Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Grinta! Ride ‘Rondom Zeeland’: het nat verslag

Lang voor er van ‘Grattitude’ sprake was, kwelde Ingeborg de wereld met de single ‘Door de wind, door de regen’. Omwille van de wind en de regen werd de Grinta! Ride ‘Rondom Zeeland’ een even epische onderneming als het lied van Ingeborg helemaal uit luisteren…

We rijden op een vrijliggend fietspad, de zee zoals steeds vlakbij. Door de druppels heen zie ik dat mijn Garmin al drie cijfers nodig heeft om de afgelegde afstand weer te geven. Johnny Hoogerland, kind van de streek, heeft me daarnet toevertrouwd dat ons veertig kilometer tegenwind te wachten staat. Een halve minuut geleden zijn de Zeeuwse hemelsluizen opengezet. Mijn blik kruist die van mijn toevallige buurman in het dertigkoppige peloton en allebei kunnen we een misschien net te uitbundige lach niet onderdrukken. Er wordt gelachen, want we beseffen het alletwee: deze plensbui was het enige dat nog ontbrak om deze tocht het label ‘episch’ te kunnen meegeven. Zo eentje waarvan je later spreekt in termen van ‘Weet je nog, die keer in Zeeland met Grinta!’?

’s Morgens, in de wagen op weg naar Yerseke, zijn de eerste signalen nochtans niet van een vochtige aard. Ik rij richting Noorden als een bord aan de rechterkant van de weg me verwelkomt in Zeeland, met op de achtergrond de hemel die -een beetje symbolisch- oranje kleurt. Ook in Nederland heeft men wegenwerken, leer ik even later. Het bordje ‘Bedankt voor uw begrip’ maakt echter veel goed. Dat ik netjes op tijd vertrokken ben, helpt ook wel. Een kwartiertje na achten bereik ik Yerseke en De Viskêête. Geen idee hoe je dat juist uitspreekt, maar je moet niet gestudeerd hebben om te weten waarin ze gespecialiseerd zijn. Zonder het goed te beseffen zit ik aan een tafeltje naast Johnny Hoogerland. Bij de voormalige Nederlandse kampioen die ooit eens de prikkeldraad werd ingereden in de Tour, probeer ik te achterhalen wat dat nu juist is, die Zeeuwse Bolus die we straks bij de koffie geserveerd zullen krijgen. “Een drol. Dat zie je zo wel”, is het antwoord kort en voor brainstormen vatbaar. Zeeuwse Drolus? Veel wordt echter duidelijk als het streekproduct me wordt voorgeschoteld. Het ziet er minstens een klein beetje naar uit dat het ingaande en uitgaande proces gelijkenissen vertonen, maar dat laten we niet aan ons hart komen. Het briochebrood met suiker en kaneel is mierzoet, maar gaat lekker binnen bij een zoetekauw als ik. Ik aarzel niet als ik die van de kampioen naast me ook doorgeschoven krijg en neem het zekere voor het onzekere. Wat extra energie zal wel geen kwaad kunnen want deze man ziet er nog behoorlijk afgetraind uit. Hem herkennen wordt ook niet moeilijk, met zijn oranje helm waarop een Zeeuwse Leeuw prijkt.

“De route die Luc uittekende is heel erg mooi”, vertrouwt Johnny ons toe. “We hebben hier amper stoplichten, we zullen geen vijf keer moeten stoppen tijdens deze rit. Het eerste stoplicht hebben we na… ik kan het zelfs niet zeggen.” Na vier kilometer hebben we al zes keer stilgestaan. Geen stoplichten, dat niet, maar vrachtwagens met mosselen of oesters, tractoren rechtstreeks van het veld en een eerste lekke band. Daarna wordt het echter snel duidelijk waarom zijn woorden terecht zijn. Zeeland staat bol van afgescheiden fietspaden, kleine weggetjes en een landschap met een uitgestrektheid die de Vlaamse verbeelding tart. “De sfeer opsnuiven”, is mij gevraagd. Geen probleem met de zilte geur van het zeewater nooit veraf. Maar ook de groene velden, de meelopende schapen en de krijsende zeemeeuwen dragen hun steentje bij. Heer Uitgever demarreert aan de andere kant van het fietspad, maar waait met het #ridetogether concept in gedachte gewoon terug in de groep. Er wordt gefluisterd dat hij op de derde vluchtheuvel van de dag het bergklassement definitief naar zich toe wil trekken.

