Deel dit artikel:

GETEST: Acol Impero XP

RACEFIETS VAN HET JAAR 2026 // DEELNEMER 4 - Met de Impero XP presenteert ACOL een allround racefiets met duidelijke Italiaanse genen en een uitgesproken karakter. Aerodynamisch gevormd, messcherp sturend en gebouwd met Colnago-DNA: dit is een fiets die je niet alleen rijdt, maar die ook iets van je vraagt.

Colnago-erfgoed

Neen, Acol is niet de eerste de beste vreemdsoortige startup. Wie een beetje naar de naam luistert, kan de verwijzing maar moeilijk missen. Achter Acol gaat Alessandro (Alex) Colnago, neef van Ernesto schuil. Inderdaad, Colnago, dat is de legendarische naam achter de iconische Italiaanse racefietsen. Alex besloot een tijdje geleden zijn eigen weg te gaan en zet, in samenwerking met de Koreaanse composietspecialist WiaWis, met Acol een nieuw uitgesproken racemerk neer. Die combinatie van Italiaans design en hooggespecialiseerde carbonproductie vormt de voedingsbodem voor de Impero, de allrounder in het gamma. Je voelt, nog voor je een pedaalslag hebt gegeven, dat dit geen brave endurancefiets wil zijn, maar een moderne interpretatie van de klassieke wedstrijdfiets: strak, doelgericht en met net genoeg flair om het Colnago-verleden niet te verloochenen.

Twee frames in een

Wanneer je naast de Impero staat, valt meteen op hoe bewust Acol het frame in twee ‘karakters’ heeft opgedeeld: de achterdriehoek ademt de ‘licht-is-beter’-filosofie, met relatief eenvoudige, afgeronde buisprofielen die duidelijk ontwikkeld zijn om gewicht te drukken en microtrillingen te filteren, terwijl de voorkant zichtbaar geleend is uit de aero-divisie van het Divinus-platform, met ranke, diepere profielen en een zorgvuldig gevormde overgang van balhoofdbuis naar onderbuis.

Het voelt bijna alsof je twee fietsen in één frame ziet: achteraan een lichte klimmer, vooraan een aerodynamisch scherp mes, gemaakt om de weerstand op hoge snelheid drastisch te verminderen. De onderbuis is breed en vlak genoeg om de luchtstroom in goede banen te leiden, terwijl de slanke zitbuis en de relatief compacte achterbrug de indruk geven dat het frame onder spanning, klaar om elke watt zonder aarzeling in voorwaartse kracht om te zetten.

Impero-vork

De voorzijde wordt gedomineerd door de eigen Impero-vork, voorzien van wat ACOL een Impact Spine noemt, een verstevigingsstructuur die werkt als een soort ruggengraat voor de vork en helpt om vervorming onder herhaalde belasting te minimaliseren. De vork draagt markant bij aan de directe stuurprecisie en robuuste indruk. De voorzijde voelt alsof je de vooras rechtstreeks in een blok graniet hebt geschroefd: onder volle sprint blijft de lijn haarscherp, zelfs op ruwe asfaltstroken of bij zijwind.

Tegelijk betekent die constructie dat de voorkant onmiskenbaar hard is; waar sommige moderne vorken nog een zweem van verticale beweging toelaten om oneffenheden te verzachten, geeft de Impero-vork elke ribbel en voeg rechtstreeks door, vooral in combinatie met stijve carbonwielen. Het is alsof de voorzijde fluistert: “vertel me exact wat de weg doet”, en vervolgens alles – echt alles – rechtstreeks naar je handen en schouders doorstuurt, wat technisch heerlijk is maar na vele uren ook vermoeiender kan zijn dan bij een meer uitgesproken endurance-racer.

Messcherpe geometrie

Op papier positioneert Acol de Impero als allrounder, maar de geometrie verraadt dat het hart dichter bij race dan bij endurance klopt: met een relatief steile balhoofdbuishoek (74° voor maat M) en een korte 412 millimeter liggende achtervork is dit een fiets die graag op zijn tenen loopt. De combinatie van een behoorlijke reach (384 millimeter) en toch nog gematigde stack (546 millimeter) plaatst je in een racegerichte, doch niet extreem lage houding. Het geheel voelt duidelijk agressiever dan klassieke endurance-racers maar biedt toch nog steeds ruimte voor comfort. In snelle afdalingen en krappe bochten stuurt de Impero daardoor messcherp als een kart: een kleine input in het stuur vertaalt zich meteen in een hoekwijziging, wat heerlijk is als je geconcentreerd rijdt, maar je ook genadeloos afstraft wanneer je met een half hoofd op automatische piloot peddelt. Actief en energiek, dat zijn de termen die deze geometrie en daarbijbehorend rijgedrag best benaderen. Met zeven maten, van XXS tot XXL, en een bijzonder lage standover in de kleinste maat toont Acol dat het allround-concept ook moet gelden voor verschillende lichaamstypes. De combinatie van relatief korte stuurpenlengtes in de kleine maten en oplopende stuurpenlengtes tot 130 mm in XXL laat toe om zowel compacte als langgerekte posities te bouwen, waardoor zowel competitieve racers als sportieve rijders hun juiste maat vinden.

