Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Kermiskoersmuziek

Nog iets wat mijn wielerpetje te boven gaat: waarom wordt op televisie, bij sfeerreportages over coureurs, altijd loeiharde hardrock of hyperkinetische funk gedraaid? Terwijl je live, op de koersen zelf, steevast wordt getrakteerd op hoempapa en andere smartlapperij? Kan mij daar iemand een serieus en bij voorkeur wetenschappelijk onderbouwd antwoord op geven? Is daar overigens al eens onderzoek rond gedaan? Rond koers en muziek. Want geloof me, het genre bestaat wel degelijk. Koersmuziek! Want waar elders dan op een wielerwedstrijd hoor je de muziek die weerklinkt als op een wielerwedstrijd?

Begeef u naar het werkveld en u zult horen en zien. Bij het totaalpakket dat bestaat uit een goede plek langs het parcours, worstenkramen en biertenten, de cultuur van het reikhalzend uitkijken naar de renners, hoort het lichte lied. Het weergalmt op zo’n koers per definitie uit een slecht afgestelde, krakende en piepende geluidsversterking – uit tulpen die op betonnen stelen zijn gemonteerd – en deint uit over straten en pleinen, terrassen en rijen nadar.

Let wel, u hoort mij hier allerminst een denigrerend toontje aanslaan. Wel integendeel. Het is zelfs een onnavolgbare belevenis om in pakweg Zoerle-Parwijs of Rukkelingen-Loon poëtische ballades te horen als ‘Mandolines zingen zacht in Nicosia’ of ‘Bella Napoli’ (gevolgd door de beklijvende versregel “elke keer ben ik weer blij als ik je zie”). Klassieker in het genre is het verrukkelijke ‘Monia’, met het onsterfelijke refrein “Mo-ho-nia-ha-ha-a-a, Mo – ho-niaaaaaaa.”

Het laten uitgalmen der schoonste melodieën dient weliswaar als intermezzo, edoch geldt tegelijk als volwaardig onderdeel van het spektakel. Na het gejoel en het lawaai dat hoort bij de aankondiging van een peloton, na de toejuichingen en het applaus bij de doortocht, na het deskundige commentaar van de man aan de micro, is een juiste keuze uit de liederenkrans op zijn plaats. Op zo’n momenten wil het publiek niet tussen de hekken gejaagd worden door nerveuze beats en scheurende gitaren, hoopt de tooghangende toeschouwer zich niet te verslikken in het diep filosofisch geblaat van een singer-songwriter, mag de seingever niet overvallen worden met het Opus 32 Symphony nr.3 in C major van Nikolai Andreevich Rimsky-Korsakov. Neen. Laat hen allen in hun biotoop van zoetgevooisde gezangen en zoevende wielen.

Hoe dan ook: over de gevolgen van catchy toptienhits op het  wielervolk, over het smartlappengevoel dat een mens overvalt bij het aanschouwen van een peloton, over het ‘goe bezig’-zijn van een blatende kudde Planckaerts, over het kalmerend effect van André Hazes op een uitzinnige supportersklik…? Neen, nooit halen de resultaten van zo’n grondige studie de krantenkolommen. Kortom, er is werk aan de winkel, heren gewone en buitengewone hoogleraars, doctors in de sociologie en de antropologie, psychologen van het doortastende type.

Hebt u bijvoorbeeld al eens gemeten, geachte wetenschappers, hoe groot de manisch-depressieve gevolgen kunnen zijn voor de kranige tachtiger die zich, getooid met een koerspetje ‘Supporter Rik Van Looy’, aan een kraam over een rij gedroogde wijtingen buigt, net op het moment dat de Limburgse nachtegaal Dana Winner haar ‘Oude man en de zee’ uit de geluidsinstallatie laat weerklinken? En wat is de maatschappelijke relevantie in de nieuwste trend van refreinen als “Al wie da’ nie springt is homofiel” en “Weet je wat ik wil, een opblaaskrokodil, om in de zee te drijven, tussen de lekkere wijven!” – tegenwoordig te horen op alle cyclocrossen en kermiskoersen, in een gebied dat zich strekt van Hamont-Achel tot Hollebeke.

Welaan dan, hooggeleerden, musicologen en pedagogen! Waar wacht u nog op? Daal neder van uwer tronen. Stort u op een diepgravende wetenschappelijke studie omtrent dit onderwerp. Begeef u tussen het wielervolk. Observeer, noteer en concludeer!

(Patrick Cornillie, Grinta! 15, 2009)

Gerelateerde artikels