“Wat? Hier?”, roept Johnny enigszins verbaasd in dat sappige taaltje. Toegegeven, een plaspauze voor het enige huis in twintig kilometer is wellicht niet het beste idee. Er wordt overigens niet alleen hier gewaterd. Kort na de start begon het al te regenen. Af en toe, een beetje. Maar ondertussen, met de eerste stop in het vooruitzicht, is dat beetje toch stilaan veel water aan het worden. Na de eerste stop waarbij BikeKing Pieter naast Win2 repen ook bidons water tevoorschijn tovert, staan ons nog goed 120 kilometer te wachten. We missen een overstroomd afslagje naar één van de fietspaden waardoor ons peloton kortstondig in alle richtingen rijdt. De enige juiste weg richting fietspad vereist een snorkel en als we dan toch terug eendrachtig op het goede pad zitten gaan ook de echte Zeeuwse sluizen nog eens open. Vier bootjes met lange mast zonder zeil, laten dertig natte fietsers rillend op de koude kade staan. De tristesse van dat beeld, zoals Frederik het zo mooi beschrijft, is de voorbode van een ware zondvloed. We krijgen een paar bakken water over ons heen, verwarmen ons aan ronkende namen als De Viswinkel, Fritureluur en De Heerenkeet en we krijgen al eens vaker te maken met lekke banden.

“We halen jullie zo terug bij”, heeft Johnny daarnet bij lekke band nummer vijf gezegd. “Rij maar verder!”. Op Neeltje Jans staan we bij de volgwagen even te wachten als we het achteropkomend pelotonnetje in het vizier krijgen. Oranje helm op de kop, letterlijk en figuurlijk, en daarachter een tiental tussen hun kader geplooid, het snot van voor de ogen vegend. De titel van Zeeuwse Leeuw hoor je ons niet claimen, maar we voelen ons ondertussen toch al een beetje zeehond. De tweede bevoorrading aan de fotogenieke vuurtoren is dan ook welgekomen. Gelletjes en repen worden verorberd, overtollig water wordt uit de schoenen gegoten, Johnny stuurt een sms’je dat hij iets later zal thuis zijn. Nog vijftig kilometer, met de wind hoofdzakelijk in het voordeel.

Het zand knarst tussen de tanden maar er wordt onderweg behoorlijk wat afgekletst. Overschoenen van VeloRoze, de Gouden Flandrien, Strade Bianche, het Vlaamse Toppenboek en waar de mannen hun punten scoren om op daguitstap naar Zeeland te kunnen: het passeert allemaal de revue. Hooguit worden we even onderbroken door steeds dezelfde kreet: “Plat!”. We hebben er nu definitief een nieuwe vijand bij. “Heeft er iemand lepels bij?”. De Nederlanders weten niet wat ze horen. “Wat is er gaande, en wat gaan jullie met lepels doen? Oow, iemand is lek. En hoe noemen jullie dat? Plat? Nou ja, dat houdt ergens wel steek.” Al die lekke banden scheppen wel een band. Maar het regent nu echt wel lekke banden, we halen nog amper drie kilometer zonder “plat”. Johnny kent echter de streek als zijn broekzak en loodst ons snel terug naar de veilige haven van Yerseke. We komen er net op tijd aan voor de mosselen, die we trouwens al van kilometers ver ruiken. Er spelen zich nog de vreemdste taferelen af daar in en rond het restaurant. Handdoeken gaan mee ter bescherming van de stoel, een servet doet dienst om het gezicht een beetje te fatsoeneren. Maar vooral wordt er genoten van de dampende Zeeuwse mosselen, die mede door de voorafgaandelijke 180 kilometer, buitenaards goed smaken.

Met de giftbag naast me als stille getuige, rij ik twaalf uur later over dezelfde wegen terug naar België. Rechts van me zie ik de hemel opnieuw oranje kleuren. Een vredig tafereel, de aarde heeft een half rondje gemaakt. Maar ondertussen hebben een peloton Flandriens op Grinta! wel een episch Rondje Zeeland gefietst…

Gerelateerde artikels