Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Cotacollen in Oost-Vlaams-Brabant – de route

Ruim vijfendertig jaar geleden kwamen Jean-Pierre Legros en Daniel Gobert op het idee om duizend Belgische hellingen in kaart te brengen. Dat leidde tot de Cotacol Encyclopedie, een naslagwerk dat pre-internet erg populair was bij fietsfanaten. Dit jaar laat Grinta! zich inspireren door dat lijvige boek, onder meer door hellingen uit de lijst met elkaar te verbinden tot fijne routes.

De startplaats zal menig wielerliefhebber bekend voorkomen, we vertrekken namelijk in Haacht, bij de aankomstlijn van de Primus Classic. Langs de nabije Leuvense Vaart krioelt het jaagpad doorgaans van de fietsers maar wij zetten koers richting Veltem-Beisem voor de eerste hindernis.

Cotacol nr 90: Schapenheide, Bertem

Lengte 700 – Hoogteverschil 36 – Gemiddeld  5,1 % – Cotacolpunten 44

Ligt Bertem in de Vlaamse Ardennen? Allerminst. Toch zou de Schapenheide niet misstaan in de finale lussen van De Ronde. Het steilste stuk gaat vlot in de dubbele cijfers en de kasseien vertonen schot en scheef de sporen van de zware landbouwvoertuigen die er zijn gepasseerd.
De aanloop naar nummer 90 van het naslagwerk roept nochtans andere verwachtingen op. De Bertemsebaan die overgaat in de Bosstraat is de weinig aantrekkelijke verbinding tussen Veltem-Beisem en Bertem. De weg loopt licht tot matig op en het fietspad is niet meer dan een geschilderde strook die nauwelijks beschermt tegen het soms drukke, te snelle verkeer. Na enkele honderden meters was de verf van de wegbeheerder blijkbaar opgebruikt en word je als fietser geacht om onbeschermd de strijd aan te gaan met Koning Auto. Pas bij het naar rechts aansnijden van de Oude Bertembosstraat  wordt het rustig, heel rustig.
Alleen de weinige aangelanden en kasseiliefhebbers maken de afslag naar de verhakkelde parallelweg.Het wegdek straft onmiddellijk wie op 25 mm met de nodige bandendruk rijdt.
Bij de Augustijnerhoeve is de verleiding dus groot om links de doorsteek te maken naar de drukke hoofdweg. Ben je koppig genoeg en wil je toch de top bereiken, dan volg je de splitsing naar rechts. Dat betekent dat je kiest voor een korte passage van om en bij de veertien procent en heel veel puntige keien die het moeilijk maken om een rechte lijn aan te houden. Bij nat weer is het een uitdaging om zonder gevloek door de holle weg te laveren ook al vlakt het tweede deel van de klim af naar vals plat. Het is niet zozeer het hoogteverschil dat de Schapenheide tot een te ontdekken helling maakt, dat doet de grillige ondergrond in combinatie met steile piek bij het midden.

De passage door Leuven noopt tot voorzichtigheid. De gemotoriseerde weggebruikers zijn er weliswaar gebonden aan strenge snelheidsbeperkingen, maar het zijn de fietsende studenten die de wegcode niet altijd naar de letter naleven. We verlaten de verkeerswirwar echter niet voor we een stukje van het WK-parcours hebben meegepikt. Via de Wijnpers laten we de studentenstad achter ons en beklimmen we het Meesbergpad om daarna aan de voet van ons tweede reisdoel uit te komen.

Cotacol nr 383: Chartreuzenberg, Holsbeek

Lengte 1100 – Hoogteverschil 58  – Gemiddeld  5,3 % – Cotacolpunten 53

De Chartreuzenberg, gemakshalve door iedereen De Chartreus genoemd, is een bijzonder populaire klim. Atleten uit Groot-Leuven doen er hun blokkentraining, maar hij lijkt vooral in trek bij fietsers uit de provincie Antwerpen. Vanuit het noorden is het voor vele clubs een jaarlijks reisdoel, een baken in een voorts vlakke rit. Of het is hun eerste hindernis van een langere tocht naar het zuiden, met meer hoogtemeters.
De aanzet is nochtans niet bijzonder aanlokkelijk. Vanaf het centrum van Holsbeek rijd je tussen huizen, via een kaarsrechte betonbaan, een T-kruispunt met een Christusbeeld tegemoet. De hellingsgraad is dan nog bescheiden. Dat verandert zodra je naar links de boomrijke Berkendreef nadert. Het asfalt bolt er lekker maar de weg maakt een brede bocht naar rechts, waardoor je niet ziet wat je te wachten staat. Van drie à vier procent gaat het plots gestaag richting twaalf procent. Kleiner schakelen is een must maar het blijft moeilijk om er de juiste versnelling te vinden. De steilste strook is namelijk niet erg lang. Te klein trippelen hoeft niet, maar wil je veel meters blijven maken dan riskeer je toch je benen op te blazen.
Bij de flauwe bocht naar links, na ongeveer 700 meter, zakt de curve opnieuw naar meer vriendelijke cijfers. Na de top volgt een korte, vlakke uitloper tot het einde van de straat.
Ambitie om de Strava-KOM te pakken? Dan moet je onder de twee minuten blijven of haast 34 km/u halen. Een grote motor in een lichte carrosserie zal hiervoor niet volstaan. De Chartreus moet je leren beklimmen, hij geeft zijn geheim maar mondjesmaat vrij. 

