Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Flashback: het duwtje in LBL 2019

Het coronavirus mag dan wel flink ons klassieke voorjaar verstoren, dat mag ons niet beletten om terug te blikken op enkele merkwaardige edities van de monumenten Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, telkens met een volgwagen van ŠKODA in een niet onbelangrijke bijrol. Als derde en laatste ‘incident’ komt Fuglsangs overwinning in de Doyenne van 2019 onder de loep.

Je hoeft geen krak in de aerodynamica te zijn om te weten dat je al fietsend achter een voorligger – fietser, motor of auto – flink wat voordeel ondervindt van de verminderde luchtweerstand. Bert Blocken, hoogleraar én wielerfanaat, onderzoekt al jaren door middel van computersimulaties en windtunneltesten, hoe groot dat voordeel precies is. Zo ontdekte hij dat renners niet alleen gebaat zijn bij het zich nestelen in het windluwe zog van een rijdend object voor zich, maar dat ook de aanwezigheid van een fietser of een voertuig achter de renner de luchtweerstand doet afnemen en dat die hierdoor dus sneller zal rijden. “Het aerodynamisch effect is tegenintuïtief,” schrijft Blocken op zijn blog, “maar natuurwetten zijn wat ze zijn.” Hij verwijst hiervoor naar de ‘Navier-Stokes-vergelijkingen voor subsonische stroming’. Elk object dat zich beweegt in stilstaande lucht, verstoort niet alleen de lucht achter maar ook voor zich, wat remmend werkt. Simpeler: een ‘volger’ neemt een deel van de remmende onderdruk weg die achter een fietser ontstaat.

Wieltjeszuigen

Hoe kleiner de afstand tussen beiden, hoe groter dit ‘volgeffect’ is. Die bonus is trouwens niet verwaarloosbaar klein. Blocken berekende bij de openingstijdrit van de Tour 2015 dat een renner over dertien kilometer ongeveer zes seconden sneller was wanneer zijn volgauto op vijf meter reed, in plaats van op de reglementaire tien meter afstand. Zes seconden winst over dertien kilometer, in het moderne wielrennen scheelt dat een slok op een borrel.

Tijdens de voorbije editie van Luik–Bastenaken–Luik plaatste Jakob Fuglsang zijn beslissende demarrage op exact dertien kilometer van de aankomst. Vrijwel meteen kreeg hij rugdekking van twee neutrale wagens, zowel de vuurrode ŠKODA van de wedstrijdleiding, als de knalgele Superb van Mavic positioneerden zich tussen hem en achtervolger Davide Formolo.

Samen over de meet

Tot in de straten van Luik kleefden de auto’s aan zijn wiel, het depannagevoertuig werd weliswaar net voor de laatste rechte lijn afgeleid, maar de koerscommissaris reed nagenoeg samen met de winnaar over de finishlijn. Formolo, die volgwagen noch motor achter zich had, hield de aanvaller constant in het vizier maar kon de aansluiting toch niet verwezenlijken. Beweren dat de Deen zijn enige klassieke zege te danken heeft aan het volgwageneffect, zou de hardrijder oneer aandoen. Omgekeerd kan je immers ook stellen dat de rood-gele ŠKODA-tandem een perfect mikpunt vormde voor zijn belager. Hoeveel voordeel dat de Italiaan heeft opgeleverd, laat zich niet wetenschappelijk berekenen, maar het duwtje in de rug van Fuglsang wel, namelijk zes seconden.

Feit of fictie?

Zijn de incidenten die we de voorbije weken brachten drie flagrante gevallen van wedstrijdvervalsing of zijn het stuk voor stuk vergezochte urban legends? We zullen het nooit weten en dat is maar goed ook. De wielergeschiedenis bulkt van de wat-als-verhalen die net omdat ze onoplosbaar zijn, bijdragen tot het mythische karakter van de sport. ‘Se non è vero, è ben trovato.’ Als het niet waar is, dan is het tenminste goed gevonden. Mysterie blijft een gegeerde specerij om scenario’s op smaak te brengen, in de cinema én in de koers.