Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

WoWoW night ride @ circuit Zolder

Mijn fiets en ik, racend op Terlamen. Met honderden die ook naar Zolder kwamen. Met rood-witte curbstones, grindbakken en gras, asfalt en resten van wat ooit een band was. In een zwijgzaam peloton, horen we allemaal samen   (Poëtische impressie van de Wowow Night Ride, in de vorm van een limerick)

Zoef. Zoef. Zoef. Nadat ik vanuit de pitlane het circuit op rij, denk ik even een rondje op verkenning te gaan. Maar dat blijkt niet mijn beste idee. En al zeker niet mijn meest haalbare. Het is natuurlijk een “race” circuit en na minder dan één kilometer op het asfalt is dat helemaal duidelijk, ook in mijn hoofd. Dat had ik uiteraard beter kunnen inschatten, had ik vooraf de website even bekeken. “In het zadel en gas geven. Fietsen in alle vrijheid. Zonder verkeerslichten, gevaarlijke kruispunten, verkeerspaaltjes of onverwachte tegenliggers. Het kan, op het voormalige F1-Circuit van Zolder. Het hele jaar door elke dinsdag-, woensdag-, en donderdagavond”, lees je op de website. Vanavond neem ik deel aan de Wowow Night Ride en het promotentje van Wowow merk je van heel ver op. Net als hun fietskleding dus.

Het circuit van Zolder is bekend voor zijn 24 uren (ook met de fiets trouwens), maar iets verder terug reden absolute toppers als Jacky Stewart en Nicky Lauda er rondjes in hun F1 bolide. Liet Gilles Villeneuve er het leven toen hij last-minute op zoek ging naar de pole-position. Kroonde Mario Cipollini zich er tot wereldkampioen wielrennen en deden onze landgenoten Mario de Clercq en Wout Van Aert er hetzelfde in het veldrijden. Zolder heeft dus al enige tijd een connectie met de fiets, zoveel is duidelijk.   Als ik over de geblokte startlijn rij en als een reflex op het Garmin-knopje druk voor een nieuwe ronde, gaat het in dalende lijn. Dat op zich vind ik al verwonderlijk. Het circuit is helemaal niet vlak zoals ik dacht en telt een paar glooiingen die je na verloop van tijd toch gaat voelen in de kuiten. Vlak na de start is er een snelle linkse bocht, om een beetje in de terminologie te blijven. Het asfalt is breed en ik heb de neiging om rechts te rijden, al is dat dus absoluut niet nodig. Afsnijden die bochten, en liefst niet op de curbstones maar netjes ernaast. Ondertussen zie ik ook de passage waar de veldrijders het circuit verlaten, letterlijk het bos in op zoek naar de Sacramentsberg. Makkelijke bocht dit, die wordt gevolgd door een ruime rechtse bocht die ook op volle snelheid te nemen is. Bochten krijgen een naam op een circuit. Deze is de kanaalbocht, leer ik. Het gaat hard. Links van mij bevestigen verschillende windmolens dat hier wel eens wind staat. Vervolgens heb je de Lucien Bianchibocht, genoemd naar een Belgisch rallypiloot die verongelukte in Le Mans toen hij tijdens het testen tegen een telefoonpaal reed… Dit is het makkelijkste deel van het circuit. Zonnepanelen sieren het (deze avond althans) groene karakter van dit circuit.

Na een chicane volgt een hellend stukje, en dat in tweevoud. De tweede chicane kreeg trouwens als naam de Villeneuve bocht. Ik ben het duidelijk niet gewoon om op deze manier te fietsen, want zelfs op het hemelsbrede asfalt moet ik in deze bochtencombinatie een klein gaatje laten op mijn voorganger. Wat dan daarna moet dichtgeknald worden op het hellend stukje dat me het beste ligt, vlak na de Terlamenbocht. Terwijl ik rechts van me het verlichte BMX parcours zie, ga ik er steevast recht op de trappers. Om dan veel te traag de volgende wat scherpere bocht te nemen waardoor een nieuwe versnelling zich opdringt. Er rest me nu enkel nog de keuze tussen de pitlane of de Jacky Ickx bocht die me in gestrekte draf naar de licht hellende aankomststrook brengt. Vijftien keer weersta ik de verleiding en kies ik links voor het circuit, druk ik op de rondetijd en herhaal ik deze routine. Om dan na zestig kilometer moe maar voldaan, en met een snelheidsrecord over deze afstand op de teller, toch de pitlane in te duiken. Het is ruim anderhalf uur later, het circuit loopt langzaam leeg. De pelotons zijn uitgeraasd.

Is het veilig? Zeker wel, je moet enkel opletten als een sneller peloton je komt voorbij zoeven, maar dat valt best mee. Is het sfeervol? Met de verlichting die ruimschoots volstaat maar zeker niet fel is, best wel. Met de rode achterlichtjes van de fietsers voor je, die zich als een lange sliert en aan hoge snelheid door de chicanes wringen als extra bakens. Is het voor herhaling vatbaar? Als je het ziet als een training en een mogelijk alternatief voor trainen op rollen: ja. Gewoon een beetje rustig rondrijden of het circuit van Zolder komen bekijken kan ook, maar dan ben je wel eerder de uitzondering. Voor de mensen uit de streek is het dus een leuke training. Als ze in Gent ook zo’n circuit voor fietsers zouden aanleggen, zou ik er geregeld te vinden zijn. Drie uur auto voor anderhalf uur trainen is echter een wat scheefgetrokken verhouding in mijn geval. Al moet je het toch een keertje gedaan hebben.

Oh ja, nuttig weetje als je er zelf heen gaat en je wil meten met de toppers: bij de Belgische profs met een Strava account imponeren jongens als Edward Theuns, Oliver Naesen en Victor Campenaerts met rondetijden van om en bij de 4’45”. En dat is heel erg “Wowow”. Mijn devies: “In het zadel en gas geven!”.

Gerelateerde artikels