Na zes jaar afwezigheid keerde de Ronde van Vlaanderen terug naar Brugge en dat maakte het voor mij een evidentie om nog eens in te schrijven voor We Ride Flanders, zoals de Ronde van Vlaanderen Cyclo tegenwoordig ook heet. Al voor de zesde of zevende keer vinkte ik de langste afstand aan bij de registratie. De vorige keren haalde ik ook telkens de finish, de ene keer al iets comfortabeler dan de andere. In een van de zwaardere edities had ik in de eerste 70 kilometer al drie keer de remmen moeten dichtknijpen vanwege een terugkerende lekke band bij een van de fietskameraden. Compleet verkleumd liet ik hem uiteindelijk achter aan een bushokje, waar hij kon schuilen tijdens het wachten op gemotoriseerde hulp. Bij de eerste passage in Oudenaarde moest ik toen al mijn moed samenrapen om niet gewoon naar de finish te bollen.
Haperende voorbereiding
Voor 2023 beloofde het gelijkaardig weer te worden, maar dat was nog niet eens de grootste reden tot twijfel. De voorbereiding was op zijn zachtst gezegd een hobbelig parcours geweest. Lichamelijk leed en een virusje hier en daar – iedereen met jonge kinderen is in hetzelfde bedje ziek – hadden ervoor gezorgd dat een gravelrit van 93 kilometer mijn langste training was geweest. Een lichtpuntje was dan weer dat ik net het nieuwe ‘wonderproduct’ van Maurten mocht testen. Een eerste voorproefje was al veelbelovend geweest, dus hoopte ik dat het Bicarb System me over een moeilijk momentje heen zou kunnen helpen. Dat slechte weer besloot ik te bestrijden met de Bioracer Kaaiman-regenjas, waterbestendige Giordana AV Full Windfront-broek en de GripGrab Flandrien-overschoenen en Knitted-handschoenen. Dat is dan weer het voordeel van de job als testredacteur: je weet wat het beste materiaal is voor elke specifieke job. En toegegeven, voor elk kledingstuk had ik nog één of twee volwaardige alternatieven in de kast hangen.

Met schoonouders die in Zeebrugge wonen, had ik de luxe van een slaapplek dicht bij de start, inclusief shuttledienst van mijn schoonvader. Nog gemakkelijker kan niet. Zoals de voorgaande keren wou ik niet te vroeg starten om niet in al te grote pelotons terecht te komen. Op natte wegen wil je liever geen honderd man rond jou. De locatie om het startpakket op te halen was vlot bereikbaar en bood voldoende parkeerruimte maar daarna was het nog even rijden naar de officiële start op de Markt van Brugge. In die tijd kon ik de regenbestendigheid van mijn kleren al goed op de proef stellen. Een snelle foto aan de startboog en weg was ik.
Chaos omzeilen
De niet al te brede of schitterende fietspaden rond Assebroek blonken vooral uit in het aantal plassen en het bijbehorende spatwater. Al na enkele kilometers klitte een groepje samen, zodat ik achter enkele ruggen beschutting vond. De wind zat in het eerste deel redelijk goed, zodat de negatieve invloed van de regen toch enigszins werd uitgevlakt. Het was geregeld oppassen geblazen. Zo werden we met de hele groep op het fietspad gedwongen op een rotonde. De prachtige Vlaamse fietsinfrastructuur kwam toen pijnlijk aan de oppervlakte, want het smalle en hoekige pad zorgde voor de eerste valpartij van de dag. Twee deelnemers haakten in elkaar en zagen hun val gebroken door een malse struik. Even later zorgde een haakse bocht in een dorpskern voor een volgende slachtoffer. Op een ruime rotonde kegelde vervolgens een Brit een medefietser onderuit door in paniek naar zijn rem te grijpen en onherroepelijk ten gronde te gaan. Later op de dag zou ik nog een viertal valpartijen van dichtbij mogen meemaken.

Bij de eerste bevoorrading in Poeke zag ik al wat voor een slachtpartij het regenweer had aangericht. Overal rillende lichamen, doorweekte fietsshirts en zelfs al iemand die met een isolerend deken werd weggeleid. Lang stilstaan was een slecht idee, dus vulde ik snel de bidons bij, greep ik naar wat eten en vervolgde ik mijn rit. Een local was het toneel aan het gadeslaan en vroeg voorzichtig of ik het nog wel zag zitten. Ik lachte bevestigend maar was het eigenlijk zelf al niet meer zo zeker. En dan moest alles nog beginnen.
Voorgerecht
Al na 76 kilometer mocht het peloton fietsliefhebbers zich omhoog sleuren op Den Ast maar dat was nog altijd maar het aperitiefhapje. Het voorgerecht volgde na de tweede bevoorrading. Op de Paddestraat ontdekten velen of hun materiaal bestand was tegen de Vlaamse kasseien. En of hun tank nog voldoende energievoorraad bevatte voor de lange weg naar Oudenaarde. Na de Marlboroughstraat kwam de eerste snelle opeenvolging van hellingen en kasseien, met na 140 kilometer de Muur van Geraardsbergen als hoogtepunt. Ik probeerde met zo weinig mogelijk mensen rond mij aan de nijdige steentjes te beginnen en dat loonde. Achter mij hoorde ik iemand al slippend ten val komen op het steilste stuk, terwijl ik verder kon blijven peddelen. Stilaan daalde wel het besef neer dat ik beter een klimcassette op de Canyon Ultimate had gemonteerd. Op de natte kasseien was een vlottere cadans beter geweest. Maar ja, eens vertrokken moet je het zien te redden met het materiaal dat je ter beschikking hebt. Over dat materiaal had ik eigenlijk niet te klagen, besef ik maar al te goed. Een echte klimfiets met de perfecte combinatie van vinnigheid en comfort, een setje klimwielen van Hunt en gripvaste banden van Vittoria bleken perfecte partners op deze lange dag.

