Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Tof toerke van 400 kilometer

Kurt Jacobs blogt over zijn avonturen in de Pajotse400.

In het begin van dit jaar mocht het nog een klein wonder heten dat de Pajotse400 zou plaatsvinden, want door omstandigheden wilden de organisatoren er de stekker uittrekken. Maar een paar enthousiaste ex-deelnemers zetten hun schouders onder deze unieke toertocht en zo konden vrijdagavond 17 juni omstreeks 22u een 70-tal stoere beren toch aan hun calvarietocht van 400 km door het Pajottenland beginnen.

pajotse-2.jpg

Veel zwaailichten en veel bekijks

Ik reed vorig jaar de laatste van 4 lussen van 100 km om ‘stervende zwaan’ Ruben Dieudonné wat moed in te spreken, maar dit jaar waagde ik me aan de ‘full distance’: 4 lussen van 100 km met telkens een korte stop na 50 km en een uitgebreide bevoorrading na 100 km aan de wielerpiste van Affligem.

We startten in 2 pelotons, een snel (25 km/u) en een nog iets sneller peloton (28 km/u), de eerste 200 km zouden we onder professionele begeleiding van motards, volgwagens en een ambulance rijden. Ik was toch wat verbaasd over het aantal snelle rakkers in het gezelschap: haast drie kwart van het deelnemersveld koos voor de snellere groep (28 km/u), wisten die wel waar ze zouden aan beginnen? Soit, ik kon me perfect verzoenen met een lager gemiddelde, uitrijden was de boodschap. We startten uiteindelijk met een 16-tal toffe peren in peloton 2. En avant marche…

2 volgwagens, een ambulance en 3 motards, dat zorgde voor veel zwaailichten en veel bekijks, we waren best onder de indruk van al dat koersvertoon. Maar ‘s nachts mag je toch niet al te veel risico’s nemen, het gaf ook wel een kick om als een echt koerspeloton over de Vlaamse wegen te sjezen. Wonder boven wonder startten we met droog weer, er zou trouwens de hele nacht geen druppel uit de hemel vallen. De buienradar voorspelde nochtans een paar pittige buien incluis onweer voor vrijdagavond, maar de regenjasjes bleven dus mooi in de achterzak.

Fietsgekke Begijn Le Bleu: oppepper van dienst

Begijn Le Bleu, fietsgekke comedian en vooral bekend van het programma ‘Foute Vrienden’ is ambassadeur van de Pajotse400. Aanvankelijk was hij van plan om zelf een groot stuk van de Pajotse400 mee te rijden, maar rugproblemen beslisten er anders over. Maar Begijn was wel op de afspraak: net voor de start deed hij wat interviews en pepte hij ons op, nadien posteerde hij zich de hele nacht (!) in 1 van de volgwagens om ons onderweg en tijdens de bevoorradingen moed in te praten. Ook na de nachtlussen was Begijn nog op de afspraak, kortom: een echte ambassadeur.

pajotse-1.jpg

Meteen spektakel op de Pajotse kasseistroken en de Putberg

De eerste 12 km kregen we 7 km kasseien onder de wielen geschoven, wakker blijven was dus geen probleem. De spieren werden lekker los gemasseerd en voor we het goed en wel beseften, stonden we aan de voet van de Putberg in Asse. Voor de kenners van het Pajottenland: de Putberg is een stukje venijn met hele slechte kasseien, al goed dat het donker was en we de staat van het wegdek niet al te grondig konden inspecteren. In het eerste peloton zorgde de Putberg voor 3 lekke banden, in peloton 2 was er een valpartij.

Nadien leverde de eerste lus niet veel noemenswaardige problemen (meer) op. Een korte tussenstop in Zemst en een eerste grote bevoorrading met soep en boterhammen in Affligem. Alles lekker onder controle.

Magische ochtendstond op de Muur van Geraardsbergen

Terwijl de eerste lus relatief weinig hellingen telde – er was wel de Putberg en er waren veel lange kasseistroken – ging het bij de tweede lus al veel meer op en af. We bevonden ons in de buurt van Brakel en dan weet je dat er geklommen moet worden. De eerste echte beklimmingen waren de Berendries, de Fayte en Ten Bosse. Op zich allemaal goed te doen, maar als het donker is moet je toch altijd wat meer uit je doppen kijken. Eigenaardig wel, ik vond het zelfs makkelijker klimmen bij nacht dan bij alle vorige passages die ik hier overdag al deed. Er moesten ondertussen ook al wat wielen verwisseld worden, het grillige wegdek in de Vlaamse Ardennen had al wat “leeglopers” opgeleverd. Maar met zo’n professionele volgwagen in je kielzog is zo’n reservewiel in een wip veranderd, we verloren er amper tijd en konden vrij snel richting Geraardsbergen trekken.

