Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Milaan-Sanremo

Milaan-Sanremo is misschien wel de meest onaangeroerde van alle wielerklassiekers. Aan het parcours van La Classicisima werd sedert de eerste editie in 1907 nauwelijks geraakt. Kan ook moeilijk anders gezien de afstand tussen start- en aankomstplaats, tussen grootstad Milaan en het mondaine kuststadje Sanremo: veel frivoliteiten konden en kunnen de parcoursbouwers zich niet veroorloven. Koersen van Milaan naar Sanremo is eindeloos wachten, krachten sparen en duiken naar de azuurblauwe zee, de lente tegemoet. Het is fietsen langs de Rivièra, ontploffen op de 'capi' en het resterende buskruit in de benen aanspreken in een zinderende finale waarin de zenuwen danig op de proef worden gesteld.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen – en geloof me, dat is met pijn in het hart – dat Milaan-Sanremo wat van zijn glans is verloren. Vergane glorie, zeggen sommigen. Al gaat dat wat te ver en is nuance vereist. Milaan-Sanremo voelt zeker groots en mythisch aan wanneer je halfweg maart voor de buis zit en tuurt naar een peloton dat zich in een lange stoet langs de Ligurische kust kronkelt. Het is echter zo dat La Milano-Sanremo minder groots is en van zijn pluimen verliest wanneer je het parcours zelf fietst. En dat heeft te maken met een aantal factoren: de teloorgang van de Bloemenrivièra – waar zijn de bloemen? – en het drukke verkeer zijn allicht de twee belangrijkste. De grandeur van weleer heeft Milaan-Sanremo ook niet meer. Het blijft pijnlijk om te zeggen, zeker voor een italofiel-tot-in-de-kist als mezelf. De finish is sinds 2008 bijvoorbeeld niet langer op de Via Roma (toch dé aankomstplaats sedert 1949, nvdr.), waar Eddy Merckx maar liefst zeven keer de armen de lucht in wierp. En de winnaars zijn hoegenaamd en al lang niet meer van het kaliber van Merckx. De jongste decennia werd het koersverloop van Milaan-Sanremo zelden begeesterd door onverwachte uithalen of grootse exploten van de beste renners ter wereld. De ronderenners blijven er doorgaans weg wegens ‘te gevaarlijk’ en het zijn gespierde sprinters met inhoud die de toon zetten. Gevolg? Voorspelbaarheid en saaiheid troef in een klassieker die – dat zeggen de beste renners – “moeilijk te lezen en te winnen is”. Sommigen hebben zich de voorbije jaren zelfs openlijk afgevraagd of deze klassieker nog een plaats heeft in het moderne wielrennen. Dat laatste is misschien overdreven. Nee, dat laatste IS overdreven. Dat soort pessimisme mag gecounterd worden want Milaan-Sanremo blijft … tja … Milaan-Sanremo. Een wielermonument met flink wat historiek. En eigenlijk is het véél meer dan dat. Milaan-Sanremo: dat is het buikgevoel. Het prettige gevoel dat zegt: er is een nieuwe lente, er is een nieuw geluid, het is weer koers!

Partenza: Milano

In de geschiedenis van Milaan-Sanremo wijzigde de startplaats in Milaan af en toe. Uiteraard werd al gestart in de schaduw van de Duomo. Maar de jongste jaren wordt la partenza gegeven aan het Parco Sempione, in de schaduw van het Castella Sforzesco, in het hart van Milaan. Ik zie het 15de-eewse kasteel van Francesco Forza, de toenmalige hertog van Milaan, liggen wanneer ik aan de vredesboog (Arco della Pace, nvdr.) aan de andere kant van het park in de pedalen klik. Hoe zalig moet het zijn voor wielrenners in vorm om op een dag als deze, met een prettig zonnetje, de lente in te fietsen. Maar … op je eentje met de fiets door Milaan cruisen: dat zou ik niet aanraden. Wil je Milaan-Sanremo fietsen, neem dan deel aan de jaarlijkse granfondo die je veilig uit Milaan gidst en dit tot de badplaats aan de Rivièra. Milaan is un casino, een chaos, een wespennest! Eens uit de stad, trek je Lombardije en de Po-vlakte in. Het gaat via Pavia en Voghera zo naar Tortona en Novi Ligure. Een andere stad, Alessandria, laat Milaan-Sanremo rechts liggen. Jammer want ik had graag de legendarische hoedenmaker Borsalino een bezoekje gebracht.

