Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De 15 regels van het shooten

Al enkele jaren organiseert Grinta! exclusieve modeshoots waarbij fietskleding in beeld wordt gebracht op vaak unieke locaties in binnen- en buitenland. Om het goede verloop ervan te garanderen, neemt men volgende regels in acht.

Al enkele jaren organiseert Grinta! exclusieve modeshoots waarbij fietskleding in beeld wordt gebracht op vaak unieke locaties in binnen- en buitenland. Om dat te realiseren trekken we er steevast met een crew van enthousiaste mensen op uit. Op basis van die ervaringen, heb ik een lijst van 15 richtlijnen samengesteld. Regels die men voor, tijdens en na het shooten best in acht neemt, wil men een goed verloop/resultaat van de shoot garanderen. Elke gelijkenis met bestaande situaties en personen berust op louter toeval.

1. Kies de geknipte uitvalsbasis
Informeer je goed vooraf. Stel een lijst op met potentiële locaties voor de fotoshoot zelf. Een goed voorbereide crew is er twee waard. Kies een verblijf waar de hele groep terecht kan. Dat hoeft niet groot of chique te zijn. Klein, basic en knus mag ook. Een rommelkot wordt het sowieso dus verkies Ikea-stulpjes boven een penthouse met porseleinen servies. Een makkelijke parkeerplaats voor de wagen/het busje is een pluspunt.   

2. Work comes before pleasure
De shoot primeert. Altijd. Focus is vereist. Tak! Tak! Pas wanneer coördinator en fotograaf enigszins ‘tevreden’ zijn van de dag, kan gedacht worden aan shoppen, zonnebaden of fietsen. Een fotoshoot neemt meer tijd en energie in beslag dan men denkt. Duurtrainingen bij de vleet produceren (met als confronterend gevolg: kelderslekskes) is niet aan de orde, hou daar rekening mee. Late fietstochten (bij valavond) zijn vaak geen goed idee.

3. Wees innovatief
Wie klein is, moet slim zijn. Als de middelen beperkt zijn, schud dan iets innovatief uit de mouw. Tover het busje waarmee je van locatie naar locatie rijdt om tot één groot pashok. Beplak de ruiten met krantenpapier en gebruik grote stukken karton als ‘scheiding’ tussen de zich omkledende modellen.

4. Ontwijk kakjes en slijmpjes
Altijd vervelend: ongemakken die het verloop van de shoot in de war sturen. Op buitenlocaties tref je immers heel wat onsmakelijke dingen op en naast de stoep. Ontwijk die kakjes en slijmpjes, her en der verspreid, zodat materiaal en kleding clean en intact blijven.

5. Mee te nemen: speldekes en een ‘pulleke’
De kleding moet schitteren in de lens van de fotograaf. Los hangende en te grote kleding is ‘not done’. Vandaar: neem zeker altijd veiligheidsspelden mee waarmee de kleding wat strakker kan worden aangespannen. Niet alleen de kleding, ook de modellen dienen te schitteren. Een ‘pulleke’ olie om de (koers)benen van een bronzen glans te voorzien, is dan welkom. Iemand dient ook altijd toe te zien dat alles ‘juist’ en op z’n plaats zit.

6. Spring zorgzaam om met het materiaal
Fotoshoots organiseren is een logistiek veeleisende klus. Zeker voor een fietsmagazine. Daar komt heel veel (materiaal) bij kijken. Spring er zorgzaam mee om. Ook naar de laatste shootdagen toe wanneer het er allemaal wat nonchalanter dreigt aan toe te gaan. Als er peperdure fietsen worden meegenomen, dan mag best herhaaldelijk gewezen worden op de hoge kostprijs van die vehikels. Doe er meteen ook een schepje bovenop. Overdrijf. Dat maakt indruk. 

7. Mens erger je niet
Je leeft enkele dagen samen met mensen die je minder goed kent. Dat zorgt soms voor aanvaringen of voor geprikkelde reacties. Probeer dat te vermijden, kom dus overeen en bewaar de vrede. Aanvaard gekke gewoontes van in vuilbakken snuisterende modellen, draai niet met de ogen en speel niet op de man/vrouw.

