammed Ali in gedachten fladder ik tijdens mijn testritten op de nieuwe Cervélo R5 door het Vlaamse land en later ook door Andorra. De fiets moet ervoor zorgen dat de ‘killer bees’ van Visma – Lease a Bike de Pogi’s en Demi’s van deze wereld kunnen prikken wanneer de weg bergop loopt. Met instant resultaat. Aan Pogacar was in 2025 bitterweinig te doen, maar je herinnert je vast nog wel dat Pauline Ferrand-Prévot afgelopen zomer in de bergritten van de Tour de France Femmes brandhout maakte van de concurrentie. Zelf zei ze over haar nieuwe fiets: “Ik hou van de lichte R5. Hij klimt veel makkelijker, daalt soepeler en comfortabeler af, en stuurt moeiteloos door de bochten.”
Die Touroverwinning kan je trouwens nog een keer herbeleven in deze kippenvel-docu die in de schoot van Team Visma – Lease a Bike werd gemaakt:
Cervélo haalt zijn gram
In de afgelopen Giro d’Italia was het echter opvallend dat Jonas Vingegaard tijdens loodzware bergritten en aankomsten bergop toch consequent voor zijn aerodynamische S5 bleef kiezen. We kunnen dus moeilijk ontkennen dat ‘de klimfiets’ steeds minder relevant wordt. Zeker nu fabrikanten hun aeroracers lichter en vinniger dan ooit kunnen maken. Ook de UCI-gewichtslimiet zit de vederlichte racers danig in de weg. Merken kunnen haast moeiteloos een fiets van zes kilo of minder bouwen, maar waarom zouden ze er miljoenen in investeren? De toprenners die hen vertegenwoordigen op het hoogste niveau mogen er in principe niet mee koersen.

Ondanks alles maakte Cervélo de nieuwe R5 in totaal toch nog zo’n 400 grammen lichter dan de voorganger. In maat 56 claimt het merk een gewicht van amper 6 kilo, al zal dat wellicht met een SRAM Red XPLR AXS-groepset met enkel voorblad en zonder voorderailleur zijn. Het topmodel in die maat en met een 2×12-speed Shimano Dura-Ace Di2-groepset klokt aan mijn weghaak immers af op 6,19 kilo. De fiets duikt de UCI-illegaliteit in omdat er – net als bij de nieuwe S5 trouwens – vooral bij enkele ‘attributen’ overtollig gewicht werd weggeschaafd. De nieuwe, geïntegreerde HB18-cockpit, de carbon zadelpen en de Reserve 34 | 37 SL-wielen met DT Swiss 180-naven zijn bijvoorbeeld onderdelen waar iedere gram van tel was. Ook het frame zelf werd superminimalistisch gehouden: de staande vorkpoten zijn enorm rank, de onderbuis werd smaller, de laklaag is flinterdun waardoor de carbonstructuur van het frame doorschemert en de boutjes van de schijfrem aan de voorvork zijn zelfs zichtbaar vooraan.
(Lees verder onder de foto’s)


Aangepaste geometrie
Het is uiteraard wel belangrijk dat bij zo’n dieetkuur de prestaties gevrijwaard blijven. Dat er aan stijfheid niet meteen gebrek is, merk ik al tijdens de eerste pedaalslagen. De R5 voelt efficiënt, vlijmscherp en extreem lichtvoetig aan. In de eerste kilometers moet ik zelfs op mijn qui-vive zijn door zoveel directheid. Een kleine tik tegen het stuur volstaat om de Cervélo een andere richting uit te sturen en sprintjes voelen soms aan als een heuse evenwichtsoefening. De geometrie van deze klimmer werd aangepast en komt nu bijna helemaal overeen met die van de S5, maar het pluimgewicht van 6,2 kilo voegt toch nog een schepje nervositeit toe aan het rijgedrag. Dit is niet zomaar een instapklaar vehikel voor iedereen. Je hebt ervaring nodig om van de rit te genieten en ik moet eerlijk gezegd even wennen aan zoveel speelsheid.

Ook in afdalingen voel ik me niet meteen bereid om me helemaal aan de wetten van de zwaartekracht over te geven en ik bouw vanzelf enige terughoudendheid in het bochtenwerk in. Wat echter helpt om de liefde een duwtje in de goeie richting te geven, zijn mijn Strava-cijfers die ik na elk rondje nieuwsgierig bestudeer. Anders dan bij een aeroracer heb je aan boord van de R5 minder het gevoel dat je op vlakke stroken van ‘gratis snelheid’ profiteert. Dit type fiets voelt niet meteen aan als een onverstoorbare kruisraket, maar dat maakt de verrassing bij thuiskomt des te aangenamer wanneer je vaststelt dat je gemiddeldes daar niet zozeer onder lijden.