De terugweg vanaf Geraardsbergen bleek verraderlijk. Op de golvende betonwegen verspilde ik meer energie dan goed voor me was. Dat mocht al blijken op de Valkenberg. Daar weerklonk ‘Ik schreeuw het van de daken’ van Toast uit een draagbare luidspreker en het deuntje leefde de rest van de dag verder in mijn hoofd – zo’n lange inspanning doet rare dingen met een mens. De Eikenberg bracht ons voor het eerst in de buurt van Oudenaarde. Die passage had ik al enkele dagen in gedachten als mogelijkheid tot inkorten. Met zo’n 180 kilometer op de teller in dergelijke omstandigheden kon ik toch wel met opgeheven hoofd thuiskomen, of niet?
Misschien wel, maar op de bevoorrading was ik toch vooral aan het kijken naar de beelden van de Koppenberg. Het was er wel druk, maar wou ik echt voor het gemak de omleiding volgen of nam ik toch maar het risico? Het werd dat laatste. Ik probeerde me wat te positioneren, zag nog iemand me inhalen op het vlotter lopende gedeelte en probeerde een ritme te vinden dat voldoende tractie bood en me ook niet al te snel naar de wandelende deelnemers verderop bracht. De kerel die me even daarvoor had ingehaald bleek een goed mikpunt en bovendien riepen toeschouwers – ja, die zijn er ook voor de gewone stervelingen op zaterdag – dat er nog fietsende deelnemers aankwamen. De zee van klik-klakkende wandelaars op fietsschoenen opende zich en met tweeën overwonnen we het steilste stuk, ondanks de meneer met de mooie BH die het ons niet bepaald gunde en stuurs in het midden bleef doorstappen.
Hoofdgerecht
Wie al ooit de Ronde van Vlaanderen Cyclo heeft gereden, weet wat het hoofdgerecht vanaf de Koppenberg nog brengt: Steenbeekdries, Taaienberg, Ten Houte, Kanarieberg, Hotond en Karnemelkbeekstraat. De onverwachte pannenkoeken op de bevoorrading in Ronse waren een welgekomen afwisseling maar vielen toch als een blok op de maag. Het kon de pret niet drukken voor de twee uitsmijters die de bekroning van dit uitgebreide meergangenmenu vormden. De Oude Kwaremont was nog even op de tanden bijten en de Paterberg werd vooral bemoeilijkt door lotgenoten die stilvielen voor mijn neus. Met wat geluk raakte ik ook hier boven zonder voet aan grond te zetten.

Opvallender was het voorval in de afdaling voor die Paterberg. In de bekende combinatie van scherpe bochten, waar ook al een aantal profrenners zich misrekenden, hoorde ik plots een oerkreet achter mij. Ik keek om en zag nog net hoe iemand rechtdoor reed, recht het weiland in. Stoppen was voor mij geen optie, gezien de snelheid en de onmogelijkheid om hier zomaar even tegen de richting in te gaan, maar gelukkig stonden er voldoende mensen langs de kant van de weg om de pechvogel te helpen. Het was wel tekenend voor de hectiek die de hele dag al achter elke hoek verscholen zat.
Volgend jaar opnieuw?
In het gezelschap van een Duits vriendenduo stoomde ik naar de aankomstlijn. De ene had moeite om het tempo van de andere te volgen en dat zorgde bij elke versnelling voor een hilarische verzuchting van de eerste naar de tweede. Al de hele dag was ik onder de indruk van de organisatie van dit grote evenement maar een extra pluim krijgen ze voor de steward die ervoor zorgde dat de finishlijn vrij werd gehouden, zodat iedereen er veilig over kon rijden. Dat is namelijk dé plek waar de mensenmassa zich ophoopt voor die ene, laatste foto, wat dan weer voor onveilige situaties kan zorgen, waardoor een Ronde voor sommigen op een sisser afloopt. Vol ongeloof nam ook ik die finishfoto. Ik had het toch maar weer gered, en dat in een compleet doorregende editie. En of ik het volgend jaar opnieuw zou doen? Bij het bekijken van de Ronde van Vlaanderen op zondag had ik die vraag alweer positief beantwoord.
Alle info over We Ride Flanders >>