Een modern, koersgericht pakket

Acol biedt de Impero in verschillende configuraties, met een duidelijke focus op elektronische groepsets en hoogwaardig schakelgedrag: van Shimano 105 Di2 en Ultegra Di2 tot Dura-Ace Di2, aangevuld met een Force AXS-optie op de XP-versies, waarbij de topmodellen meteen met powermeter-cranks worden geleverd. Remmen zijn volledig up-to-date, met flat-mount schijfremmen, 12 millimeter steekassen en schijven in 160/140 millimeter.

De standaardwielkeuze – Mavic Cosmic S42 op de reguliere Impero, Fulcrum Sharq of Soniq op XP-modellen – sluit mooi aan bij het allround-karakter: genoeg velghoogte voor aerovoordeel, maar licht genoeg om klimwerk geloofwaardig te houden.

Onze testfiets is echter geen standaardmodelletje maar voorzien van een setje D-Force wielen (van Belgische makelij). De 50mm Arch bridge doet het met DT Swiss naven en 50 millimeter hoge velgen. Op vlak van looks doen ze een beetje aan de Fulcrum Sharq-wielen denken, het golvend profiel draagt alweer een extra steentje bij aan de aerodynamica. Als banden heeft de Belgische importeur voor een setje Tufo Comtura Prima van 25 millimeter breed gekozen. De Comtura Prima is een snelle raceband met een lage rolweerstand en veel grip in zowat alle omstandigheden. 

De merkeigen cockpit en zadelpen op de XP-versie maakt de fiets nog een stapje strakker.

Allrounder met wedstrijdziel

Wanneer je de Impero de eerste keer de sporen geeft op vlakke wegen, voel je onmiddellijk de dubbele persoonlijkheid: de fiets schiet vooruit met het directe gevoel van een aero-racer, maar klimt, dankzij het lage gewicht (7,15 kilogram) met de lichtvoetigheid van een moderne klimmer. Bij elke tempoversnelling reageert de fiets als een door een wesp gestoken, zodat je het idee krijgt dat er nagenoeg geen energie in framebuiging verdwijnt, ook niet wanneer je uit het zadel gaat en de fiets van links naar rechts onder je door laat dansen. 

Die stijfheid heeft ook een keerzijde. De voorzijde – vormgegeven als aero-platform, versterkt met de Impact Spine en gekoppeld aan een scherpe racegeometrie – zet het allround-label soms onder druk, zeker voor rijders die comfort en stabiliteit boven pure scherpte plaatsen.

Het stuurgedrag is agressief en vooral levendig, zeker in snelle bochten of wanneer je eens stevig op de pedalen gaat lopen. Voor een fiets die zich profileert als allrounder is de Acol Impero verrassend pittig, maar ook verfrissend: hij voelt niet loom of ongeïnspireerd aan, integendeel. Als je komt voor het zachte, gelaten comfort van een pure endurance-racer, kan de Acol soms wat te scherp aanvoelen, alsof hij je telkens uitdaagt om harder te gaan. Dat heeft charme, maar is niet voor iedereen.

Gelukkig zorgt de achterdriehoek ervoor dat het verhaal niet eindigt in uitsluitend hardheid: de carbon lay-up laat extra buiging toe zonder de laterale stijfheid op te geven. Dat maakt dat de al te brute klappen toch wel wat weggefilterd worden. We hadden rond die goed bollende D-Force carbonwielen graag eens geëxperimenteerd met een breder setje banden, maar eender hoe hou je voldoende marge om een verrassend uitgebalanceerde setup af te stemmen op Vlaamse kasseistroken of lange, golvende ritten in de Ardennen.

Op lange ritten gedraagt de Impero zich als een nerveuze, maar betrouwbare metgezel: hij moedigt je voortdurend aan om toch maar wat harder te gaan rijden, alsof hij je fluistert dat hij pas echt tot leven komt wanneer je boven je comfortzone gaat. Wie vooral rustig wil uitwaaien, zal merken dat de fiets minder tot zijn recht komt.

Conclusie

De Acol Impero is een fiets die je uitdaagt én beloont. Hij is begrijpelijk gepositioneerd als all-rounder, maar heeft tegelijkertijd een aero-ziel en race-hart. De aerodynamische lijnen, slimme carbon lay-ups en geometrie zorgen voor een fiets die je energiek door bochten leidt en efficiënt laat rondracen, terwijl het comfort niet helemaal uit het raam wordt gegooid. Die levendige voorkant herinnert je eraan dat dit geen gezapige toerder is, maar een fiets met ambitie, temperament en een onmiskenbare race-drive. In die zin is de ACOL Impero geen neutrale alleskunner, maar eerder een meerstemmige racer: licht als een klimmer, snel als een aero-fiets.

De Impero XP zoals door ons getest, kost 6750 euro.
Meer info: https://www.acol.bike

Gerelateerde artikels