Wat als…
Logischerwijs moet je de sterke punten van de nieuwe R5 toch vooral bergop gaan zoeken. Kuitenbijters in de Vlaamse Ardennen en het Pays des Collines die ik normaal gesproken zou vermijden wegens te lastig, oefenen nu een soort aantrekkingskracht op me uit. Wat als ik die eens aanval met een fiets van iets meer dan zes kilo? Wat er op die steile pentes gebeurt, is merkwaardig. Wanneer de stijgingsgraad uit dubbele cijfers bestaat, is normaal gesproken de drang het grootst om in het zadel te blijven en een tandje terug te schakelen. Met de Cervélo R5 voelt het echter natuurlijker aan om je kont te lichten, de ketting naar rechts te gooien en vol op de trappers te lopen tot boven. Je laat de fiets haast moeiteloos tussen je dijen dansen op lastige stroken en die lichtvoetigheid voelt ronduit verfrissend aan.
(Lees verder onder de foto’s)


Natuurlijke habitat
Wanneer ik de fiets enkele maanden na die eerste testperiode nog eens ter beschikking krijg voor een driedaagse in Andorra, voelt het pas echt alsof je het volle potentieel van de R5 kan benutten. Naar een vlakke weg moet je in het ministaatje met een vergrootglas zoeken. Het gaat er ofwel bergop ofwel bergaf en dat is natuurlijk de geliefkoosde habitat van de fiets. Tijdens de eerste beklimming op Andorrese bodem – Els Cortals d’Encamp – vergaloppeer ik me zelfs in al mijn enthousiasme. Aangevuurd door z’n lichtvoetige karakter, vat ik de eerste, vrij steile kilometers toch wat te overmoedig aan, met als gevolg dat ik sterretjes zie wanneer ik de top van de negen kilometer lange klim bereik. De R5 legt dus al snel een harde realiteit bloot: wanneer je bergop geen scherpe tijden neerzet, dan zijn er geen excuses meer mogelijk en ligt het écht wel aan je benen. Op het vlakke port deze fiets je niet aan om je eens over je stuur te krommen en te rammen, maar bergop des te meer. Hoe steiler de heuvels en hoe langer de bergen, hoe liever de R5 ze heeft.

Rillen
Naast bergen – of op z’n minst hellingen – in je buurt heb je trouwens nog iets nodig om volop plezier te beleven aan deze Cervélo: goeie wegen. Met ruimte voor 34 mm brede banden in het R5-frame kan je het comfort gelukkig nog opkrikken, maar de testfiets die in mijn garage belandt, doet het met 26 mm brede Vittoria Corsa Speed-banden en TPU-binnenbandjes. Die combinatie maakt dat passages over kasseien, slecht wegdek of de typische spleten tussen twee betonplaten me letterlijk en figuurlijk laten rillen. Zo’n lichte fiets voelt al vrij fragiel aan en wanneer je nauwelijks demping hebt, dan rij je toch voornamelijk met de billen dichtgeknepen over onze beruchte Belgische wegen en fietspaden. Tijdens mijn Andorrees avontuur was het comfortprobleem evenwel van de baan, met dank aan de 30 mm brede Corsa Pro TLR banden, de tubeless montage en de wegen in Andorra die op zijn zachtst gezegd een stuk beter zijn dan die in ons Belgenland. Mijn advies is dan ook om maar meteen een setje 30 of 32 millimeter brede, soepele banden te monteren wanneer je met deze fiets de Belgische wegen onveilig wil maken. Al doet je lokale fietsenboer dat allicht wel voor jou wanneer je bij hem of haar €12.999 op de toonbank legt voor het topmodel van de R5.

Mag het ook iets minder zijn? Weet dan dat je de nieuwe R5 ook kan kopen met een Ultegra Di2 of een SRAM Force AXS-groepset voor € 8.999. In de Reserve-wielen zitten dan wel DT Swiss 240-naven. Een frameset kost tot slot € 5.699.
De volledige Andorra-reportage met Robert Gesink lees je trouwens in Grinta! 116.
Meer info over de Cervélo R5 vind je op de website van Cervélo.