De mooiste beklimmingen in lus 2 werden duidelijk voor het laatste gespaard. Na een bevoorrading bij de Concept Store van S-Bikes in Geraardsbergen beklommen we achtereenvolgens De Muur en de Bosberg. De beklimming van de Muur deden we vanuit de Abdijstraat, een pittige start was dat. De kasseien lagen er ook heel vettig bij, Sven van de Concept Store had ons daar al voor gewaarschuwd. “Ga zeker niet op de pedalen staan, want uw achterwiel gaat constant wegzwiepen…” zei hij nog toen we afscheid namen. De meesten geraakten met veel getrek, gekraak en gesleur zonder afstappen boven, een paar anderen stonden “parcheggio” op het steilste stuk aan het bankje. Daar was het ook echt spekglak. Magisch moment wel, zo’n beklimming van De Muur bij het ochtendgloren als de eerste vogeltjes beginnen fluiten. Nadien volgde nog de Bosberg. Die leverde weinig problemen op.  Ik perste er zelfs nog een paar demarrages uit om als eerste boven te komen, maar een andere deelnemer was alert (en beter) en stoof als eerste over de top. Los daarvan: lus 2 was er eentje om in te kaderen.

pajotse-3.jpg

Spaghetti als ontbijt, de Bruine Put als dessert

Voor lus 3 (en 4) trokken we het Pajottenland in (aja, de Pajotse400 hè), lus 3 ging richting Zennevallei met een mooie passage rond en in het Hallerbos. We beklommen de Bruine Put langs de steilste kant, de kilometers begonnen door te wegen. Je zag dat in kleine dingen: het tempo lag lager, er werd minder gepraat. De aflossingsbeurten werden ook korter, er haakten meer renners bij elkaar in om even uit de wind te zitten. Kortom: de slijtageslag begon zich echt te manifesteren vanaf lus 3.

Toen we bijna terug in Affligem arriveerden, begon het ook hard te regenen en we moesten nog een lange kasseistrook (afdaling!) richting wielerpiste inzetten. Er werd veel gevloekt en gesakkerd. “Ik stuur een mail naar de organisatie als ik thuis ben,” hoorde ik iemand roepen. “Onverantwoord om ons bij dit hondenweer over zo’n slechte kasseistrook te sturen”, vervolledigde iemand anders. De beloning was dus welkom: de derde bevoorrading was er eentje met pistolets, choco, croissants en koffie. Een ploeg van Ring-TV was ondertussen op de startlocatie gearriveerd om een reportage in te blikken. Veel tijd om te jammeren was er dus niet. Mooiste glimlach boven halen en doen alsof je nog fris en monter de vierde lus zal aanvatten. Uhuh…

Stervende zwanen in de vierde lus

Lus 4 beloofde nog een heuse calvarietocht te worden. De wind stak nog harder op – of we hadden gewoon meer tegenwind, dat kan ook – en er lagen nog een paar pittige hellingen op ons te wachten. De Congoberg via de kasseien bijvoorbeeld. En nog maar eens een beklimming van de Bosberg, langs een andere kant deze keer. Ik had me ondertussen in een pelotonnetje met 6 anderen genesteld, ons tempo was redelijk gelijklopend en niet meer spetterend hoog, ik hoopte met deze mannen de laatste 100 km uit te rijden. In Bever hadden we na 350 km nog een bevoorrading in de sporthal. We aten wine gums, dronken cola en luisterden via de radio naar de start van de wedstrijd van de Rode Duivels tegen Ierland. Via Bever, Herne, Pepingen en Gooik sukkelden we dan verder richting Affligem. Opgeven gingen we niet meer doen, maar het vet was echt van de soep.

Omstreeks 17u30 arriveerden we aan de wielerpiste van Affligem. Veel supporters waren er toen niet meer, de deelnemers van het snelste peloton waren toen al een uur of zelfs langer gearriveerd, achter ons moesten er nog een tiental deelnemers arriveren. Starten deden we in de massa, arriveren deden we redelijk alleen. Maar de voldoening was immens, je had er zelfs een traan voor kunnen laten. We reden nog 2 rondjes op de wielerpiste en sukkelden van onze fiets. Volgens Strava was ik bijna 20u met de fiets onderweg en had ik meer dan 7.000 calorieën verbruikt. Ik reed uiteindelijk 399 km (!), maar had geen moed meer om er nog 4 of 5 rondjes op de piste bij te doen om de volle 400 km op de teller te krijgen. Mission accomplished wat mij betreft.

Ik dronk nog 2 blonde Affligems en at een groot pak frieten met een bicky burger en een viandel. En dan ging ik slapen, want dat was toch ook alweer even geleden.