Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Belcanto

O la la la, c’est magnifique! De kans dat Arno in het West-Vlaamse Heuvelland rondliep toen hij dit nummer schreef, is eerder onbestaande. Als we al een artiest willen linken aan deze streek vlakbij de Franse grens, komen we automatisch bij Guido Belcanto uit. De man, zanger met een passie voor de fiets en een adoratie voor Pantani en Vandenbroucke, organiseert elk jaar in mei een fietstocht voor wielerliefhebbers vanuit Westouter. Later op het jaar is er ook nog de befaamde Belcanto Classic. Een koers om te beminnen, niet om te winnen. Tenzij je Vandenbroucke zelf bent uiteraard, en winnen elders niet meer zo evident is. Maar die fietstocht dus, Belcantour gedoopt, die stond al lang op mijn verlanglijstje. Vorig jaar was ik ingeschreven maar kon ik jammer genoeg niet deelnemen. De eerste winterse lentedag van 2016 leek me uitermate geschikt voor een half dagje verlof en de variant van iets meer dan 80 kilometer. Er bestaat een langere versie ook, maar dan was ik niet voor donker thuis geraakt.

En of het heerlijk was! Genieten, met een hele grote ‘G’. Van bij de start rijden we over kleine landelijke weggetjes van twee fietsen breed richting Kemmel. En Heuvelland, is dat nu een streek of een dorp? We starten aan de Menenpoort in Ieper en krijgen langzaam het glooiende landschap in ons vizier dat ons de komende vier uren een sportief orgasme aan fietsplezier zal brengen. De terreinkennis is onbestaande. Niet wetende of wat komt bergop of bergaf zal lopen gaan we door. De GPS eens te meer onze gids op onbekend terrein. We pikken in op de route iets na Kemmel en zullen de befaamde Kemmelberg dus als toetje, helemaal op het einde, verorberen.

Vanuit dit zelf gekozen startpunt is het eerste deel van de rit iets makkelijker dan het tweede, heb ik de indruk. Luidop vraag ik me af of dat daadwerkelijk zo is, of dat het slechts een gevolg is van de vermoeide benen. We rijden over hellingen waarvan we de naam niet kennen en voor een groot deel bevinden we ons op Franse bodem. Van grenscontroles was geen sprake… Net zomin zijn er kasseien of vervelende betonplaten te bespeuren. Hooguit is er hier of daar een stuk slecht asfalt. We herkennen de Mont des Cats en Mont Noir pas eens we boven zijn en cruisen voorbij Westouter. Hier was ik al eens eerder toen mijn vriend Sven me een paar jaar terug meenam voor een tocht in deze streek. Ik herinner me het café ‘De Vaderlander’ waar we toen voor de start een koffie dronken in afwachting van een plensbui die nog even moest ophouden. En die typerende klinkers op de hoofdweg door het dorp.

Na Westouter, het officiële startpunt, krijgen we een heerlijk stukje achterland te verwerken dat ons in geen tijd bij de Kemmelberg brengt. De Scherpenberg, als ik de naam goed heb onthouden tijdens Gent-Wevelgem, is een pareltje. Volledig volgens plan sluiten we af met de befaamde bocht naar rechts, waar we de kasseien van de Kemmelberg opdraaien. De vaste camera verzinnen we er in gedachten bij. Veel jus zit er dan niet meer in de benen. Onderschat de route trouwens niet want op die 80 kilometer ga je al vlot boven de 1000 hoogtemeters.

Boven op deze helling worden we ook nog getrakteerd op een mooi lichtspel. De winterzon piept door de bomen en brengt een magische sfeer op de vandaag zo verlaten top. Puur voor de sport -zo zijn we dan wel weer- rijden we nog even een klein rondje om ook de andere, steilere kant, op te fietsen. Daar waar Sagan, Cancellara en ‘onze’ Sepp Vanmarcke het verschil maakten in Gent-Wevelgem. En waar souplesse een onbestaand woord is…

Belcantour maakt trouwens deel uit van de Coppa Grinta!. Ik heb geen aandelen in dit circuit van toertochten met kwaliteitslabel, maar als je er nog niet bent geweest moet je op 15 mei zeker afzakken naar Westouter. Je zal het je niet beklagen, dat geef ik je op een briefje. Of in een blog. (SV)