Campionissimi

Tortona en Novi Ligure zijn onlosmakelijk verbonden aan enkele campionissimi uit het Italiaanse wielrennen. In het ziekenhuis van Tortona blies Fausto Coppi zijn laatste adem uit in de vroege ochtend van 2 januari 1960. Ook Novi Ligure is gelinkt aan Coppi. Geboren in het kleine dorpje Castellania, op een steenworp ervandaan, zocht de jonge Coppi werk in de ‘grote’ stad want het labeur op het land was niet aan hem besteed. In Novi Ligure vond hij werk bij een slager, die hem op een loodzware fiets bestellingen aan huis liet doen. Hier ontdekte de spichtige Fausto dat hij voorbestemd was om te fietsen. Het was Constante Girardengo, een andere Italiaanse wielerkampioen die geboren en getogen was in Novi Ligure, die een ietwat bedenkelijke rol speelde in de ontwikkeling van Coppi als renner. Maar dat is een ander verhaal. Girardengo zelf won maar liefst zes keer Milaan-Sanremo, Coppi slechts drie keer. Geen wonder dat beide heren in de galerij der groten belandden. In 1976 werd ene Eddy Merckx dankzij een zevende overwinning alleenrecordhouder in de Primavera. Eigenlijk had hij dat jaar op gelijke hoogte moeten komen van Girardengo aangezien die, ondanks winst, in 1915 uit de uitslag werd geschrapt. Volgens de wedstrijdjury zou hij toen niet het officiële parcours hebben gevolgd. Hoe dan ook: Merckx is en blijft Merckx recordhouder. Zo hoort het ook. In Novi Ligure, dat merk ik aan de pijltjes die ik voorbij fiets, ligt ook het Museo dei Campionissimi, voornamelijk een eerbetoon aan Girardengo en Coppi. Al kan je er ook heel wat andere spullen van (recentere) wielerkampioenen bekijken.


DNA

Parijs-Roubaix heeft zijn bonkige en haast onmogelijke kasseien; de Ronde van Vlaanderen zijn pittige, korte kasseihellingen; de Amstel Gold Race zijn nerveuze gedraai en gekeer. En wat maakt van Milaan-Sanremo nu eigenlijk Milaan-Sanremo? De fikse afstand natuurlijk: zo’n driehonderd kilometer – dat zijn véél uren op de fiets, zeker als je als recreant de afstand wil overbruggen. Maar het DNA van Milaan-Sanremo is toch vooral de Ligurische kustlijn, in een romantische opwelling de Bloemenrivièra genoemd. Eens voorbij de Passo del Turchino doemt de Middellandse Zee op en rij je haast een andere wereld binnen. Dààr begint de koers! De Turchino is een vaste waarde in Milaan-Sanremo, al van bij de eerste editie in 1907. Slechts drie keer (in 2001, 2002 en 2013) was de Turchino er niet bij. In alle andere edities schieten de fotografen duchtig plaatjes van de eerste renner(s) die door de smalle tunnel van de Turchino rijdt/rijden. Tegenwoordig is er niet veel meer aan, aan deze strada statale 456 die de gemeentes Masone en Mele met elkaar verbindt. Met een top die 588 meter boven de zee uitsteekt, is de Turchino de hoogste helling van Milaan-Sanremo maar in de ‘moderne’ edities van de Primavera speelt de klim geen rol van betekenis meer. Dat was ooit anders. Toen ‘Leeuw van Vlaanderen’ Cyriel Van Hauwaert er in 1908 versnelde en als eerste de top overschreed, werd hij later die dag ook winnaar van die Milaan-Sanremo. De laatste die demarreerde op de Turchino en soleerde tot Sanremo was Fausto Coppi in 1946. Een straffe stoot want Coppi hield toen maar liefst 14 minuten over op de nummer twee.

Rivièra

Il Mare, daar rij je heen als je je van de top van de Turchino stort. Beneden laat je Genua links liggen, je slaat rechtsaf en neemt de Via Aurelia die je naar Sanremo moet brengen. Vanaf nu volg je de kustlijn en blijft de zee links van je. Hier vind je vooral mediterrane vegetatie en zelfs palmbomen. Ondanks het vaak adembenemende decor, kan je bezwaarlijk beweren dat het aangenaam fietsen is langs de Ligurische kust. Combineer het drukke verkeer, de opvliegendheid van de Italianen en de relatief smalle wegen en je krijgt niet meteen een fietsparadijs voor de wielen geschoven. In de koers moddert Milaan-Sanremo hier nog wat aan. Het gaat pas echt om de knikkers wanneer de capi zich aandienen. Met achtereenvolgens de Capo Mele, Capo Cervo en Capo Berta wordt het tot nog toe vrij eentonige kilometers vreten abrupt onderbroken: er moet nu geklommen worden. Vooral het laatste heuveltje in deze triptiek van bergjes, de Capo Berta, is van belang. Niet alleen omdat het de steilste beklimming van de drie is maar vooral ook voor wat dan volgt: de engte van Imperia. Op de Capo Berta staat een monumentje ter ere van de winnaars van Milaan-Sanremo en in het bijzonder van Coppi, Girardengo en Bartali. Over de eerste twee hadden we het al. Gino Bartali won vier keer in Sanremo en deed daarmee beter dan zijn aartsrivaal Coppi. De tifosi eren hun kampioenen dus, al werden de hoofden – die zien er overigens wat gekunsteld uit – van het illustere trio al meermaals gejat.

