Deel dit artikel:

Van flowtrails tot fondue: mountainbiken in Wallis

Zon op mijn helm, stof op mijn benen en een horizon die elke bocht spannender maakt dan de vorige. Mountainbiken in Wallis is geen sport, het is een belevenis – een fysieke, mentale én visuele achtbaan. Tussen knisperende alpenweides, bergtoppen, gletsjers en eeuwenoude bossen ontdek je een regio die gemaakt lijkt voor trails. En dit jaar stijgt de spanning nog wat extra: in september is Wallis het kloppende hart van het WK Mountainbike.

Valais – ruig, zonnig en 100% alpien

Wallis, of Valais in het Frans, ligt in het zuiden van Zwitserland en is een kanton van uitersten. Van de wijngaarden rond Sion tot de gletsjers van de Aletsch Arena, van elegante dorpen als Crans-Montana tot ruige valleitjes als het Val d’Anniviers – dit is een speeltuin voor natuurliefhebbers én mountainbikers. Wallis telt meer dan driehonderd zonnige dagen per jaar, heeft 45 bergtoppen boven de 4000 meter, en is verrassend goed ontsloten door openbaar vervoer – een extra plus voor wie fiets en trein wil combineren.

WK Mountainbike 2025

Dat de wereldtop van het mountainbiken Wallis heeft uitgekozen voor het WK van 2025 (www.valais2025.ch), is geen toeval. Hier is alles aanwezig: technisch uitdagende trails, bikeparks, infrastructuur en vooral… een passie voor het terrein. Voor het eerst worden alle acht mountainbike-disciplines in één regio gehouden, van 30 augustus tot 14 september. Dat maakt dit tot een historisch én logistiek indrukwekkend evenement. De organisatie zet bovendien sterk in op duurzaamheid en community. Tijdens deze trip pikken we er de voor ons meest belangrijke disciplines uit. Dat betekent dat we naar Crans Montana gaan waar de crosscountry-wedstrijden worden georganiseerd, we ontdekken het Val d’Anniviers, strijdtoneel voor de marathon en de Aletsch Arena, de plaats voor de enduro en de e-mtb-wedstrijden. De organisatie richt zich op toegankelijkheid, duurzame impact en langdurige promotie van regionale fietscultuur. Maar hey, laat ons ernstig wezen, we zoeken gewoon een excuus om hier te komen hiken. Want, geloof me, meer dan de moeite waard.

Wil je al helemaal in de sfeer van Wallis komen, bekijk dan zeker de YouTube-reeks die Kriss Kyle naar aanleiding van het WK maakte: https://www.youtube.com/@valais2025

Crans-Montana: een eerste kennismaking met het WK

Na aankomst in het bergresort Crans-Montana, check ik in bij Alaïa Lodge – een modern hostel met een uitgesproken sportieve sfeer. Surfers, snowboarders, bikers: iedereen komt hier samen. In de lobby hangen boards en bikeframes aan het plafond, en de bar serveert lokale bieren. ’s Avonds ontmoet ik Nancy Pelissier van het organisatiecomité van het WK. Ze vertelt hoe Crans-Montana het toneel wordt van het crosscountry en hoe verschillende regio’s – van Sion over Zermatt, Champéry tot het Val d’Annivers en Aletsch Arena – elk hun rol spelen in het kampioenschap. “Maar bovenal willen we dat locals en bezoekers de bergen beleven zoals wij: met respect én adrenaline,” zegt ze. Nancy is overigens de vriendin van Ludo May, een heerlijk vrolijke biker uit het tegenoverliggende Verbier, met wie ik ooit de trails in dat bergdorp ontdekte.

Nu, wie wel eens naar crosscountry-wedstrijden kijkt, weet dat het parkoers in Crans-Montana niet voor mietjes is: het is erg ruig, drops, rotsen, gaps, jumps… om hier wereldkampioen te worden, moet je alle kneepjes van het mountainbikevak meer dan zomaar een beetje onder de knie hebben.

Of we zin hebben in een beetje avontuur?

De volgende ochtend staan we vroeg klaar voor een rit met Julien Paganelli, oprichter en gids bij bikevs.ch, maar ook expert binnen de Swiss Cycling Guides, zeg maar de man die de Zwitserse fietsgidsen van de nodige opleiding voorziet. Ik ben hier met een klein groepje gelijkgestemde zielen met een voorliefde voor natuurlijke trails. Bikepark of puur voor mountainbike-gebruik aangelegde trails mogen wel, maar hebben geen prioriteit. Op het gezicht van Julien verschijnt een wel heel erg brede grijns. Of we zin hebben in een beetje avontuur. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. “We starten boven op de Cry d’Er, en dan zigzaggen we via singletrails, alpenweiden en bosstroken naar beneden. Je krijgt een goede indruk van de variatie hier.”

We stellen onze Scor-bikes af en na een klein oponthoud vanwege een platte batterij, kunnen we daadwerkelijk op pad.

