Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De maat der dingen

Sven Nys is de Messi van het veldrijden. Grinta!-hoofdredacteur Frederik Backelandt geeft zijn kijk op het fenomeen Sven Nys, voor hem 'de maat der dingen' in het veldrijden, al bijna twee decennia lang.

Flash forward. 1 november 2016. Vandaag moet een feest worden. Het is immers Koppenbergcross, een klassieker, de officieuze opener van de veldritwinter 2016-2017. Alles wat we de voorbije weken te zien kregen was maar Spielerei. Criteriums en Formule 1. Saai en steriel. Deze week is het weer omgeslagen. Eindelijk weer échte cross met vervaarlijk zuigende bodems en met klodders grond die als ongeleide projectielen omhoog spetteren op witte lycrapakjes. Eindelijk spektakel. Met in de hoofdrol: Sven Ny… euh… nee. Even te snel geweest in mijn redenering. Sven zette ruim een half jaar geleden, in maart, een punt achter zijn carrière als veldrijder. Een tristesse overvalt me.

December 2013. “Een volledige strike. Bijna iedereen ondersteboven van het verschieten.” Het zijn de sappige woorden waarmee Sporza-veldritcommentator Paul Herijgers dé veldritmove van het jaar beschrijft. Die staat op naam van regerend wereldkampioen Sven Nys, op de beruchte schuine flank van de Wereldbekerveldrit in Namen. In de voorlaatste ronde gooit Nys op die plek hoge ogen door een magistrale comeback – van lek in de eerste meters en zo verzeild in de achterste gelederen tot tweede in de race – af te ronden. Iedereen schaakmat na een flits van Nys, de Messi van de cross. Dat hij uiteindelijk slechts vierde werd en dat Mourey won, is slechts een voetnoot. Het is eigen aan Nys: als hij niet de echte winnaar van de koers is, dan is hij sowieso de morele. Verwondering en bewondering alom, bij vriend en vijand. Michel Wuyts: “Deze mens is 37. Even tussendoor.”

Flash back. Februari 2013. Terwijl een sprintende Nys voor de tweede keer wereldkampioen veldrijden bij de profs wordt in het Amerikaanse Louisville, doet diezelfde Michel Wuyts een uitspraak die nogal wat losmaakt over de plas. “Sven Nys, wereldkampioen op zijn 36ste toen er van Erik De Vlaeminck en Roland Liboton geen sprake meer was. Zou dit dan de beste crosser aller tijden zijn? Ik denk het wel.” Wie anders dan Roger De Vlaeminck om dan op zijn achterste poten te staan. Dat Roger zijn broer Erik op die virtuele ranking-aller-tijden op nummer één zet, tot daar nog aan toe. Maar dat hij het in ‘Reyers Laat’ aandurft Sven Nys niet eens als de beste van zijn generatie te omschrijven, dat is er ver over. Dat is het moment geweest waarop Roger de geloofwaardigheid die hem nog restte helemaal is verloren. Trop is te veel en te veel is trop

Nys is de maat der dingen in het veldrijden. Al zestien jaar lang. Hij maakte het veldrijden in Vlaanderen groot, door zijn prestaties, door de duels die hij uitvocht, door zijn présence en door zijn gelobby bij de Internationale Wielerunie. Hij innoveerde, de rest volgde. Hij is een persoonlijkheid, een ambassadeur voor zijn sport, in binnen- en buitenland. Hij is overlever van generaties: als jonge leeuw won hij in 1998 de Superprestige, als oude wolf doet hij anno 2013-2014 nog altijd mee voor de dikste knikkers. Nys werd uitgedaagd door Richard Groenendaal, Mario De Clercq, Bart Wellens, Erwin Vervecken, Zdenek Stybar, Lars Boom, Niels Albert, Lars van der Haar, … En ja, Roger, al die jongens klopten hem. Maar Nys klopte ze ook, stuk voor stuk. En meermaals. En op alle mogelijke manieren: nu eens door een onemanshow op te voeren, dan weer door op de valreep een wit konijn uit zijn hoed te toveren. Nys is Koning Winter, al bijna twee decennia lang. Ook in de jaren dat anderen meer wonnen dan hij. En zeker ook in al die jaren dat een ander wereldkampioen werd.

Tegelijk is Nys ook een topsporter die niet te benauwd was/is zijn comfortzone (lees: de veilige cocon van de cross) te verlaten, ook al waren die zijsprongetjes naar de weg en het biken allesbehalve een succes over de ganse lijn. De Vlaeminck doet nog altijd lacherig over Nys’ 36ste plaats in Parijs-Roubaix 2002, gevolgd door een ongenuanceerde uitsmijter als “Nys kan niks op de weg”. Shame on you, Roger. Nys kan en kon tenminste groots zijn in de ‘nederlaag’. In Peking werd hij 9de in de crosscountry. Het leverde net geen olympisch diploma op. Toch was hij blij als een kind, ‘omdat hij erbij was geweest’. Het was bloed, zweet en tranen dat hij eigenlijk niet had hoeven te laten. Maar hij deed het toch, omdat hij en niemand anders dat had gewild. Dat verdient een hashtag met respect erachter. #respect

Of het #InDeTijdVanRogerDeVlaeminck echt ‘beter’ was, laat ik in het midden. Wat ik wel zeker weet is dat Nys de grootste veldrijder van zijn generatie is en voor mij, en om allerlei redenen, ook de grootste aller tijden. Omwille van zoveel dingen: zijn présence, zijn resultaten, zijn correctheid, zijn alomtegenwoordigheid, zijn magie in de finale van een veldrit, … Gewoon omdat hij de maat der dingen is in de wereld van de cyclocross. En omdat we op 1 november 2016 allemaal, ook Roger De Vlaeminck, een beetje ‘verloren’ zullen lopen op de flanken van de Koppenberg.