Zenuwenkoers

Voorbij de top van de Capo Berta gaat het in razende vaart richting Imperia. Het is nog 35 km fietsen tot Sanremo en er wacht de geijkte finale met het tweeluik Cipressa en Poggio. Milaan-Sanremo is nu officieel een zenuwenkoers. “Het is als een aanzwellend crescendo”, vergeleek ex-winnaar Mark Cavendish de Primavera ooit met een opera. Cav wist de ziel van deze klassieker als geen ander te vatten in deze treffende metafoor. De spanning stijgt en de nervositeit doet evenredig mee. Voor de renners voelt elk manoeuvre in het peloton nu aan als een heuse massasprint. In Imperia trekt het peloton zich op een lang lint. Als een gladde paling schiet de sliert renners vooruit. Dit is geen straat meer, dit is een steegje. Ik kan er vandaag niet zomaar door knallen. Ik moet inhouden, te veel verkeer. De engte is best wel eng. Ik kom op een pleintje en fiets langs de fontein. Hier moet al menig wielrenner in zijn beland. Op naar de volgende klim, de Cipressa. Die kleurt sedert 1982 de finale. Met de Cipressa is het moment van de waarheid aangebroken voor de snelsten van het pak. Overleven de sprinters deze scherprechter, dan spelen ze straks in de diepe finale een rol van betekenis. Doen ze dat niet, dan hebben de ‘punchers’ uit het peloton de beste kaarten. De Cipressa is een moeilijk in te schatten klim. Het loopt bij het opdraaien onmiddellijk steil omhoog, daarna vlakt het enigszins af, om meteen daarop weer de klimmers een springplankje voor te schotelen. Het is alles geven tot de top, tot het dorpje met dezelfde naam, Cipressa. Daar zwier ik me door een smal steegje, langs de kerk. Ik denk al vooruit, ik denk aan de afdaling die eraan zit te komen. Een tricky afdaling waar enkele (ex-)renners slechte herinneringen aan hebben. Jan Raas bijvoorbeeld die in 1982 in het ravijn en de olijfbomen belandde. Die crash betekende zowat einde carrière voor de Nederlandse wielerkampioen. Ik ga de Raas-bocht behoedzaam in en weer uit. Oef. Ik tuur even naar de olijfbomen. Zou Raas’ bril er nog liggen? Milaan-Sanremo is een gevaarlijke wedstrijd, zoveel is zeker. Nog een andere superkampioen, het Italiaanse wielericoon Alfredo Binda, kwam in 1936 zwaar te val in de Sint-Jozefsklassieker (zo werd Milaan-Sanremo vroeger ook wel genoemd omdat de wedstrijd steevast op 19 maart, de feestdag van Sint Jozef, werd gereden, nvdr.), liep een beenbreuk op en moest het wielrennen definitief ciao zeggen.

Het bergje van twee keer niks

De Poggio (betekent zo veel of zo weinig als helling, nvdr.) di Sanremo is een lachertje als je ‘m, ook als wielertoerist, op fietst. Maar niet na meer dan 270 km natuurlijk. Dan neemt zelfs dit bergje ‘van twee keer niks’ (het steilste stuk haalt nog geen 5%, nvdr.) de allures en proporties aan van een colletje. Althans voor hen met slechte benen. Wie zich super voelt, gebruikt de Poggio als trampoline. En dan meestal in het laatste, wat vlakkere deel van de klim. Daar is het net iets minder steil en fietsen de sterkeren weg, op een grotere versnelling. Zit de koers vast, dan wordt hier Milaan-Sanremo eindelijk opengebroken. Eindelijk. Het woord is hier aan de punchers, aan zij die nog buskruit in de kuiten hebben. De beklimming van de Poggio is sneller voorbij dan je denkt. Maar … de afdaling is zo mogelijk nog belangrijker. Sanremo ligt ginds. Ik kijk richting kust. Daar. De zakkende zon verlicht nog net de haven. De afdaling is smal. Enkele keren moet ik vol in de remmen om dan opnieuw hard te trekken aan en te duwen op de pedalen. Het doet pijn. De kilometers tikken aan, de benen verzuren. Sanremo ligt nu voor het grijpen. Eens beneden wacht nog één lange weg, rechttoe rechtaan. Finish is op Lungomare, op de zeedijk. Jammer want de Via Roma had natuurlijk wel wat. Ik kies voor nostalgie en volg de oude route. Aan de bekende fontein van Sanremo merk ik dat ik niet door de Via Roma mag. Eenrichtingsverkeer. Ik vind het jammer. Maar ik ben te moe om mijn ontgoocheling te laten blijken. Al die uren in het zadel hebben hun tol geëist. Milaan-Sanremo is geen lachertje, zeker niet als je in je eentje de route hebt gefietst. Ik ben op. Maar ik ben voldaan. De lente is in het land. Ik voel het.


