Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

‘Motordoping’ splijt wielerwereld

UCI controleert fietsen op aanwezigheid van eventuele motortjes.

Sinds Femke van den Driessche op het wereldkampioenschap veldrijden is betrapt met een motortje in de fiets is de wielersport in de ban van ‘mechanische doping’. Tour de France-directeur Christian Prudhomme stelt dat de internationale wielrenunie UCI het probleem met motortjes eerst moet oplossen, alvorens de ASO er ook maar over nadenkt om haar koersen terug op de WorldTour-kalender te zetten.

ASO maakte in december bekend dat het al haar zeven wedstrijden uit de WorldTour haalt voor 2017, omdat aangekondigde hervormingen in de wielersport niet snel genoeg zouden gaan. “Meer controles op motortjes, daar gaat het nu om”, zegt Prudhomme tegenover Cycling Weekly. “Als dat probleem niet wordt opgelost, wat heeft het dan voor zin om over iets anders te spreken? Systematische controles op eventuele motortjes in fietsen moeten prioriteit krijgen.” 

Vrijdag hield de internationale wielerunie een grootscheepse controle voorafgaand aan de tweede etappe van de Ronde van de Middellandse Zee (gewonnen door Arnaud Démare). Maar liefst negentig fietsen werden met tablets voorzien van röntgensoftware gecontroleerd op eventueel gesjoemel met motortjes. De UCI meldde al snel in een persbericht dat niets vreemds werd gevonden.

De wielerunie voegde eraan toe dat mechanische doping topprioriteit heeft. Steekproefsgewijs voert de UCI dit jaar in alle takken van de wielersport controles uit. Weten hoe zo’n controle eruit ziet? Bekijk dan onderstaande Instagram-video van voormalig prof Claudio Cucinotta (nu coach bij Bardiani-CSF). Daarop is te zien hoe een official van de UCI de fiets van Simone Sterbini controleert. De official lijkt vooral andacht te hebben voor de zadelpen en de wielen. 

Controlli @uci_cycling per verifica presenza #motorini in telai e ruote @bardiani_csf #greenteam #rideclean

Een video die is geplaatst door Claudio Cucinotta (@claudio.cucinotta82) op 12 Feb 2016 om 7:12 PST