8. Relativeer te allen tijde
Een shoot heb je soms gewoon niet in de hand, ook al ben je goed voorbereid. Wisselende weersomstandigheden, logistieke problemen, onverwachte gebeurtenissen: het kan allemaal gebeuren. Relativeer te allen tijde. “Ach, het is maar voor een magazine”, mag heus wel worden gezegd. Maar dan weer niet te vaak en niet al te gemeend (zie regel 1). Als het echt nodig zou zijn, klink dan samen ‘s avonds op het leven!

9. Doe een keer zot
Er wordt gewerkt. En dus mag er ook een vorm van decompressie volgen. Na elke shootdag? Jazeker, maar met mate. Alcohol mag: Kirr en Kirr Royale kunnen. Ook al krijg je er rode oortjes van. Het komt de sfeer alleen maar ten goede. Op de slotdag kan écht stoom worden afgelaten. Met de groep een Harlem Shake uit de benen schudden, is een mogelijke optie. 

10. Filosofeer erop los
Tijdens momenten van decompressie en gezellig samenzijn met de crew, mag er gezeverd maar ook ernstig gefilosofeerd worden. Over het werk, over de koers (“Als coureur moet je egoïst zijn, anders kom je er niet”) over geld of over de genderconflicten tussen vrouwe en mannen (“Een vrouw die altijd krijgt wat ze wil, is daar ook niet content mee”). Veelal ontpopt er zich iemand in de groep tot een producent(e) van interessante oneliners. Aarzel niet om ze te noteren, ze kunnen in de toekomst nog van pas komen. 

11. Muziek helpt
Tijdens momenten dat de sfeer wat minder is of wanneer er iemand dreigt in te dommelen op de achterbank, draai de volumeknop wat hoger. Muziek helpt in tijden van dwaling. Nirvana, Johnny Cash of Radio Nostalgie als smaakmakers. Radio Fun en Radio Maria in gevallen van nood.

12. Evalueer de oogst van de dag
Na elke shootdag is het goed om samen eens de oogst van de dag te overlopen. Treiter de fotograaf niet (modellen, blijf bij jullie leest!) maar lever constructieve kritiek. Desnoods, als en slechts als er nog tijd is, kan een shoot worden opnieuw gedaan. Desnoods.

13. Eet en leef gezond
Enkele dagen gefocust blijven en presteren, dat betekent dat er gezond moet gegeten en geleefd worden. Dat geldt zowel voor de modellen als de andere crewleden. Belangrijk weetje hierbij is dat fruit enkel op zijn plaats is vòòr de maaltijd. Wie fruit eet na de maaltijd, zet immers een intestinaal rottingsproces in gang (Bron: de boekskes). En dat wil je niet zien gebeuren. Een folieke af en toe mag wel. Dan denken we bijvoorbeeld aan ‘un colonel’ (citroensorbet aangelengd met vodka).  

14. Kijken mag, aankomen niet
Een fotoshoot gebeurt doorgaans met mooie mensen. Hopelijk mooi vanbinnen maar zeker mooi vanbuiten. En dan piepen hormonen al gauw om de hoek, ondanks de focus en de arbeidsernst die door allen aan de dag wordt gelegd. Hierbij geldt het devies: kijken mag, aankomen (voorlopig) niet. Flirten mag. Is er één iemand die eruit springt en met wie je wil gaan daten, dan stel je die vraag best tot na de modeshoot, wanneer iedereen weer de gewone draad des levens heeft opgepikt. Een nee heb je, een ja kan je krijgen.   

15. Hou (niet te veel) contact met het thuisfront
Als uitsmijter iets over de communicatie met het thuisfront: de mensen thuis op de hoogte houden van je shootavontuur mag. Maar… overdrijf niet. Durf de teugels wat te lossen. Enerzijds is contact met het thuisfront interessant om jaloersheid te genereren (hier is het zalig weer, thuis is het putje winter!), anderzijds weegt al te drukkend contact met thuis op de realisatie van de shoot. Zet je gsm of smartphone ook op ‘silent modus’ en vermijd zo – dit is een fictief voorbeeld – herhaaldelijk en irritant sjirpende krekelbeltonen.   

Gerelateerde artikels