– FLASHBACK –

1946: Coppi soleert 147 km
Eén van de grootste exploten van Fausto Coppi moet Milaan-Sanremo 1946 zijn geweest. Al van bij aanvang van de wedstrijd koerste hij mee voorin. Hij was de motor van de vroege vlucht met vijf, waarvan alleen hij en Lucien Teisseire overbleven. Op de Turchino liet Coppi de Fransman achter om uiteindelijk, na een solo van 147 km, alleen aan te komen in Sanremo. ‘Arriva Coppi!’, scandeerde het publiek. Het commentaar van een radioverslaggever sloeg werkelijk alles: “De volgorde van de aankomst is: eerste Fausto Coppi… en in afwachting van de andere renners laten we dansmuziek horen.” Teisseire was tweede op veertien minuten, Bartali vierde op meer dan achttien minuten. Milaan-Sanremo 1946 was meer dan een overwinning, Coppi had een statement gemaakt.

1976: de zevende van Merckx
Hoe kan je over Milaan-Sanremo praten zonder Eddy Merckx te vermelden? Als Merckx in één koers zijn bijnaam ‘De Kannibaal’ alle eer aandeed, dan was het wel in Milaan-Sanremo. Merckx won de Primavera maar liefst zeven keer, uiteraard een record. Merckx was al in de nadagen van zijn loopbaan toen hij in 1976 toch nog de panache van een neoprof toonde en vlak voor de Poggio voor de aanval koos. In de achtervolgende groep heerste vooral twijfel. Alleen de piepjonge Jean-Luc Vandenbroucke waagde de sprong naar de meester. Met z’n tweeën draaiden ze de Via Roma op, met Merckx steevast in tweede positie en de situatie beheersend. In de laatste driehonderd meter spurtte Merckx zijn jonge landgenoot voorbij en won zijn zevende en laatste Milaan-Sanremo, meteen ook zijn laatste grote overwinning. “Ongelofelijk Eddy!”, scandeerde tv-commentator Fred De Bruyne.

2009: Cav wint millimeterduel
In de winter van 2008-2009 had Mark Cavendish zijn zinnen gezet op Milaan-Sanremo. In de weken voor de wedstrijd, had hij de finale meermaals verkend, al dan niet met oud-winnaar Erik Zabel, toen raadgever bij Cavendish’ ploeg HTC-Highroad, aan zijn zijde. Cav deed wat hij zich had vooropgesteld: de klimmetjes overleven en meesprinten voor de zege. Al was er wel ene Heinrich Haussler die bijna roet in het eten gooide door al op vijfhonderd meter van de streep als een raket vooruit te schieten. Cavendish twijfelde geen seconde en reed allicht de langste spurt uit zijn loopbaan. Diep over zijn stuur gebogen, dichtte hij de kloof op Haussler, zocht hij nog even diens slipstream op, maakte hij een ultieme kattensprong en won hij met enkele millimeters van de ontredderde Duitser.

2013: waar is de lente?
Geen grootse winnaar in 2013: de Duitse beer Gerald Ciolek was aan het feest in Sanremo en dit na een ware struggle for life waarbij vooral de weergoden de ‘lenteklassieker’ danig in de war hadden gestuurd en een deel van de deelnemers (inclusief Tom Boonen) de remmen had doen dichtknijpen. De 104de editie van de Primavera suggereerde niet het minste lentegevoel maar werd door de sneeuw, de regen en de vrieskou een slijtageslag en survival of the fittest. Het was uiteindelijk Ciolek die deze ingekorte Milaan-Sanremo op zijn naam schreef.

Gerelateerde artikels