We blijven glooien terwijl we het Hageland intrekken. Iets voorbij halfweg bereiken we Meensel-Kiezegem. Hier stond de wieg van Eddy Merckx, een standbeeld ter ere van het fenomeen herinnert ons hieraan. In Bekkevoort zeven kilometer verderop, volgt de derde officiële Cotacol van de dag.

Cotacol nr 80: Wijndries, Bekkevoort

Lengte 400 – Hoogteverschil 32  – Gemiddeld  8 % – Cotacolpunten 53

De Wijndries is het ondergeschoven kindje van de Hagelandse hellingen. Hij ligt niet onvermijdelijk op het traject tussen bekendere toppen en voor velen is hij te kort om er een omweg aan te besteden. Toch redden we dit ogenschijnlijk niemendalletje graag van de vergetelheid, het bewijst immers dat 400 meter kan volstaan om heel uiteenlopende indrukken op te doen.
De Wijndriesstraat begint bij de Sint-Quirinuskerk van het dorpje Wersbeek. De eerste hectometers nog vlak, maar vrij snel voel je de zwaartekracht haar werk doen. Bij de flauwe bocht naar links wordt het steiler en na de daaropvolgende zwenking naar rechts ga je boven de tien procent. Tijdens deze korte passage krijg je drie totaal verschillende decors om je heen. Eerst zie je weilanden, vervolgens ben je omgeven door wijnranken en je eindigt in een diepe, donkere holle weg.
In die kloof word je uitgedaagd: blijf je op de grote plaat of kies je voor het gemak van de 39 of de 36? Met trippelritme spaar je weliswaar de benen, maar ben je op de top misschien teleurgesteld omdat er meer in zat. Bij de bocht naar links, waar je het holle gedeelte verlaat, is de beproeving immers al voorbij. Iedere sportieve fietser kan hier stunten op het buitenblad, het steilste stuk is er kort genoeg voor. Om hoog te eindigen op Strava is dat in ieder geval een must. Ex-gele truidrager Jan Bakelants, bijvoorbeeld, klaarde de klus in 45 seconden, aan een gemiddelde snelheid van precies 35 km/u. Een fraaie inspanning, maar niet voldoende voor een plaatsje in de Top drie. Wil je de strijdbijl opnemen, houd er dan rekening mee dat je na de top niet onmiddellijk een afdaling krijgt. Daarvoor moet je eerst een open vlakte doorkruisen.

De Vlooybergtoren uit de TV-reeks Callboys ligt om de hoek maar we laten de spieren niet afkoelen. Nummer vier volgt nagenoeg meteen.

Cotacol nr 866: Alsberg, Tielt-Winge

Lengte 1100 – Hoogteverschil 52  – Gemiddeld  4,7 % – Cotacolpunten 46

De Alsberg is een verborgen parel. Fietsers uit de regio kennen hem zeker, maar wie niet vertrouwd is met het Hageland heeft er waarschijnlijk nog nooit over gehoord en zal even moeten zoeken om hem te vinden. De Alsbergweg is een smal straatje temidden van het groen, op een tweetal kilometer van de dorpskern van Tielt-Winge. Doorgaand verkeer is er nauwelijks, je rijdt de beklimming ongetwijfeld in alle rust tegemoet.
Bij de voet is hij het steilst, je bent dus onmiddellijk bij de les. Aan tien procent duik je een holle weg in, maar vrij snel neemt het stijgingspercentage drastisch af. Bij de eerste bocht, naar rechts, is het zwaarste al achter de rug. Even verderop, bij de bocht naar links, verandert plots het wegdek. Na een vlot rollende eerste helft volgt een tweede deel met betonplaten.
Vanaf dit punt toont de Alsberg zich van zijn meest verraderlijke kant. Door de lagere hellingsgraad ontstaat de neiging om enkele tanden bij te schakelen. Goed getrainde renners zullen dat makkelijk verteren, maar wie enkele kilo’s te veel meezeult, kan zich vergalopperen. Het duurt nog enkele honderden meters vooraleer de weg weer helemaal vlak wordt. Ook wanneer je de holle weg weer uit komt en de open vlakte bereikt, ben je nog niet helemaal boven. De bult blijft tergend tegenwringen. Bovendien ben je nu onbeschut overgeleverd aan de elementen, de wind heeft hier vrij spel. Overmoed bij de voet wordt dan cash betaald bij de top. Bij helder weer is de beloning anderzijds wel de moeite, rondom aanschouw je dan kilometers ver Oost-Vlaams-Brabant in al haar schoonheid.

Eens voorbij het Kasteel van Horst, ook wel het kasteel van De Rode Ridder genoemd, vlakt het landschap uit. Langs de Demer en de festivalweide van Werchter komen we na precies 100 kilometer terug aan bij het startpunt. En wat blijkt? Oost-Vlaams-Brabant heeft naast de bekende hellingen uit de Brabantse Pijl nog meer troeven om onze fietstochten mee op te smukken.

Hunting?

Bert Nijs heeft alle hellingen van het originele naslagwerk gedigitaliseerd in een COTACOL-app. Gekoppeld aan je Strava-account is dat een handige tool bij het Cotacol Hunting. 

Ontdek zeker onze andere routes via de onderstaande Cotacol-tag.