Met de lift naar Cry d’Er gaat vlot, wat volgt is een onmogelijke klim doorheen enkeldiepe modder waarin we onze bikes naar de top van Bellalui duwen. Het kost wat moeite, maar het uitzicht maakt veel goed. Wie geluk heeft – en de lucht meezit – herkent de contouren van de ruige Weisshorn, de karakteristieke Matterhorn en de imponerende Zinalrothorn. Een groep berggeiten kijkt amper geïnteresseerd naar onze eerste meters op wat belooft een waanzinnige trail te worden.

Om de Col de l’Arpochey te bereiken, dalen we via een stalen ladder tussen twee bergflanken af, we dragen de fietsen, houden ons evenwicht aan stalen kabels en bereiken met Col du Pochet veilig het echte startpunt van de eerste trail van deze trip. Het heeft daags voordien flink geregend, we houden ons glijdend recht op een soort van ‘slip & slide’. Julien beheerst zijn fiets als geen ander en net wanneer ik erg behoudzaam de bocht instuur, komt hij me met een perfecte noseturn voorbij gedenderd. Ter hoogte van Cabane des Violettes duiken we richting La Signèse en via Les Barzettes en Clairmont komt Crans-Montana langzaam maar zeker terug in beeld. De lunch roept. Als dit een voorbode voor de rest van de dag mag worden, dan zijn we vertrokken voor een heerlijke portie trail-avontuur: prachtige zichten richting het Rhône-dal, technische stukken tussen lariksen, en flowtrails om bij te glimlachen. 

De namiddag belooft zo mogelijk nog pittiger te worden. We gaan van Crans-Montana helemaal tot Sierre afdalen, uiteraard via de mooist mogelijke en technische trails die Julien weet te vinden. We rijden door donkere dennenbossen, sommige stukken zijn simpelweg te steil om te fietsen. Het is een langgerekte adrenalinerush. Via Couvert de la Scie rijden we richting Lens. Daar hebben we zicht op het Statue du Christ-Roi, een tussendoel op onze afdaling waarvoor we eerst nog wel een pittig stukje moeten klimmen.

Het is nu niet dat wij zo diepgelovig zijn, maar de singletrack aan Christ-Roi zijn voeten is een pareltje waar geen einde aan lijkt te komen, een ruige, stoffige rotsstrook die m’n polsen doet branden van concentratie. Langs de bisses – kunstmatig aangelegde irrigatiekanaaltjes, een Walliser-specialiteit – rijden we Sierre binnen. Sierre zelf voelt plots weer warm en dorps aan, we spoelen stof en modder weg met een heerlijk fris biertje en checken in bij Hotel de la Poste, meer dan welkom na een dag van bijna 2500 hoogtemeters dalen.

Anniviers: de stille vallei

Vandaag gaat het omhoog – met bus, bike en lift – richting de Val d’Anniviers. Deze ietwat verborgen vallei van het Rhône-dal voelt afgelegen en wild, ondanks de nabijheid van Sierre. Gids van dienst is deze keer Salvatore Montana, je kan amper een betere naam verzinnen voor een bergliefhebber. De fietsen gaan aan de bus die ons snel en comfortabel via het charmante bergdorpje Vissoie naar Saint-Luc brengt. Want ook dat is een voordeel van Zwitserland: perfect georganiseerd openbaar vervoer waar je bike mee op kan. Een plaatsje reserveren voor de fiets is vaak wel aangewezen. Met de lift gaat het snel naar Tignousa. De klim die ons via Chalet Blanc de Rosa naar Hotel Weisshorn brengt gaat gestaag maar zonder al teveel grote moeilijkheden. Hadden we al gezegd dat de uitzichten alweer fantastisch zijn?

Trail tijd. De stijl is anders dan in Crans-Montana: steiler, technischer en met een ruiger karakter. De trail slingert langs oude houten huizen en glinsterende beekjes alvorens opnieuw een donker woud in te duiken. En wat meer is, in deze verlaten vallei komen we de hele dag geen enkele andere biker tegen. Salvatore is nogal behoedzaam wanneer het op trails delen aankomt: hij en een groep bikemakkers hebben al deze trails zelf aangelegd. Bloed, zweet en tranen, maar hij heeft liever dat ze een goed bewaard geheim blijven. Terug in Saint Luc is de voormiddagpret nog niet over: we dalen verder af via kleine, enkel door locals vindbare weggetjes naar Vissoie, waar de bus wacht. Die brengt ons naar de gondel in Zinal die ons op zijn beurt naar de lunch brengt. Espace Weisshorn is een een hypermodern bergrestaurant op 2330 meter. Tussen de gangen door blijft het uitzicht stil maken: een panorama van gletsjers, kammen en alpenweides. 

Het wordt vervelend om te schrijven, maar niet om te rijden. Ook na de lunch troont Salvatore ons mee over de mooiste, moeilijkste, meest uitdagende en simpelweg prachtigste trails in zijn tuin.  We spelen het spel met de bus: af en toe even extra gas geven om de bus te halen, fietsen op de bagagedrager en klaar voor een volgende afdaling. Op een van de trails rijden we door de rivierbedding van de Navisence, die een paar maanden geleden nog uit zijn oevers brak. De kracht van de natuur is overweldigend.

Silvano Zeiter

We nemen nog een laatste keer de bus naar Chandolin om langs Soussilon, de ruïnes van Chateau de Beauregard opnieuw Sierre binnen te duiken. We genieten na op een terrasje, pikken onze bagage op en met de trein gaat het richting Sagesch. In hotel Arkanum wacht diner en bed. Mijn kuiten protesteren zacht, maar mijn hoofd is helder van berglucht.

Aletsch Arena: biken tussen de gletsjers

Het regent. Met de trein gaat het vlot van Sagesch naar Mörel. Daar ontmoeten we David Kestens, uitgeweken Belg die ondertussen meer dan twintig jaar de Aletsch Arena, Unesco-werelderfgoed rond de grootste gletsjer van de Alpen, tot zijn thuis mag rekenen. “Wat je vandaag gaat zien,” zegt hij, “is niet zomaar een trail. Het is een belevenis met een hoofdletter B.” Hij zal overschot van gelijk krijgen. Met Dominique Stucki krijgen we een nieuwe mountainbikegids voorgeschoteld. Alsof het niveau van de gidsen de afgelopen dagen nog niet hoog genoeg was, doet Dominique er nog een schepje bovenop. Of wacht je anders van kilometers lang afdalen over een nat wegdek… op enkel je voorwiel?

Simon Ricklin

Op Riederalp is de zichtbaarheid behoorlijk beperkt. We besluiten dan ook – in afwachting van beter weer – een aantal lagergelegen trails in het bos te doen. Vergis je niet bij dat lagergelegen, ook hier zijn de singletrails alweer niet voor mietjes. We razen doorheen een donker woud, over indrukwekkend grote en veel te natte boomwortels, zoeken ons een weg tussen rotsblokken en duiken van de ene drop naar de andere jump. Een lekke band haalt de flow even uit onze afdaling. Versleten remblokjes dwingen ons naar de bikeshop van Dominique waar die snel en vakkundig vervangen worden. Met de lift gaan we opnieuw naar Riederalp.

Simon Ricklin

Het is nog te vroeg voor lunch en onder die lift ligt nu eenmaal nog een superleuke afdaling die we er vlug nog even bijnemen. In het dal vechten de kleine, maar sterke zwarte Herens-koeien voor de hiërarchie, een jaarlijkse traditie waarbij de koningen als leidster gekozen wordt. Die liften gaan echt supersnel en zo komt het dat we opnieuw via Moosfluh en de Blausee richting lunch in restaurant Chüestall bollen. Daar ontmoeten we David opnieuw, hij is niet zo van het brute afdaalgeweld en deed de hele klim met de fiets om samen met ons terug te lunchen.

Simon Ricklin

Voorzichtig komt de zon piepen. Het sein om richting gletsjer te gaan en van een spectaculair schouwspel te gaan genieten. De trail tussen Moosfluh en Bettmeralp is alweer eentje om in te kaderen. De bergwereld is hier immens. Op Bettmerhorn krijgen we opnieuw zicht op het gletsjerijs dat zich als een zilveren slang door de bergen slingert.

Simon Ricklin

De afdaling van Bettmerhorn helemaal tot Fiesch – gedeeltelijk via de Wurzenbord Flow Trail – haalt het allerlaatste greintje energie nu echt wel definitief uit mijn lichaam. Het is technisch, uitdagend, de hele trail ligt bezaaid met kriskras door elkaar gesmeten stenen.

Dat pintje in Fiesch smaakt heerlijk. Overnachten doen we in het gemoedelijke Hotel Alpenblick. Daar ontmoeten we David opnieuw, deze keer met een fonduepan in het midden van de tafel en een glas fendant voor onze neuzen. “Mountainbiken mag soms ook gewoon Bourgondisch zijn,” lacht hij. We blijven tenslotte toch Belgen, hé.

Snelle uitsmijter

Het is nog vroeg als we de lift naar het Fieschertal nemen, klaar voor onze laatste trail van deze trip. We klimmen een eindje richting Marjelä en dalen in – endurostijl – via scherpe en steile haarspeldbochten terug naar het hotel. De trail is kort, maar pittig. Ik neem afscheid van de bergen met een laatste afdaling – scherp, snel, intens. Mijn benen protesteren, maar mijn hart wil nog niet naar huis. Wallis heeft zich diep in m’n systeem gefietst.

Meer info? www.valais.ch | www.valais2025.ch | www.crans-montana.ch | www.aletscharena.ch | www.valdanniviers.ch/en/

Gerelateerde artikels